borstvoeding

Nieuw onderzoek suggereert dat de grote voordelen die borstvoeding op lange termijn voor de gezondheid van een kind zou hebben, sterk overdreven zijn. Op maar liefst tien van de elf onderzochte punten die samenhingen met gezondheid en welzijn scoorden kinderen die tussen de vier en veertien jaar oud waren en borstvoeding hadden gehad niet beter dan broertjes of zusjes die flesvoeding kregen.

De resultaten staan haaks op eerdere onderzoeken die stellen dat borstvoeding overduidelijk op lange termijn voordelen heeft voor de gezondheid van een kind. Onderzoeker Cynthia Colen denkt dat wel te kunnen verklaren. Ze wijst erop dat tijdens eerdere studies onvoldoende gekeken werd naar andere factoren die de gezondheid van kinderen en het feit of de moeder borstvoeding kan geven, beïnvloeden. Denk aan het inkomen van een gezin, het feit of de moeder werkt of niet, de leeftijd van ouders, enzovoort. “Moeders met meer inkomsten, met een hoger opleidingsniveau en een hoger inkomen en meer flexibiliteit in hun dagelijkse schema geven hun kinderen vaker borstvoeding en doen dat ook langduriger.” De kinderen van die moeders scoorden tijdens eerdere studies beter wanneer er naar hun gezondheid en welzijn werd gekeken. Maar komt dat nu puur door het feit dat ze borstvoeding kregen? Of doordat hun ouders hun zaken beter op orde hebben?

Astma en intelligentie
Om meer duidelijkheid te scheppen, bestudeerde Colen samen met een collega broertjes en zusjes die op een andere manier gevoed waren. De één kreeg borstvoeding. De ander flesvoeding. Vervolgens bestudeerden de onderzoekers de gezondheid van de kinderen. Ze keken daarbij naar elf factoren, waaronder BMI, obesitas, astma en intelligentie. Al deze factoren werden in eerdere studies naar de voordelen van borstvoeding ook aangehaald. De grote vraag was nu: scoorden de kinderen die borstvoeding hadden gehad op deze punten anders dan hun broertjes of zusjes die flesvoeding hadden gehad?

WIST U DAT…

Significant verschil
Opvallend genoeg bleek dat nauwelijks het geval te zijn. Slechts op één van de elf punten was er een significant verschil te bemerken. En dat punt was astma. Kinderen die borstvoeding kregen, bleken een iets grotere kans te hebben op astma dan hun broertjes of zusjes die flesvoeding kregen. Maar de onderzoekers moeten daarbij opmerken dat de astma in veel gevallen niet door een arts gediagnosticeerd was, maar dat ouders zelf aangaven het idee te hebben dat hun kind astma had.

Verschillen
De verschillen tussen dit en eerder onderzoek zijn groot. Zo bleek uit eerder onderzoek waarbij kinderen uit verschillende gezinnen met elkaar vergeleken werden dat borstvoeding een positief gevolg had voor de vocabulaire, rekenvaardigheden en intelligentie van kinderen. Maar wanneer onderzoekers kinderen uit één gezin met elkaar vergeleken, bleken die positieve gevolgen van borstvoeding enorm tegen te vallen. “In plaats van het vergelijken van families, vergelijken we nu binnen families en houden we dus volledig rekening met alle kenmerken die van gezin tot gezin kunnen verschillen, denk aan de opleiding van de ouders, het inkomen van een huishouden en ras of etniciteit.”

Op korte termijn

De onderzoekers benadrukken dat borstvoeding op korte termijn wel degelijk te verkiezen is boven flesvoeding. “Ik zeg niet dat borstvoeding helemaal geen voordelen heeft,” benadrukt Colen. Ze wijst erop dat borstvoeding bijvoorbeeld belangrijk is om het immuunsysteem van pasgeboren kinderen een boost te geven.

Het onderzoek kan wel eens verstrekkende gevolgen hebben voor onze kijk op borstvoeding. Op het moment wordt er enorm sterk door verloskundigen en consultatiebureaus op aangedrongen dat vrouwen borstvoeding geven. Het zorgt ervoor dat vrouwen die om wat voor reden dan ook geen borstvoeding kunnen geven, zich enorm schuldig kunnen voelen. “Als borstvoeding niet de invloed heeft die we denken dat het op lange termijn op de gezondheid van kinderen heeft, dan moeten we – ook al is het op korte termijn wel heel belangrijk – ons op andere dingen richten. We moeten kijken naar de kwaliteit van scholen, goede huisvesting en het werk van ouders wanneer hun kinderen opgroeien. We moeten veel nauwkeuriger kijken wat er voorbij het eerste jaar gebeurt en begrijpen dat borstvoeding heel moeilijk of zelfs onmogelijk is voor bepaalde groepen vrouwen. In plaats van ze een schuldgevoel aan te praten, moeten we realistischer zijn over wat borstvoeding wel en niet kan doen.”