Het lijkt erop dat ze enkele inkepingen aan het botje toevoegden, omdat zo een mooi, kloppend patroontje ontstond.

Regelmatig worden botjes teruggevonden die door Neanderthalers bewerkt zijn. Je moet dan denken aan botjes met daarin inkepingen. Grote vraag is echter of de Neanderthalers de botjes met die inkepingen tot een soort kunst verhieven, of dat de inkepingen simpelweg het resultaat zijn van het slachten van dat dier en dus meer pragmatisch van aard zijn. Onderzoekers denken nu een botje te hebben gevonden dat bewijst dat Neanderthalers gevoel voor esthetiek hadden. Het lijkt er namelijk op dat een Neanderthaler het botje – dat reeds een aantal inkepingen had – van een paar extra inkepingen voorzag, omdat dat ervoor zorgde dat de afstand tussen de inkepingen elke keer even groot was.

Majkić A, Evans S, Stepanchuk V, Tsvelykh A, d’Errico F (2017) A decorated raven bone from the Zaskalnaya VI (Kolosovskaya) Neanderthal site, Crimea. PLoS ONE 12(3): e0173435. doi:10.1371/journal.pone.0173435.

Perceptie

De afstand tussen de inkepingen is niet exact even groot. Maar dat hoeft ook niet om een patroon te verkrijgen dat in de menselijke perceptie consistent lijkt. Onderzoek wijst uit dat we denken dat de afstand tussen meerdere lijntjes exact even groot is als de variatie in de afstand tussen de lijnen kleiner is dan 3 procent. Zonder de inkepingen 2 en 6 is de variatie in de afstand tussen de lijnen groter dan 3 procent. Maar met de twee extra inkepingen, is die variatie kleiner dan 3 procent en ontstaat dus – voor het menselijk oog – een consistent patroon.

Het botje
Dat is te lezen in het blad PLoS ONE. Het botje waar het allemaal om draait, zie je hierboven. Het botje is zo’n 38.000 tot 43.000 jaar oud, werd gevonden in de Krim en telt zeven inkepingen. Vijf van deze inkepingen (1, 3, 4, 5, 7) zijn heel diep en recht. Maar twee inkepingen (2, 6) zijn heel anders: ze zijn ondiep en staan een beetje schuin. Volgens de onderzoekers zijn die twee inkepingen later toegevoegd, zodat een kloppend patroontje ontstond waarbij de afstand tussen de inkepingen elke keer even groot lijkt (zie kader).

Experimenten
Die theorie wordt onderschreven door experimenten. De onderzoekers verzamelden tien proefpersonen en gaven ze een botje van een kalkoen. De proefpersonen kregen opdracht om in het botje een aantal inkepingen te maken. De afstand tussen de inkepingen moest elke keer ongeveer net zo groot zijn. Een analyse van die kalkoenbotjes wijst uit dat de plaatsing van de inkepingen vergelijkbaar was met de plaatsing van de inkepingen die Neanderthalers op het botje van de raaf – dat ongeveer net zo groot is als het botje van de kalkoen – hadden gemaakt. De onderzoekers concluderen dan ook dat de Neanderthalers de inkepingen 2 en 6 heel bewust toevoegden om zo een visueel consistent – en misschien symbolisch – patroon te verkrijgen.

In het verleden zijn op plekken waar Neanderthalers leefden al meerdere malen aangepaste botjes van vogels teruggevonden. Sommige onderzoekers denken dat de Neanderthalers deze botjes bewust versierden en de aanpassingen dus niet het resultaat zijn van het slachten van deze dieren. Ze vermoeden dat Neanderthalers de versierde botjes als sieraden droegen. Dit onderzoek levert voor het eerst direct bewijs dat Neanderthalers oog hadden voor symboliek en esthetiek en lijkt de theorie dat ze botjes bewust versierden, te onderschrijven. Het botje laat ons zo opnieuw zien dat Neanderthalers in veel opzichten op de moderne mens leken en niet zo dom en onbehouwen waren als jarenlang werd aangenomen.