Moreel gedrag: aan de ene kant doodgewoon. Aan de andere kant een interessant verschijnsel. Eén van de meest fascinerende vraagstukken omtrent het moreel gedrag is misschien wel waar het vandaan komt. Is het een product van de religie? Of het resultaat van evolutie?

Ik kan het me nog goed herinneren. Iedere zondagochtend, bijna een ritueel: opstaan, snel ontbijten, de zondagse kleren aan en op naar de kerk. Daar zat je dan op een houten bankje, meezingend, meebiddend. De verhalen over moraliteit, empathie en naastenliefde vanaf de kansel zijn verbazingwekkend, maar als klein kindje van 5 of 6 maak je je misschien hierom niet echt druk. Andere dingen spoken door je hoofd, zoals de wollen panty die niet goed zit of de fijne witte schoenen die je van je ouders zo nodig aan moest. Nu ik ouder ben luister ik nog steeds met verbazing naar die verhalen over moraliteit. Misschien komt het omdat ik al lang geen mis meer bijgewoond heb. Waarschijnlijker echter omdat ik bioloog ben en van nature sceptisch hoor te kijken als het om niet (bio)logisch te verklaren fenomenen gaat. Kortom, het welbekende conflict tussen religie en wetenschap. Bijna zo oud als de mensheid zelf, zo zegt men.

Moreel gedrag en empathie
In verhitte discussies tussen de kampen van wetenschap en religie komt het vaak erop neer dat deze niet hand in hand kunnen gaan. Concepten zoals moreel gedrag en empathie zouden dan gewoonweg niet met wetenschap te verklaren zijn, wel door God en geloof. Ethologisch onderzoek toont nu echter dat moreel gedrag en empathie veel ouder blijken te zijn dan de mensheid. Bij wijze van spreken zijn ze dus ook ouder dan religie. Deze veronderstelling roept veel vragen op: Zijn we moreel omdat we in god geloven of geloven we in god omdat we moreel zijn? Zijn religie en de kerk überhaupt nodig om goed te zijn?

Wellicht één van de beroemdste verbeeldingen van de schepping van Adam. Te vinden in de Sixtijnse Kapel in Rome, van de hand van Michelangelo.

Wellicht één van de beroemdste verbeeldingen van de schepping van Adam. Te vinden in de Sixtijnse Kapel in Rome, van de hand van Michelangelo.

Oorsprong van de menselijke moraal
Moraliteit bevordert coöperatie (samenwerking) en altruïstisch gedrag. Ze vraagt om je eigenbelang te onderdrukken of om deze aan te passen aan anderen. Nauw hieraan verbonden is empathie: het vermogen om je in te leven in de emoties van een andere persoon, deze te kunnen beoordelen en je ermee te kunnen identificeren. Zelden denken we over deze handelingen na. Want moraal en empathie lijken bijna een tweede natuur voor de mens. Met de steeds groter wordende rol van moraliteit binnen vakgebieden als psychologie, neurowetenschappen en natuurlijk biologie zijn we echter meer dan ooit in de oorsprong van dit fenomeen geïnteresseerd.

Een fragment van Rafaëls 'School van Athene'. Bovenaan de trap zien we Plato (in paarsblauw met oranje gekleed, naar boven wijzend). Hij spreekt met Aristoteles.

Een fragment van Rafaëls 'School van Athene'. Bovenaan de trap zien we Plato (in paarsblauw met oranje gekleed, naar boven wijzend). Hij spreekt met Aristoteles.

Fasen
Debatten over de oorsprong van de menselijke moraal hebben vele fasen doorlopen. Plato geloofde dat de weg naar morele waarheid via de rede te vinden was. Gebrek aan kennis en begrip zou daarom verantwoordelijk zijn voor immoreel gedrag. De filosoof David Hume daarentegen verklaarde dat morele overtuigingen van binnen uit de mens komen en op gevoel en emotie gebaseerd zijn in plaats van op de rede. Sinds Darwins The Descent of Man kennen deze debatten ook een evolutionair aspect. In deze visie wordt menselijk moreel gedrag vaak gedefinieerd in tegenstelling tot de natuurlijke instincten. Of als een instrument om deze instincten onder controle te houden. Met andere woorden, moraal is een puur cultureel en unieke menselijke vooruitgang.

Codes
Als we het over moraliteit hebben, zijn een soort morele code of regels vaak het eerste waaraan we denken. Ook zeggen velen, dat moraliteit vanuit religieuze overtuiging komt. Inderdaad zien wij dat religie, net als filosofie, probeert het complexe systeem van moraliteit in regels te definiëren. Denk bijvoorbeeld aan de tien geboden of de gouden regels. Alles wat door onze religieuze gebruiken wordt aanvaard ervaren wij als moreel. Als gelovige krijg je al vanaf jonge leeftijd van ouders of religieuze instellingen geleerd wat het geloof als moreel beschouwd en wat niet. Mensen geloven deze claims omdat ze de bronnen vertrouwen. Moraliteit is dan een van bovenaf opgelegd proces.

Moraal ouder dan religie
Laatst zag ik een interview tussen de overtuigde creationist Bill O’Reilly en Richard Dawkins, evolutiebioloog, auteur en een uitgesproken atheïst. Het was niet zo zeer de welbekende Dawkins die mij fascineerde, maar O’Reilly. “Door de geschiedenis heen zijn enkele van de ergste regimes atheïstisch geweest,” zei O’Reilly, wijzend naar leiders als Jozef Stalin, Mao Tse Tung en Pol Pot. Religieuze principes, stelde hij, helpen om de broodnodige beperkingen op de samenleving te leggen. Hierdoor legde hij een verband tussen gebrek van religie of geloof en immoreel gedrag. Hij hoefde het niet letterlijk te zeggen, maar het was duidelijk dat hij de opvatting had dat we zonder God net wilde beesten zijn.

Geloof als stimulans voor moraliteit
Ik wil niet in twijfel trekken dat religie en moraliteit met elkaar verbonden zijn. Het geloof in bovennatuurlijke entiteiten is vrij aanwezig in al onze culturen, echter lijkt het erop dat moraliteit al lang bestond voordat religie om de hoek kwam kijken. Theorieën over de oorsprong van religie zijn verdeeld. Een theorie is, dat religie vanuit een adaptatie ontstond om coöperatie tussen niet-verwante individuen te bevorderen. Hierbij is een veel voorkomende aanname dat geloof in een toezichthoudende God of goden moraliteit stimuleert. Gedragsonderzoek bij proefpersonen met religieuze en niet- religieuze achtergronden kan dit inderdaad aantonen. De in Psychological Science gepubliceerde tweedelige studie van Shariff en Norenzayan onderzocht bijvoorbeeld of ‘primen’ (van het Engelse to prime; het meegeven van een onbewust vooroordeel) met religieuze gevoelens het prosociaal gedrag van mensen beïnvloedt. Zo wezen proefpersonen onbekende personen binnen een anoniem dictatorspel meer geld toe, wanneer ze van tevoren zinnen met religieus gerelateerde woorden lazen (gemiddeld 4,22 dollar). Proefpersonen die tijdens de studie neutrale zinnen kregen gaven gemiddeld 2,38 dollar minder. Interessant genoeg leek het hierbij niet uit te maken of de proefpersoon atheïstisch of gelovig was.

Oorsprong van religie
Minstens zo interessant als het vraagstuk ‘Waar komt de moraal vandaan?’ is de vraag ‘Waar komt religie vandaan?’ Ook daar lopen de meningen over uiteen. Selina O’Grady schreef bijvoorbeeld een boeiend boek over de oorsprong van het Christendom en is daar bijzonder uitgesproken in: “De mens schiep God en niet andersom.”

Op zoek naar de oorsprong
Religie mag dan wel aan moreel gedrag bijdragen, dit is echter voor mij nog geen bevestiging dat deze de oorsprong van moraliteit is. In den beginne leefden mensen in kleine sociale groepen samen, meestal met familiaire banden. Deze gehechtheid zorgde voor het benodigde besef van goed gedrag. Echter ging een dergelijke controle verloren toen onze gemeenschappen uitgroeiden tot grote samenlevingen. Shariff en Norenzayan geloven dat we daarom ook de behoefde aan een moraliserende en toezichthoudende God ontwikkelden. Ook het gedrag om zondags braaf naar de mis te gaan zal hierop berusten. In dit geval zal ons moreel gedrag niet van God komen, maar God zijn ontstaan als een symbool voor onze innerlijke moraal. Een mogelijk bewijs ervoor is dat het hierboven beschreven experiment tevens toonde dat zinnen met seculaire woorden, zoals burgerlijk, rechtbank of jury, in principe hetzelfde effect hadden als die met religieuze inhoud. “Morele intuïties werken onafhankelijk van de religieuze achtergrond.” Dit zeggen Ilkka Pyysiäinen en Marc Hauser(*) gebaseerd op de resultaten verkregen van de web-based Moral Sense Test. De twee psychologen tonen in hun onderzoek dat er echter geen verschil in de respons van religieuze en niet- religieuze mensen bestond wanneer ze bijvoorbeeld met een onbekend moreel dilemma geconfronteerd werden. Pyysiäinens en Hausers resultaten ondersteunen de populaire theorie dat religie als een bijproduct van reeds bestaande cognitieve capaciteiten of functies ontstond. Het lijkt er volgens hen ook op, dat de mens bepaalde voorstellingen over moreel gedrag ontwikkelde voordat deze in het religieuze systeem werden opgenomen.

“Religie is niet overbodig, zoals veel neo-atheïsten zeggen, omdat religie een integraal deel van onze gemeenschap is. Maar religie is niet nodig om moreel te zijn”

Morele apen
Moraliteit blijkt tot dusver geen van bovenaf opgelegd proces. Als dit echter zo is waar komen concepten als empathie en moraliteit dan eigenlijk vandaan? De wereldberoemde primatoloog Frans de Waal weet het antwoord hierop. “Wij denken graag dat moraliteit een van boven opgelegd proces is, maar dit is slechts een overblijfsel van het verhaal van God op de bergtop. Er is geen bewijs dat het begon als een top-down systeem. De wetenschap lijkt zich inmiddels meer te richten op de visie van Hume, dat moraliteit door intuïtie en passie geleid wordt.” In zijn nieuwste boek ‘De bonobo en de tien geboden‘ betoogt de aan het Yerkes National Primate Research Center in Atlanta verbonden Frans de Waal dat moreel gedrag ‘ingebakken’ zit en vanuit ons groepsleven voortkomt. Religie is niet overbodig, zoals veel neo-atheïsten zeggen, omdat religie een integraal deel van onze gemeenschap is. Maar volgens De Waal is religie niet nodig om moreel te zijn. Na jarenlang onderzoek heeft de ethologische bestsellerauteur een fundamentele conclusie bereikt: niet alleen de mens maar ook andere sociaal levende dieren, zoals apen of zelfs honden en olifanten, tonen duidelijk empathische en morele gedragingen. In talloze experimenten heeft Frans de Waal al het bestaan van empathie bij dieren gedocumenteerd en dat we bijvoorbeeld niet de enige soort zijn die van eerlijk delen houd. Een inmiddels bekend experiment laat twee kapucijneraapjes zien die voor het uitvoeren van een simpele taak met stukjes komkommer beloond worden. Komkommer als beloning is goed genoeg. Tot het andere aapje voor hetzelfde werk echter een betere beloning krijg: een overheerlijke druif. Het stukje komkommer wordt dan ook geweigerd, druiven zijn uiteindelijk lekkerder dan komkommer. Herkenbaar toch? “Als we naar andere primaten kijken herkennen we veel van dezelfde neigingen die de grond zijn voor onze moraal, zoals de regels van wederkerigheid, empathie en sympathie, een gevoel van rechtvaardigheid, en de noodzaak om met elkaar op te schieten,” zegt De Waal in een interview over zijn nieuw boek. “Apen keuren oneerlijke verdelingen van goederen af en chimpansees doen elkaar gunsten, ook hebben ze erbij geen eigen voordeel. Bonobo’s zijn waarschijnlijk de meest empathische dieren van alle, en de recente genoomgegevens plaatsen ze zeer dicht bij ons.” Ook al weerhoudt hem iets om een chimpansee een moreel wezen te noemen, toch betoogt De Waal duidelijk dat deze mensachtige kenmerken in ieder geval laten zien dat chimpansees en bonobo’s een begrip van moraliteit hebben.

Frans de Waal studeerde biologie in Nijmegen en Groningen en promoveerde aan de Universiteit Utrecht. Hij is directeur van het Living Links Center van het Yerkes National Primate Research Center en sinds 1 september 2013 universiteitshoogleraar bij laatstgenoemde universiteit. In 2007 rekende Time Magazine hem tot één van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld.

Frans de Waal studeerde biologie in Nijmegen en Groningen en promoveerde aan de Universiteit Utrecht. Hij is directeur van het Living Links Center van het Yerkes National Primate Research Center en sinds 1 september 2013 universiteitshoogleraar bij laatstgenoemde universiteit. In 2007 rekende Time Magazine hem tot één van de honderd invloedrijkste mensen van de wereld.

Is religie overbodig?
Religie is een niet uit onze samenleving weg te denken element. Toch blijkt uit onderzoek dat de notie dat we religie nodig hebben voor onze moraal niet te kloppen. Ook zonder de door geloof opgelegde regels kan de mens goed en slecht onderscheiden. Dat we religie niet nodig hebben om moreel te zijn, brengt ons tot de conclusie dat moraal ouder is dan de religie. Betekent dit dan dat we helemaal geen religie nodig hebben? Een leven zonder geloof lijkt immers onzeker en donker. In de goddeloze wereld van Frans de Waals apen leidt dit echter niet tot de duisternis die velen vrezen. De apen kennen empathie en een gevoel van rechtvaardigheid en hebben een basaal begrip van moraliteit. Maar wat dan te doen met de religie? Volgens de Waal kan deze voor de menselijke moraal zeker nog een ondersteunende rol spelen. Een visie die ik deel.

Ook al ben ik ondanks mijn katholieke opvoeding een agnost, toch is er ook naar mijn mening een rol voor de religie weggelegd. Ik pleit daarom voor een herdefiniëring van de rol van religie in het morele debat. We moeten godsdienst niet zien als de grondlegger voor moraliteit, maar als een regulator, een systeem om onze, zo nu blijkt dierlijke, moraal aan te toetsen.

Bettina Graupe is studente medische biologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Naast de biologische vakken is ze ook enthousiast bezig met de master afstudeervariant wetenschapscommunicatie. Dit artikel schreef ze als eindopdracht voor het vak Science and Media.

(*) Hauser werd 2011 van fraude beschuldigd en gaaf nog in hetzelfde jaar zijn facultaire positie aan de Harvard Universiteit op. Er was echter geen aanleiding dat de in deze essay gebruikte artikel tot de van fraude beschuldigde artikelen behoorde.