Een internationaal team van astronomen heeft mogelijk ontrafeld hoe Jupiter en Saturnus zijn ontstaan. Deze gasplaneten zijn groot geworden dankzij piepkleine bouwstenen.

De grootste planeten van ons zonnestelsel zijn waarschijnlijk als eerste ontstaan. Dit betekent dat Jupiter en Saturnus razendsnel moesten groeien. Eerst kregen de gasplaneten een kern van ijs en gesteente, om later gas en stof uit de omgeving aan te trekken. De kern van de gasplaneten was zeker tien keer zwaarder dan de aarde, anders zouden de planeten niet sterk genoeg zijn om de atmosfeer vast te houden.

Tot nu toe dachten wetenschappers dat de bouwstenen voor de kernen van Saturnus en Jupiter waren opgebouwd uit brokstukken met een grootte van honderd tot duizend kilometer. De Amerikaanse en Canadese astronomen betwijfelen dit. Zij beweren dat de bouwstenen veel kleiner zijn geweest, namelijk ter grootte van een voetbal.

Samenklonteringsproces
De kleinere bouwstenen bevorderden het samenklonteringsproces, waardoor de kernen van Jupiter en Saturnus in korte tijd heel zwaar werden. Toch had het niet veel gescheeld of ons zonnestelsel had er heel anders uitgezien. “Als de bouwstenen te snel samenklonterden, dan zou het zonnestelsel nu uit honderden ijsplaneten ter grootte van de aarde bestaan”, zegt Dr. Hal Levison van het Southwest Research Institute. “Nu kregen de kernen genoeg tijd om concurrenten weg te slingeren, waardoor ons zonnestelsel slechts een paar grote gasreuzen heeft.”

Succesvol onderzoek
Professor Dr. Martin Duncan van de Queen’s Universiteit is tevreden met het eindresultaat. “Al jaren op rij voeren we computersimulaties uit, zonder succes. Het is een opluchting dat we voor het eerst een computermodel vinden dat in staat is om het bestaan van Jupiter en Saturnus te verklaren.”