In no-time sommen oplossen, ruimtelijke vraagstukken doorzien of kruiswoordpuzzels invullen; de vele varianten van Braintraining zijn populair. Maar ook zinloos. Dat concluderen onderzoekers in de grootste studie naar de invloed van braintraining ooit.

Volgens de wetenschappers verbeteren de spelletjes het geheugen niet en worden ook andere mentale vaardigheden niet beter. De proefpersonen werden wel iets sneller, maar dat had niets met veranderingen in de hersenen te maken, zo concluderen de onderzoekers. Het was slechts een kwestie van oefening.

Duidelijk
Meer dan 11.000 mensen deden zes weken lang braintraining. Een controlegroep gebruikte diezelfde tijd om op het internet rond te neuzen. “De resultaten zijn duidelijk,” meent onderzoeker Adrian Owen. “Statistisch gezien is er geen verschil tussen de verbetering die we zien bij de mensen die onze braintraining-spelletjes speelden en de mensen die gewoon op het internet keken.”

Heilige graal
Uit scans blijkt dat de spelletjes ook de structuur en werking van het brein niet aanpakken. “De braintrainers werden beter in de dingen die ze deden, maar de heilige graal van braintraining is dat het een echt effect heeft op de mentale vaardigheden of intelligentie en dat was niet het geval.”

200X
Sommige proefpersonen oefenden in de zes weken tijd 25 keer. Anderen deden de braintraining meer dan 200 keer. Toch maakte dat voor het resultaat niets uit. Het geheugen, de concentratie, het plannen van dingen en het probleemoplossend vermogen werd niet beter.

Wereldwijd werden meer dan 100 miljoen braintraining-spelletjes verkocht. De belangen zijn dan ook groot. En daarom wordt dit onderzoek natuurlijk door velen gevolgd. Sommigen vinden de duur van het onderzoek (zes weken) te kort. Anderen menen dat de spelletjes wel degelijk helpen, maar dan vooral bij ouderen wiens brein in verval is geraakt.