In eerste instantie zorgen mentale uitdagingen ervoor dat ziektes als Alzheimer en dementie geen kans krijgen. Maar wanneer de vergeetachtigheid begint toe te slaan, kan het trainen van het brein ervoor zorgen dat mensen sneller aftakelen. Dat concluderen wetenschappers nadat ze meer dan duizend ouderen twaalf jaar lang volgden.

De onderzoekers verzamelden 1157 mensen. Alle mensen waren ouder dan 65 en hadden geen dementie. De proefpersonen moesten in een enquête vastleggen hoe vaak ze hun brein trainden. Zo’n training kon op vijf verschillende manieren vorm krijgen: door naar de radio te luisteren, televisie te kijken, te lezen, spelletjes te spelen of naar een museum te gaan. In totaal waren er vijf punten te verdienen: voor elke activiteit één.

Resultaten
In de jaren die volgden, ontdekten de onderzoekers dat de mensen die hun brein veel trainden minder aftakelden. Voor elk punt dat zij hadden, nam de cognitieve verslechtering ten opzichte van de mensen die niet trainden met 52 procent af. Maar mensen die toch Alzheimer kregen en daarvoor veel trainden, waren slechter af. Gemiddeld gingen zij voor elk punt dat ze hadden 42 procent sneller achteruit.

Uitstel
“Wij denken dat mentale activiteiten de symptomen van cognitieve verslechtering op afstand houden en zo het begin van dementie uitstellen,” vertelt onderzoeker Robert Wilson. “Maar als dementie zich uiteindelijk gaat ontwikkelen, dan gaat dat veel sneller bij de mensen die daarvoor mentaal gezien een gezonde levensstijl hadden.”

Compenseren
De onderzoekers weten niet precies hoe dat kan, maar hebben wel een vermoeden. Braintraining zorgt ervoor dat het brein beter werkt en kan zo wellicht achteruitgang compenseren. Tot het echt niet meer gaat en dan gaat het allemaal heel snel.

Heeft braintraining dan helemaal geen zin? Dat wil Wilson niet zeggen. Hij benadrukt dat het de kwaliteit van leven bijvoorbeeld kan verbeteren. De symptomen van dementie worden namelijk uitgesteld. “Dat beperkt de tijd die een mens moet lijden.”