polaroid

Ons brein kan afbeeldingen zelfs wanneer onze ogen maar dertien milliseconden de tijd hebben om ze te bekijken, in hun geheel verwerken. Dat hebben onderzoekers ontdekt. En daarmee kan ons brein meer dan gedacht: eerder stelden onderzoekers dat we een afbeelding 100 milliseconden moesten zien, wilde ons brein er iets mee kunnen doen.

Wanneer visuele input ons netvlies bereikt, wordt de informatie doorgezet naar het brein. Daar wordt informatie zoals vormen en kleuren verwerkt. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat mensen wanneer ze een afbeelding gedurende 100 milliseconden zien al kunnen vertellen wat er op de afbeelding te zien is.

Experiment
Onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology vroegen zich af of mensen ook iets met de afbeeldingen konden wanneer ze deze nog korter zagen. Ze verzamelden een aantal proefpersonen en legden ze afbeeldingen voor die deze nog nooit gezien hadden. De tijd die proefpersonen kregen om de afbeeldingen te bekijken, werd geleidelijk aan verkort. Wanneer de proefpersonen de afbeelding hadden gezien, moesten ze deze beschrijven.

WIST U DAT…

…het lezen van een goed boek het brein verandert?

Prestaties
De onderzoekers verwachtten dat de proefpersonen wanneer deze de afbeelding minder dan 50 milliseconden zagen, aanzienlijk slechter zouden gaan presteren. Eerdere studies stellen namelijk dat er minstens 50 milliseconden nodig zijn om informatie van het netvlies naar het brein te brengen en weer terug voor een bevestiging dat wat het brein denkt te ‘zien’ er ook echt zo uit ziet. Maar zelfs onder de vijftig milliseconden bleven de proefpersonen beter presteren dan wanneer ze moesten gokken wat er op een afbeelding te zien was. Sterker nog: tot dertien milliseconden – de hoogste snelheid waarmee de gebruikte monitor afbeeldingen kon weergeven – konden proefpersonen nog identificeren wat er te zien was. “Dat is helemaal niet in overeenstemming met de wetenschappelijke literatuur of met sommige algemene aannames die mijn collega’s en ik hadden,” stelt onderzoeker Mary Potter

Maar hoe komt het dat de proefpersonen tijdens dit experiment zo goed presteerden? Potter denkt dat het te maken heeft met het feit dat de proefpersonen konden ‘oefenen’. De snelheid waarmee afbeeldingen werden getoond, werd geleidelijk aan opgevoerd en de proefpersonen kregen na elke test feedback op hun prestaties. “We denken dat we onder deze omstandigheden meer bewijs van kennis vonden dan in vorige experimenten, omdat mensen in die experimenten geen succes hadden verwacht en er dus ook niet zo hard naar zochten.”