Nieuw onderzoek wijst erop dat ouderen wanneer ze een geheugentaak uitvoeren daar veel meer hersengebieden bij betrekken. Hun brein werkt dan ook aanzienlijk harder dan het brein van jongeren.

Het verklaart hoe ouderen ondanks dat hun hersencapaciteit achteruit gaat toch goed kunnen blijven functioneren. Dat schrijven wetenschappers in het blad PLoS ONE.

Experiment
De onderzoekers gaven jongeren en ouderen een geheugentaak en bestudeerden ondertussen de hersenen van de proefpersonen met behulp van fNIRS. Dit is een nieuwe beeldvormingstechniek waarmee vastgesteld kan worden welk deel van het brein actief is. fNIRS achterhaalt met behulp van bijna-infrarood licht vast hoe groot de concentratie zuurstofrijk bloed en zuurstofarm bloed in de hersenen is. Wanneer een deel van de hersenen actief is, stijgt in dat deel de concentratie zuurstofrijk bloed.

WIST U DAT…

Hersenhelft
De wetenschappers ontdekten zo dat jongeren altijd één hersenhelft gebruiken: ongeacht of een taak nu moeilijk of makkelijk is. Ouderen gebruiken eigenlijk altijd twee hersenhelften. Daarmee lijkt hun brein ietsje harder te moeten werken om tot dezelfde resultaten als de jongeren te komen.

Dat het brein van ouderen meer moeite moet doen, is ergens logisch. Wanneer mensen ouder worden verandert het brein. Zo wordt bijvoorbeeld de geheugencapaciteit minder. Ouderen compenseren die achteruitgang door hun brein harder te laten werken. En dat is nuttige informatie. Dankzij het onderzoek begrijpen we veranderingen in het brein die optreden wanneer we ouder worden, beter. En de informatie kan onderzoekers wel eens helpen om in de toekomst geheugenproblemen bij ouderen sneller op te sporen en te behandelen.