Steeds meer onderzoeken tonen aan dat smartphones en hun unlimited databundels langzamerhand het menselijk brein veranderen.

Bijna 80 procent van alle Nederlanders is in het bezit van een smartphone of tablet. Hieronder vallen bijna alle jongeren tussen de dertien en negentien jaar. Mediagebruik is tegenwoordig zo diepgeworteld in onze maatschappij dat een derde van de eenjarige kinderen regelmatig met een smartphone in hun handen te vinden is. De afgelopen jaren lijken de cijfers omtrent smartphonegebruik onder de bevolking een stijgende lijn te hebben, een trend die alleen maar zal toenemen. Het is steeds makkelijker om alles wat je maar kan wensen te vinden in dat magische elektronisch doosje. Van alles op de hoogte zijn, complete entertainment, de liefde van je leven vinden of een kalmeringsmethode voor je kind; smartphones lijken de oplossing voor al je problemen. Op langere termijn brengt overmatig smartphone-gebruik echter mogelijke gevolgen met zich mee.

Neuroplasticiteit
In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, is het menselijk brein ontzettend plastisch. Dit betekent dat het brein zich gemakkelijk aanpast aan de omgeving. Met name bij het ontwikkelen van gewoontes kan het brein zichzelf dusdanig aanpassen dat het zo efficiënt mogelijk functioneert in juist die omgeving. Erg nuttig als we iets nieuws willen leren natuurlijk, maar een minpuntje voor het ontwikkelen van slechte gewoontes. Het herhalen van handelingen of gebeurtenissen zorgt ervoor dat er connecties tussen hersencellen, ook wel neuronen genoemd, worden gecreëerd. Hoe vaker je iets doet of ervaart, des te sterker de connecties worden tussen die neuronen en des te meer connecties in het brein worden aangemaakt. Het brein zal vervolgens deze verbinding veel makkelijker en vooral ook vaker gaan gebruiken. Op den duur zal neuroplasticiteit weer effect hebben op het gedrag. Met name kinderen en jongeren zijn hier gevoelig voor. Bij hen is neuroplasticiteit immers in volle bloei. De ontplooiing van hun brein is een cruciale periode waarbij hun identiteit en vakkundigheid ontwikkeld worden. Piano leren spelen is dus veel effectiever als je nog jong bent, maar de kans is ook groter om afhankelijk te worden van bijvoorbeeld smartphones. Neuroplasticiteit is echter wel iets dat gedurende het hele leven voorkomt, dus het volwassen brein blijft evengoed gevoelig voor dagelijks smartphone-gebruik.

Overbelasting van het brein
Omdat de smartphone nog een relatief nieuw concept is, zijn de langdurige effecten nog niet grondig onderzocht. Toch maken onderzoekers zich zorgen. Het lijkt er namelijk op dat de verschillende functies van zo’n smartphone, zoals internetten, sociale media en multitasking, het brein overbelasten. Onderzoekers vonden bij volwassene die eerder bijna nooit op het internet zaten, al na vijf uur internetten een verschil in hersenactiviteit. Na zes dagen meerdere uren op internet te hebben gezeten, waren er al nieuwe neuronale verbindingen aangemaakt. Deze nieuwe verbindingen verschillen van de verbindingen die nodig zijn voor simpelere taken, zoals het lezen van teksten. Er is op het internet namelijk zoveel meer aan de gang, dat het moeilijk wordt voor het brein om dat bij te houden. We zijn eigenlijk alsmaar aan het multitasken. Het werkgeheugen van het brein raakt hierdoor overbelast en kan daardoor de informatie die binnenkomt niet op de juiste manier opslaan.

“Waar we ons tien jaar geleden nog gemiddeld twaalf minuten op een taak konden concentreren, is dat nu nog maar vijf minuten”

De abstracte gedachtegang en het begrijpen van informatie wordt dus aangetast door alle prikkels die we via de digitale media binnen krijgen. Onderzoekers concluderen dat als gevolg hiervan mensen tegenwoordig sneller fouten maken, informatie sneller mis-interpreteren en minder geconcentreerd zijn. Waar we ons tien jaar geleden nog gemiddeld twaalf minuten op een taak konden concentreren, is dat nu nog maar vijf minuten. Daarnaast komt erbij dat – in tegenstelling tot wat velen denken – de productiviteit door multitasking juist omlaag gaat. Onderzoekers zijn daarom bang dat de neuronale connecties die minder worden gebruikt, zoals bepaalde leesvaardigheden en denkvaardigheden, uiteindelijk zullen wegkwijnen.

Sociaal doen op sociale media
Waarschijnlijk niet geheel onopgemerkt heeft de komst van de smartphone ook zo zijn effecten op de manier waarop we met elkaar omgaan. Onlangs uitte een onderzoeker in het invloedrijke tijdschrift Nature zijn zorgen over het mogelijke verdwijnen van de menselijke identiteit door het digitaliserende brein. Een van zijn vermoedens was gebaseerd op de ‘sociale-brein-hypothese’ die beschrijft hoe de hersenschors bij Homo sapiens enorm groeide in volume door de plotselinge toename van sociale complexiteit zo’n 50.000 jaar geleden. Deze groei in hersenvolume zou dus hebben gezorgd voor de bloei van menselijke intelligentie en is ook wat ons onderscheidt van andere primaten. Onze hersenschors maakt het mogelijk om tot ongeveer 150 sociale contacten te verdragen. Echter, door de toenemende digitale technologie en voornamelijk door de aanwezigheid van sociale media, een nieuwe vorm van sociale complexiteit, wordt dit aantal nu vaak overschreden. De vraag is: kunnen wij dit aan? Als je om je heen kijkt, lijkt het of we minder sociaal bezig zijn door de komst van sociale media. Dit blijkt ook uit psychologisch onderzoek van de laatste jaren. Er staan meer contacten in onze WhatsApp-lijst, maar persoonlijke gesprekken hebben steeds minder kwalitatieve inhoud. Daarnaast is ook het empathisch vermogen verminderd, wat weer een link lijkt te hebben met smartphone-gebruik. Kinderen die vijf dagen hun telefoon niet mochten gebruiken waren beter in het aflezen van non-verbale emoties dan voorheen. Empathie, het inleven in anderen, blijft een van de kernaspecten van de menselijke identiteit en mag eigenlijk niet verloren gaan. Het vermoeden is wel dat door smartphones en daarbij de komst van sociale media, het brein uiteindelijk zal veranderen om zich aan de omgeving aan te passen.

We willen het misschien niet toegeven, maar de moderne samenleving is wel degelijk verslaafd aan smartphones. Of er door de overmaat aan technologie binnenkort een nieuwe mensensoort met een aangepast brein tussen ons loopt is nog niet zeker. Wel lijkt het erop dat het brein zich probeert aan te passen aan de dagelijkse omgeving vol met sociale, visuele en informatieve prikkels. De smartphone is er relatief gezien nog niet zo lang, maar zorgt nu al voor grote veranderingen in de neurobiologie van het brein en gedrag. Hoe zal de hersenontwikkeling zijn voor de aankomende generaties die nog eerder leren ‘swipen’ dan lopen? Leidt deze digitale revolutie uiteindelijk tot een menselijke (d)evolutie? Smartphones zijn nog redelijk nieuw en daarom is er nog geen langdurig onderzoek geweest om mogelijke permanente veranderingen te observeren in het brein van de volgende generatie. Deze vraag zal dus in de toekomst beantwoord moeten worden.

Miryea Ruiz (1992) doet nu de master Neuroscience and Cognition aan de Universiteit Utrecht en heeft hiervoor Biomedische Wetenschappen gestudeerd. Naast haar interesse voor de neurowetenschappen heeft zij ook veel belangstelling voor de wetenschapscommunicatie en-educatie. Het artikel hierboven heeft zij geschreven voor het vak Public Science Communication and Multimedia. Daarnaast is zij momenteel bezig met haar communicatiestage bij de Hersenstichting.