De Engelse geheime dienst erkent niet in staat te zijn de geheime code die aan het pootje van een dode duif zat en uit de Tweede Wereldoorlog stamt, te kraken. En daarmee kunnen we een nieuwe code aan het lijstje met ‘onkraakbare codes’ toevoegen.

De Brit David Martin ontdekte onlangs in zijn schoorsteen de resten van een duif. Rond het pootje zat een kokertje, met daarin de gewraakte code. Experts van GCHQ (één van de drie Britse inlichtingendiensten) bogen zich over de code, maar moeten erkennen niet in staat te zijn om deze te ontcijferen.

Codeboek
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd veel gebruik gemaakt van codes. Voor het opstellen hiervan, gebruikten verzenders vaak codeboeken die speciaal voor één specifieke operatie werden opgesteld. Alle berichten over die operatie werden vervolgens aan de hand van dat codeboek gecodeerd. Zonder het betreffende codeboek is het onmogelijk om de code te kraken, zo stellen de experts. Een andere mogelijkheid is dat voor het overbrengen van deze boodschap een eenmalige code is gebruikt. De ontvanger en verzender moeten in het bezit zijn geweest van de sleutel waarmee de code ontcijferd kon worden en hebben deze daarna waarschijnlijk direct vernietigd. Ook in dat geval is het kraken van de code praktisch onmogelijk.

Context
Ook het feit dat we geen idee hebben van de context van het briefje, helpt niet mee. Zo staat er op het briefje (zie hieronder) geen datum, ook is de bestemming (gecodeerd als X02) onbekend. Net als de afzender (sjt W Stot).

In de Tweede Wereldoorlog zetten de Britten ongeveer 250.000 duiven in om contacten te onderhouden met het Europese vasteland. Die duiven kregen briefjes mee zoals het exemplaar dat u hier ziet. Op dat briefje staat de identiteit van de duif (in dit geval, heel verwarrend, twee identiteiten): NURP 40 TW 194 en NURP 37 OK 76. NURP verwijst naar de plaats waar de duif vandaan komt (National Union of Racing Pigeons), het cijfer naar het jaar waarin de duif werd geregistreerd (40 staat voor 1940), de twee letters staan voor het gebied waar de duif vandaan komt en de laatste cijfers horen bij de specifieke duif. Ook de afzender staat duidelijk vermeld: W Stot Sjt. Sjt staat voor sergeant. Afbeelding: GCHQ.

Eerbetoon
Dat de moderne inlichtingendiensten er niet achter kunnen komen wat de code te betekenen heeft, is teleurstellend. Maar de Britten weten er een mooie draai aan te geven door te stellen dat de code daarmee eigenlijk een eerbetoon is aan de mensen die in de oorlog, onder extreme druk, codes maakten die toen, maar ook nu niet te ontcijferen zijn.

Duiven in WOII

In de Tweede Wereldoorlog zetten de Britten ongeveer 250.000 duiven in om contacten te onderhouden met het Europese vasteland. Die duiven kregen briefjes mee zoals het exemplaar dat u hier ziet. Op dat briefje staat de identiteit van de duif (in dit geval, heel verwarrend, twee identiteiten): NURP 40 TW 194 en NURP 37 OK 76. NURP verwijst naar de plaats waar de duif vandaan komt (National Union of Racing Pigeons), het cijfer naar het jaar waarin de duif werd geregistreerd (40 staat voor 1940), de twee letters staan voor het gebied waar de duif vandaan komt en de laatste cijfers horen bij de specifieke duif. Ook de afzender staat duidelijk vermeld: W Stot Sjt. Sjt staat voor sergeant.

Kleine kans
Gaan de Britten (of anderen) deze code ooit nog kraken? Die kans lijkt klein, zeker als het een eenmalige code betreft. Maar ook in het geval van het codeboek. Normaal gesproken werden codeboeken zodra deze niet langer gebruikt werden, vernietigd. Er is echter een hele kleine kans dat het betreffende codeboek nog bewaard is gebleven, maar dat boek kan waarschijnlijk pas gevonden worden als we weten wie deze duif precies op pad stuurde, oftewel wie W Stot is en wanneer we weten aan wie de brief geadresseerd is (X02).

Natuurlijk is het briefje aan de poot van de duif lang niet de enige code waar de mensheid zich tevergeefs over heeft gebogen. Er zijn meer codes waar we echt niet uit kunnen komen. Wat denkt u bijvoorbeeld van Kryptos, een kunstwerk voor de deur van de CIA, in Langley? Het staat er inmiddels al zo’n 22 jaar en lacht alle agenten die ‘s ochtends naar hun werk komen toe. Maar nog geen enkele agent is er in geslaagd om het kunstwerk helemaal te ontcijferen. Enkel de eerste drie delen zijn tot op heden gekraakt. Het vierde deel is nog steeds een raadsel. Niet alleen voor de CIA, maar ook voor de honderden mensen die zich online met de code bezighouden. Een iets oudere code die we ook maar niet kunnen kraken, bevindt zich in het Voynichmanuscript. Het 240 pagina’s dikke manuscript bevat tekeningen en niet te lezen teksten. Al heel wat cryptologen hebben zich over het manuscript gebogen. Zonder resultaat. Vandaar dat sommigen zich afvragen of het wel te ontcijferen is: heeft een lolbroek misschien zo’n 600 jaar geleden gewoon wat tekens op een rijtje gezet hebben in een poging de generaties erna gek te maken?