buidelrat

De buidelrat kan in de toekomst wel eens duizenden mensenlevens gaan redden. Het dier blijkt namelijk te beschikken over een stofje dat ervoor zorgt dat slangengif niet langer giftig is.

Jaarlijks komt het meer dan 420.000 keer voor dat een giftige slang een mens bijt. In 20.000 gevallen kan de mens dat niet navertellen. Een effectief antigif zou dus op jaarbasis duizenden mensenlevens kunnen redden. En wetenschappers denken dat effectieve antigif nu te hebben gevonden. En wel in de buidelrat.

Buidelratten
Ook buidelratten worden wel eens gebeten door giftige slangen. Maar het deert ze niet: ze worden er zelfs niet ziek van. Jaren geleden ontdekten onderzoekers al dat de buidelrat beschikt over peptiden – een verzameling aminozuren – die het gif van slangen neutraliseren. Maar met die ontdekking werd verder niets gedaan.

Peptiden
Tot nu. Onderzoekers zijn erin geslaagd om de reeks aminozuren die de buidelrat tegen het gif van de slang beschermt, op grote schaal te produceren. En vervolgens hebben ze de werking van de peptiden getest in muizen die door giftige slangen waren gebeten. De peptiden bleken de muizen te beschermen tegen de levensbedreigende effecten die het slangengif normaal gesproken had. Hoe de peptiden dat precies doen, is onduidelijk. “Het lijkt erop dat proteïnen in het gif zich aan de peptide binden waardoor het niet langer giftig is,” stelt onderzoeker Claire F. Komives.

Bacterie
De onderzoekers verkregen de peptiden door bacteriën in te zetten. De bacterie E. coli blijkt zo geprogrammeerd te kunnen worden dat deze de peptide gaat produceren. Zo is het mogelijk om de peptiden op grote schaal tegen een lage prijs te produceren. Deze aanpak is heel anders dan de huidige manieren waarop antigiffen worden gemaakt. Nu wordt het gif bijvoorbeeld toegediend aan paarden. Zij produceren een serum en dat wordt vervolgens verwerkt tot aan antigif voor mensen. “Dit serum heeft echter extra componenten, dus de patiënt ervaart vaak bijwerkingen, zoals jeuk, niesen, een versnelde hartslag, koorts of pijn. De peptide die wij gebruiken heeft die negatieve effecten niet op de muizen.” Een andere prettige bijkomstigheid van de peptiden is dat één injectie waarschijnlijk voldoende is om met het gif af te rekenen. Omdat het antigif geen nare bijwerkingen heeft, kan het immers in een flinke dosis worden toegediend.

Hoewel de onderzoekers tijdens deze eerste experimenten slechts met twee soorten slangengif werkten, hebben ze goede hoop dat het antigif afrekent met gif van andere giftige slangen. Mogelijk gaan de peptiden zelfs nog verder en weten ze ook het gif van schorpioenen en planten onschadelijk te maken.