De buidelwolf at schapen en moest dood. De jacht op het dier leidde tot het uitsterven ervan. Onterecht, zo blijkt nu.

Schapen waren aan het eind van de negentiende eeuw heel belangrijk voor Australiërs. Ze verdienden er hun geld mee en hielden er de economie mee draaiende. Toen het vermoeden ontstond dat de buidelwolf schapen doodde, twijfelde de overheid dan ook geen moment: het dier moest worden uitgeroeid. De jacht werd geopend en in 1936 stierf de allerlaatste buidelwolf.

Kan niet
Uit een nieuw onderzoek blijkt nu echter dat het dier helemaal niet in staat was om schapen te vermoorden. De kaken van het dier waren te zwak, zo blijkt uit een analyse. “Als een grote vleeseter – een grote katachtige bijvoorbeeld – een grote prooi wil neerhalen dan moet deze zich vastbijten in de hals en de prooi laten stikken,” legt onderzoeker Stephen Wroe uit. “De buidelwolf was hier niet tot in staat.”

WIST U DAT…

Prooi
Waarschijnlijk joeg het dier op veel kleinere prooien. “Dit beperkte dieet maakte het dier nog kwetsbaarder,” denkt Wroe. Kolonisten die het ecosysteem verstoorden, zorgden ervoor dat het dier moeite had om aan zijn trekken te komen. Toen de kolonisten ook nog bedachten dat het flinke dier het op schapen voorzien had, ging de soort hard achteruit, zo concluderen de onderzoekers in het blad Journal of Zoology. Zodra de Australiërs doorkregen dat de soort echt op het punt stond om te verdwijnen, grepen ze in. Maar het was al te laat.

De onderzoekers hopen dat we kunnen leren van het verhaal van de buidelwolf. Door de risico’s die uitgestorven soorten omringen beter te begrijpen, kunnen we kwetsbare diersoorten misschien nog redden.