De waterkwaliteit van kleine wateren wordt nauwelijks gemonitord. En dat terwijl de kwaliteit ervan heel belangrijk is voor de biodiversiteit.

Terwijl waterschappen de waterkwaliteit van grote wateren – zoals rivieren en meren – nauwlettend in de gaten houden, worden de kleine wateren niet of nauwelijks bemonsterd. Er is dus nog niet veel bekend over hoe schoon (of vies) de beekjes, vijvers, plasjes, slootjes en kanalen in jouw directe omgeving zijn. Een gemiste kans, zo stelt Susanne Hagen, biotechnoloog bij Stichting Natuur & Milieu. “De kleinere wateren vormen het haarvatensysteem van Nederland en komen vaak uit in de grotere wateren, zoals rivieren.” Hoewel de waterkwaliteit van die rivieren dus wel goed gemonitord wordt, kunnen we juist door de waterkwaliteit van de kleine wateren te monitoren, beter vaststellen waar bronnen van vervuiling zich bevinden. “Stel dat je twee slootjes hebt die uitkomen in een grote rivier. Het ene slootje is heel schoon. En het andere slootje is heel vies. Eenmaal in de grote rivier aangekomen, wordt het water uit het vieze beekje enorm verdund en is niet meer te achterhalen waar de vervuiling vandaan komt.” Door de waterkwaliteit van individuele kleine wateren te monitoren, kunnen onderzoekers en waterschappen de vinger op de zere plek leggen en ministeries aansporen om de bronvervuiling aan te pakken.

Meten is weten
Het meten van de waterkwaliteit van al die kleine wateren is behoorlijk wat werk. En daarom heeft Natuur & Milieu, in samenwerking met de ASN Bank, tien waterschappen, het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en verschillende stichtingen een project opgezet waarbij burgerwetenschappers de waterkwaliteit van watertjes in hun eigen omgeving kunnen vaststellen. Met speciale meetkits kunnen burgeronderzoekers naar slootjes, vijvers of beekjes en meertjes in de buurt tijgen om daar vast te stellen hoe het met de waterkwaliteit gesteld is.

De burgerwetenschappers kunnen dit jaar kiezen uit twee soorten meetkits: de Superkit en de Watermonstermeting. De eerste meetkit krijg je na aanvraag thuisgestuurd en is bedoeld voor meerdere en uitgebreidere metingen, waarbij jouw watermonsters ook daadwerkelijk naar een onderzoekslaboratorium worden opgestuurd. De metingen kosten hooguit een uurtje tijd. De Watermonstermeting is heel geschikt voor gezinnen en jonge burgerwetenschappers. Hierbij maak je gebruik van een digitale meetkit en kun je na aanvraag dus direct aan de slag! “Het is ongeveer een half uurtje tot 40 minuutjes werk,” vertelt Hagen.

Resultaten 2020
Het is alweer het derde jaar op rij dat burgerwetenschappers op jacht gaan naar Watermonsters. En dat is zeker geen overbodige luxe, want de waterkwaliteit is op veel plekken ondermaats, zo onthulde het burgeronderzoek in 2020. Slechts 1 op de 5 wateren die de burgeronderzoekers onder de loep namen, bleek van goede kwaliteit te zijn. De rest kent een matige of zelfs slechte kwaliteit. En dat is zorgwekkend. Want de kleine wateren zijn een thuis voor talloze soorten, van vogels tot insecten en van vissen tot planten. Maar die soorten gedijen een stuk minder goed in water van ondermaatse kwaliteit. En die hebben de burgeronderzoekers dus op tal van plaatsen teruggevonden. Het is niet alleen slecht nieuws voor de organismen die zich in dit vieze water moeten zien te redden, maar ook voor de mensen die in de omgeving van deze vieze, stinkende en veelal van organismen ontdane wateren leven.

Mest en rioolwater
Dat de kleine wateren zo vervuild zijn, heeft verschillende oorzaken. Belangrijke bronnen van vervuiling zijn mest en riooloverstorten. “Veel mensen weten dat niet, maar wanneer het hard regent, kan rioolwater – ongereinigd – in oppervlaktewateren geloosd worden. Het ongereinigde rioolwater bevat – net als mest – hoge concentraties nitraat. “Nitraat is een voedingsstof. Dat klinkt misschien heel positief, maar teveel van deze voedingsstof is heel slecht nieuws voor oppervlaktewateren. Het leidt tot heel veel kroos en algen, die het water weer troebel en zuurstofarm maken.” Daarnaast kunnen ook bestrijdingsmiddelen en medicijnresten de kwaliteit van de kleine wateren aantasten.

Gehoopt wordt natuurlijk dat de Watermonsters-campagne dit jaar een wat rooskleuriger beeld gaat schetsen. Maar ook als dat niet het geval is, zijn de metingen van grote waarde. Ze geven namelijk – in aanvulling op metingen die in eerdere jaren zijn uitgevoerd – een completer en gedetailleerder beeld van de waterkwaliteit én de knelpunten. “We willen een nog beter beeld krijgen van de bronnen van vervuiling.” Want uiteindelijk moeten die tenslotte worden aangepakt om de waterkwaliteit op peil te krijgen. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk. “De grootste vervuilingsbronnen zijn mest en rioolwater. Om de vervuiling door meststoffen aan te pakken, heb je aangescherpte, landelijke regels voor het gebruik van mest nodig. Terwijl je voor de aanpak van riooloverstorten weer moet kijken naar een betere inrichting van de waterafvoer. Dat gaat buiten de waterschappen om. En om het nog lastiger te maken, vallen deze twee bronnen van vervuiling onder twee verschillende ministeries. Het is dus lastig. En het kost tijd.” Dat er op dit moment duizenden Nederlanders zijn die zich over de waterkwaliteit van beekjes, plasjes en slootjes in hun omgeving buigen, is daarbij van onschatbare waarde. “Straks hebben we meetresultaten waarmee we naar de ministeries kunnen en die – doordat ze door burgers verzameld zijn – ook laten zien dat burgers waterkwaliteit belangrijk vinden.”

Duizenden mensen zijn al met de meetkits aan de slag gegaan.

Om die waterkwaliteit uiteindelijk aan de door de Europese Unie gestelde normen te laten voldoen, moet nog behoorlijk wat werk verzet worden. Maar ook wijzelf kunnen daarin een verschil gaan maken, zo stelt Hagen. “Let bijvoorbeeld op dat je niet te veel water gebruikt. En kijk eens kritisch naar wat je door de gootsteen spoelt. Want bij harde regenbuien kan dat zomaar in oppervlaktewateren terecht komen. Dat geldt dus ook voor het chloor dat je in de wc spuit.” Maar ook buiten de deur kun je aan de slag. “Haal de tegels uit je tuin en vervang ze door gras of bloemen.” Waar tegels het regenwater afvoeren, kan begroeide aarde het opnemen, waardoor de kans dat riolen overlopen, kleiner wordt. “Wat ook helpt, is een regenton in je tuin plaatsen.” En ook met je eetgedrag kun je een verschil maken. “Bijvoorbeeld door plantaardiger te eten, want de productie van vlees vereist veel water.”

Beter water
Door te meten en bewuster met water om te gaan, kunnen we zo allemaal een steentje bijdragen aan een betere waterkwaliteit. En dat is zonder meer de moeite waard. Want watertjes met een goede waterkwaliteit, zijn prachtig. “Waar water van slechte kwaliteit er vies uitziet, stinkt en weinig diersoorten herbergt, is water van goede kwaliteit mooi schoon en helder. Bovendien bruist het van de biodiversiteit en dat is prachtig om te zien.” En een inspanning waard. Want niets doen, is zeker met het oog op de toekomst absoluut geen optie. “Als de zomers steeds warmer en droger worden – iets wat we nu al zien gebeuren – dan zal de waterkwaliteit kwetsbaarder worden. Want terwijl water door de zomerse hitte verdampt, blijven de vervuilende stoffen gewoon achter, waardoor hun concentratie toeneemt.”

Reden genoeg dus om bewuster om te gaan met al die wateren die we in ons kikkerlandje als zo vanzelfsprekend beschouwen. En ook reden genoeg om één van de meetkits in huis te halen en uit te zoeken hoe het nu eigenlijk in jouw buurt zit. “Het is superbelangrijk,” stelt Hagen. Een beetje verslavend is het ook wel. “Ik hoor van mensen dat ze nadat ze eenmaal zo’n meetkit hebben gebruikt, onwillekeurig bij elk watertje dat ze zien toch even kijken hoe het ermee gesteld is: hoe helder het water is, hoeveel waterplanten en -dieren erin leven. Dat is wat zo’n meetkit doet. Je gaat in de verwondering en nieuwsgierigheid stappen en anders naar water kijken.”