De wolken steken ietsje anders in elkaar dan de wolken op aarde: zo bestaan de wolken op Titan uit methaan.

Ruimtesonde Cassini bestudeerde de maan gedurende elf uur en maakte elke 20 minuten een foto. Die foto’s zijn vervolgens achter elkaar gezet, waardoor we de wolken op het noordelijk halfrond van Titan kunnen zien bewegen.

De langgerekte wolken tussen 49 en 55 graden noorderbreedte vallen het meest op. De snelheid van deze wolken ligt tussen de 7 en 10 meter per seconde.

Maar wie goed kijkt, ziet ook noordelijker – boven de kleine meren – wolken drijven. Deze kleine wolkjes hebben een snelhei van zo’n 1 tot 2 meter per seconde.

De beelden helpen onderzoekers om een beter beeld te krijgen van de wijze waarop wolken op Titan ontstaan, bewegen en weer verdwijnen. Modellen voorspellen dat er aan het begin van de zomer op het noordelijk halfrond van Titan meer wolken zouden moeten ontstaan dan nu het geval is. Het suggereert dat we de veranderende seizoenen op Saturnus’ grootste maan nog altijd niet helemaal doorgronden. Maar wellicht komt daar nog verandering in: Cassini blijft de maan nog even in de gaten houden.