Nederlands onderzoek wijst erop dat de cellen van mensen die lang leven anders op problemen reageren.

Onderzoeker Pim Dekker van de universiteit van Leiden bestudeerde het DNA van 60-jarige kinderen van ouders die zelfs 90 waren. Alle proefpersonen maakten deel uit van de Leiden Lang Leven Studie: een onderzoek naar 420 families met daarin minstens twee langlevende broers (89 jaar of ouder) of zussen (91 jaar of ouder).

Problemen
Dekker ontdekte dat de cellen van langlevenden anders reageren op problemen. Wanneer een cel beschadigd raakt, kan deze op drie manieren reageren. Of deze repareert zichzelf. Of de cel stopt met delen of de cel sterft gecontroleerd af. Wanneer we ouder worden, is een cel niet meer zo goed in staat om zichzelf te repareren en ook de aanmaak van nieuwe cellen is lastig. Beschadigde cellen van langlevenden bleken veel vaker dan de cellen van bijvoorbeeld hun partners gecontroleerd af te sterven. Zo wordt kanker voorkomen. Ook stoppen de cellen van langlevenden minder snel met delen. Dekker moet concluderen dat de reactie van de cellen van langlevenden veel wegheeft van de reactie van cellen van jongeren.

WIST U DAT…

…de naakte molrat ons mogelijk veel kan leren over een lang leven?

Genen
Die reactie van de cellen heeft alles te maken met genen. Want cellen bestaan uit eiwitten en het ‘ontwerp’ van deze eiwitten wordt door ons DNA bepaald. De cellen van mensen die lang leven zijn anders. En dat geldt ook voor de cellen van hun kinderen, zo blijkt uit dit onderzoek. Zestigjarige kinderen van langlevenden bleken net als hun ouders een kleinere kans op diabetes en hart- en vaatziekten te hebben. Zelfs als het genetische materiaal van de langlevende met dat van hun partner vermengd, is het effect van de goede genen van de langlevende ouder nog zichtbaar.

Het onderzoek is heel belangrijk, zo legt Dekker uit. “Ouderdomsverschijnselen komen door veranderingen in biologische mechanismen. De kunst is om medicijnen te ontwikkelen die op die mechanismen ingrijpen en zo de gevolgen van ouderdomsziekten, als Alzheimer of diabetes, voorkomen of helpen repareren.” Nader onderzoek dat voortbouwt op het werk van Dekker moet dan ook uiteindelijk leiden tot betere behandelingen van deze ouderdomsziekten.