Onderzoekers vonden ooit enkele zeer oude mummies in de noordelijke woestijn van Chili. De doodsoorzaak was lang onduidelijk. Wetenschappers zijn er nu echter uit: de oude Chilenen dronken giftig water. In hun drinkwater bevond zich veel arsenicum en dat leidde tot kanker in de huid, longen, blaas en nieren.

De onderzoekers analyseerden de haren van de mummies en concluderen dat de eerste Chilenen zo’n 7000 jaar geleden al vergiftigd werden. Arsenicum bevindt zich in grote hoeveelheden in het drinkwater en heeft de oude Chilenen honderden jaren op rij vergiftigd. Ze hebben het zelf nooit geweten; het gif is smaak- en geurloos.

Smeltwater
“Ik geloof dat deze oude mensen voortdurend aan arsenicum werden blootgesteld door vergiftigd water te drinken,” vertelt onderzoeker Bernardo Arriaza. Het is niet zo dat mensen in Chili doelbewust vergiftigd werden; arsenicum zat er simpelweg altijd al in het water. Dergelijke giftige metalen komen uit stenen en vulkanische hellingen en worden door smeltwater mee naar beneden genomen.

Importbruid
Uit de analyses konden de onderzoekers nog veel meer informatie over de Chinchorro peuteren. Zo bleken ook mensen die oorspronkelijk uit gebieden met veel minder arsenicum in het drinkwater kwamen veel van de giftige stof in hun haren te hebben. Dat wijst erop dat de oude Chilenen hun partners van ver haalden. Soms wel 95 kilometer verderop.

Mummies
Nadat de oude Chilenen stierven, werden ze gemummificeerd (zie de foto hiernaast, door B. Arriaza); hun organen werden verwijderd en vervangen door olie en riet. De oudste mummie is zo’n 7000 jaar oud en het Chileense volk – de Chinchorro – geldt als de eerste samenleving die alle doden mummificeerde.

De dreiging van het vergiftigde water is opvallend genoeg nog steeds niet voorbij. Het drinkwater in de vallei waar de Chinchorro woonde, bevat honderd keer meer arsenicum dan eigenlijk zou mogen. De bewoners halen hun water dan ook gedwongen ergens anders.