kaartje

Wanneer een chimpansee een appel ziet en een kreet slaakt, is dat niet van opwinding. Hij verwijst met die kreet naar die specifieke appel en kan die kreet – indien nodig – ook veranderen. Dat blijkt uit onderzoek.

Tijdens eerdere onderzoeken is al aangetoond dat chimpansees kreten slaken waarmee ze naar specifieke objecten verwijzen. Zo hebben ze bijvoorbeeld bepaalde kreten voor voedsel. Wetenschappers namen echter altijd aan dat de chimpansees die kreten slaakten, omdat ze opgewonden waren. Gedacht werd dat de primaten ze ongecontroleerd uitstootten. Maar dat klopt niet, zo tonen onderzoekers nu aan.

De onderzoekers bestudeerden volwassen chimpansees die vanuit de Beekse Bergen naar een dierentuin in Edinburgh verhuisden. Voordat de ‘Nederlandse’ apen verhuisden, hadden ze een specifieke ‘grom’ waarmee ze naar appels verwezen. Die ‘grom’ onderscheidde zich van de ‘grom’ waarmee de apen in Edinburgh naar appels verwezen. Maar nadat de twee groepen apen elkaar ontmoet hadden en een tijdje hadden samengeleefd, was de ‘grom’ van de Nederlandse chimpansees veranderd. Deze was sterk gaan lijken op de ‘grom’ van de chimpansees in Edinburgh. “De voorkeur die de chimpansees voor appels hadden, was in deze periode hetzelfde gebleven,” legt onderzoeker Simon Townsend uit. “Maar de ‘grom’ was veranderd.”

Uit het onderzoek blijkt verder dat het luisteren naar de iets andere kreten van de Schotse apen niet genoeg was voor de Nederlandse apen om hun kreten te veranderen. Pas nadat er hechte vriendschappen waren ontstaan tussen de Nederlandse en Schotse chimpansees ging de kreet die de Nederlandse primaten gebruikten om naar een appel te verwijzen, lijken op de kreet die de Schotse primaten gebruikten. Het toont aan dat chimpansees in staat zijn om de structuur van betekenisvolle, specifiek naar objecten verwijzende kreten aan te passen. En dat vertelt ons weer meer over waar wij mensen die vaardigheid vandaan hebben. “Het feit dat niet alleen mensen, maar ook chimpansees specifiek naar objecten verwijzende kreten kunnen slaken, suggereert dat onze gezamenlijke voorouder – die meer dan zeven miljoen jaar geleden leefde – ook over deze vaardigheid beschikte.”