Wetenschappers onderzochten videobeelden van een groep chimpansees in een Schots wildlifepark en kwamen voor een verrassing te staan toen één van de apen – het vijftigjarige vrouwtje Pansy – stierf. De achtergebleven dieren rouwden en hadden daarbij opvallend veel weg van mensen.

“In de dagen voordat Pansy stierf, waren de andere chimpansees opvallend aandachtig naar haar toe en ze wijzigden zelfs hun slaapritme om bij haar te kunnen blijven,” vertelt onderzoeker James Anderson. Een ouder vrouwtje en de dochter van Pansy zaten in de laatste uren bij Pansy en streelden haar.

Zodra Pansy is gestorven, probeert haar zoon te achterhalen of ze echt gestorven is. Hij springt op en neer, trekt aan haar armen en probeert haar mond te openen. Als blijkt dat ze nergens op reageert, begint hij het stro van haar gezicht te verwijderen.

Uit een tweede onderzoek bleek dat de chimpansees moeite hebben om de dode los te laten. In een andere groep stierven een aantal apen door griep. Onder hen bevonden zich ook twee kinderen. Nadat zij gestorven waren, droegen de moeders ze nog 68 dagen met zich mee. Toen ze de lichamen eindelijk achterlieten, waren deze al in verval geraakt. De wetenschappers herkenden hierin veel van de mens. “Zeker bij mensen is het verlies van een geliefde een immens pijnlijke ervaring en het verlies van een kind is zeker onvoorstelbaar pijnlijk,” vertelt onderzoeker Dora Biro. “Ook al handelen wij niet hetzelfde als de chimpansees, we laten het kind ook liever niet los.”

Met het oog op de uitkomsten van deze twee onderzoeken, pleit Anderson ervoor om zieke en stervende chimpansees, mits ze geen besmettelijke aandoening hebben, niet uit de groep te verwijderen. In de meeste gevallen worden zieke chimpansees wel weggehaald en krijgen ze een spuitje. “In sommige gevallen is het meer menselijk om oude apen de kans te bieden om in een vertrouwde omgeving te sterven,” meent Anderson.