In vergelijking met de periode voor de Industriële Revolutie zijn de temperaturen wereldwijd flink gestegen. China is verantwoordelijk voor tien procent van de totale stijging van de afgelopen dertig jaar.

Het is een aanname dat de industrialisatie van China heeft geleid tot een versnelde opwarming van de aarde. Tot op heden was echter niet bekend hoe groot het aandeel van het Aziatische land was. Wetenschapper Bengang Li en zijn collega’s gebruikten verschillende atmosferische en biogeoscheikundige modellen – in combinatie met keiharde data – om het effect van de Chinese industrialisatie te meten.

Zo droeg China de afgelopen dertig jaar voor twaalf procent (~2%) bij aan de uitstoot van broeikasgassen. Toch is er ook een verkoelende factor, namelijk de uitstoot van sulfaat en nitraat. Dit stimuleert wolkvorming, waardoor de aarde afkoelt. Wetenschappers noemen dit negatieve stralingsforcering. China wil de komende jaren de luchtkwaliteit verbeteren, maar dat betekent dat er minder zwaveldioxide zal worden uitgestoten. Dit heeft als gevolg dat de opwarming van de aarde versnelt. Het is belangrijk dat de regering zich ook focust op het terugbrengen van broeikasgassen die zorgen voor een positieve stralingsforcering en die het systeem dus opwarmen.

Overigens benadrukken de onderzoekers in het laatste deel van de paper dat deze conclusie geen wijzende vinger naar China is. Zo woont 19% van de totale wereldbevolking in China en heeft het land een bruto nationaal product van 10.380.380 (in miljoenen Amerikaanse dollars), wat 12% is van het globale bnp. Na de Verenigde Staten heeft China het grootste bnp. Ver daarachter komen Japan, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Kortom, een negatieve bijdrage van 10% past bij een groot land als China.