Chinese ambtenaren hebben 170 ton bedorven melkpoeder gevonden en twee melkbedrijven gesloten. De vondst bewijst dat de vele sterfgevallen door bedorven melk in 2008 weinig indruk op de melkindustrie heeft gemaakt; veel bedorven poeder dat toen vernietigd had moeten worden, is gewoon opnieuw ingepakt en verkocht.

De bedorven melk is onder meer opgedoken in Shanghai en de provincies Shaanxi, Shandong, Liaoning, Guizhou, Hebei en Jilin. De kwestie brengt de Chinese overheid in een lastig pakket nu zij juist had aangekondigd de kwaliteit van voedsel strenger in de gaten te houden.

De laatste ontdekking draait om 170 ton bedorven melkpoeder. Daarvan is zo’n 72 ton gevonden. De rest is al opnieuw ingepakt en aan diverse bedrijven verkocht.

De fabrikanten hebben de melk bedorven door er melamine aan toe te voegen. Melamine bevat veel stikstof en daardoor komt de melk heel proteïnerijk over. In kwaliteitstesten wordt de hoeveelheid stikstof getest en komt de melk met melamine dus als beste uit de bus.

De bedorven melk duikt nu bij diverse kleine bedrijven op. Zij krijgen het van andere producenten en hebben niet de middelen om het stikstofgehalte te meten. Het is dan ook maar zeer de vraag of China de bedorven melk geheel uit de productie kan halen. De kans is namelijk groot dat bedrijven nog veel meer bedorven melk hebben liggen en dit geleidelijk aan verspreiden.

Het melkschandaal in 2008 was de ergste voedselcrisis in de geschiedenis van China. Honderdduizenden baby’s werden ziek en sommigen overleefden het giftige melamine niet. De opsporing van de bedorven melk was lastig en de regering dwong producenten niet om de melk te vernietigen. Wel werden zij daartoe aangespoord met een handleiding waarin exact stond hoe men met de bedorven melk moest omgaan.