james-bond-cover

De CIA heeft in de jaren ’50 en ’60 ideeën voor wapens en gadgets opgedaan door de James Bond-boeken ‘Goldfinger’ en ‘From Russia With Love’ te lezen. Dat blijkt uit onderzoek van de universiteit Warwick. Ook gebruikte de CIA de boeken om het eigen imago wat op te poetsen.

Onderzoeker Christopher Moran trekt die conclusie nadat hij vrijgegeven brieven die Ian Fleming – de schrijver van de James Bond-boeken – en Allen Dulles – een voormalige directeur van de CIA – aan elkaar schreven, analyseerde. Uit de brieven blijkt dat er een nauwe band was tussen de CIA en de schrijver van de James Bond-boeken. De twee partijen leerden van elkaar. “De CIA en de James Bond-boeken hadden tijdens de Koude Oorlog verrassend genoeg invloed op elkaar,” vertelt Moran. “En dat kwam voort uit het feit dat Allen Dulles en Ian Fleming elkaar bewonderden.”

Gadgets
De invloed die de twee op elkaars werk hadden, was groot, zo verraden de brieven. In 1959 ontmoetten Dulles en Fleming elkaar in Londen waar Fleming aan Dulles vertelde dat de CIA te weinig deed met ‘speciale apparaten’. Toen Dulles terugkeerde naar de VS gaf hij de technische jongens van de CIA opdracht om zoveel mogelijk gadgets uit James Bond na te maken. Zo ontwikkelde de CIA bijvoorbeeld schoenen waar een met gif ingesmeerde dolk uit kon schieten (uit ‘Russia with Love’). Lang niet al die na-aperij pakte overigens goed uit. Zo ontwikkelde de CIA ook een apparaatje dat in ‘Goldfinger’ gebruikt wordt om de auto van de slechterik te volgen. Helaas bleek de CIA de bugs er maar niet uit te kunnen halen en werkte het apparaat niet meer zodra de slechterik een drukke stad binnenkwam.

Fan

Uit de briefwisseling tussen Dulles en Fleming blijkt ook dat Dulles een grote fan was van James Bond. In 1963 haalt hij Fleming zelfs over om de beroemde geheim agent niet met pensioen te laten gaan.

Imago
Maar de CIA profiteerde nog op een andere manier van James Bond. Zo zorgden de boeken ervoor dat het publiek een beeld kreeg van wat een geheim agent deed en werd het imago van de CIA flink opgepoetst. Dulles vroeg Fleming namelijk expliciet om lovend over de CIA te schrijven. Fleming deed dat, uit respect voor Dulles. “In de eerste 007-boeken, geschreven in de jaren vijftig maken miljoenen lezers voor het eerst kennis met de CIA, middels het karakter van CIA-agent Felix Leiter. Hoewel Fleming voornamelijk een positief beeld van de CIA schetst, laat hij er geen twijfel over bestaan dat de Britse inlichtingendiensten superieur zijn. In ‘Live and Let Die’ bijvoorbeeld wordt Leiter afgeschetst als een knoeier, die zich maar niet kan mengen met de lokale bevolking en gedwongen wordt om te vertrouwen op betaalde informanten. Maar in de latere boeken, wanneer de vriendschap tussen Dulles en Fleming sterker wordt, schetst Fleming een veel rooskleuriger beeld van de CIA. In ‘Thunderball’ spreekt Bonds baas ‘M’ bijvoorbeeld enthousiast over de manier waarop de CIA zich zonder eigen belang in dienst stelt van de vrijheid.” In ruil voor die positieve woorden sprak Dulles in de Amerikaanse media weer heel lovend over het werk van Fleming.

Opvallend
Dat er zulk nauw contact was tussen de CIA-baas en een schrijver is al opvallend. Maar nog opvallender is dat Fleming zo openlijk over de CIA schrijven mocht. “Het is opvallend dat dit gaande was in een tijd waarin de media de CIA niet mocht noemen, terwijl Fleming – een Britse auteur – mocht zeggen wat hij wilde. Gedurende een lange tijd hadden de James Bond-boeken een monopolie op het publieke imago van de CIA en het agentschap profiteerde daarvan.”

Het onderzoek van Moran verschijnt in het blad Journal of Cold War Studies.