Nieuw onderzoek kan mogelijk verklaren waarom de ene jongere de verleiding van alcohol kan weerstaan, terwijl de ander zich in coma zuipt. Het verschil zou deels te verklaren zijn door het gen RASGRF-2. Mensen met een bepaalde variatie van dit gen zouden sneller naar de fles grijpen.

Uit eerder onderzoek bleek al dat het gen RASGRF-2 een rol speelt bij alcoholmisbruik. Maar welke rol precies? Dat wisten onderzoekers niet. Een nieuwe studie brengt daar verandering in, zo is te lezen in het blad Proceedings of the National Academy of Sciences. Wetenschappers van King’s College London achterhaalden hoe dit gen ervoor kan zorgen dat mensen zichzelf met drank de vernietiging in helpen.

Beloning
Wanneer mensen alcohol – of andere verslavende middelen – tot zich nemen, wordt het dopaminesysteem in het brein actief. Dit geeft ons een goed gevoel: het beloont ons als het ware voor het feit dat we die verslavende middelen gebruiken. “Mensen zoeken naar situaties die leiden tot een beloning en ze gelukkig maken, dus als je hersenen geprogrammeerd zijn om alcohol lonend te vinden, dan zoek je daarnaar,” vertelt onderzoeker Gunter Schumann. “Wij begrijpen nu hoe die kettingreactie op gang komt, hoe onze genen deze functie in het brein vorm geven en hoe dat weer leidt tot bepaald menselijk gedrag. Wij ontdekten dat het RASGRF-2-gen een cruciale rol speelt in hoe alcohol het brein stimuleert om dopamine – en dus die beloning – los te laten. Dus als mensen een bepaalde genetische veriant van het RASGRF-2-gen hebben, geeft alcohol ze een grotere beloning en dat maakt het waarschijnlijker dat ze uitgroeien tot zware drinkers.”

WIST U DAT…

Muizen
De onderzoekers experimenteerden met muizen. Ze namen het RASGRF-2-gen in de dieren weg en keken hoe deze vervolgens op alcohol reageerden. De muizen bleken niet meer zo sterk naar alcohol op zoek te zijn. En als ze alcohol dronken, dan liet het brein geen dopamine los en werden ze daar dus ook niet voor beloond.

Variatie
Ook bestudeerden de wetenschappers het brein van 663 veertienjarige jongens die nog niet aan grote hoeveelheden alcohol waren blootgesteld. Ze ontdekten dat jongens met genetische variaties in het RASGRF-2-gen meer activiteit vertoonden in het ventrale striatum – het beloningscentrum in het brein – wanneer zij na een cognitieve inspanning beloond werden. Dat wijst erop dat een genetische variantie in het RASGRF-2-gen ertoe leidt dat meer dopamine wordt vrijgegeven om mensen te belonen en mensen dus ook meer plezier beleven aan de gebeurtenis die aan de beloning voorafgaat.

Drinken
Om er zeker van te zijn dat deze jongens op latere leeftijd ook meer zouden drinken dan hun leeftijdsgenoten zonder de genetische variatie, bestudeerden de onderzoekers de jongens nogmaals toen deze zestien jaar oud waren. Uit het onderzoek bleek inderdaad dat jongens met een variatie in het RASGRF-2-gen op hun zestiende frequenter alcohol dronken dan jongens zonder die variatie.

De onderzoekers suggereren dat het mogelijk is om al vroeg vast te stellen welke jongeren een grotere kans lopen alcohol te gaan misbruiken. En zo kunnen er dus voor een jongere alcohol gaat misbruiken maatregelen worden genomen om dat te voorkomen.