Het geeft meer inzicht in de wijze waarop planeten de benodigde ingrediënten voor leven kunnen verkrijgen.

Rond jonge sterren vinden we een gas- en stofschijf waarin planeten kunnen ontstaan. Eerder zijn in dergelijke protoplanetaire schijven al twee soorten complexe organische moleculen ontdekt: acetonitril – een stofje dat naar amandelen ruikt – en methanol. Maar dankzij een nieuw onderzoek kunnen we dat rijtje nu uitbreiden. Rond de ster V883 Orionis hebben onderzoekers met behulp van het Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) onder meer aceetaldehyde en methylformiaat aangetroffen.

Leven
Onderzoekers vragen zich al een tijdje af hoe ingrediënten voor leven in de ruimte ontstaan en hun weg weten te vinden naar planeten. De ontdekking van complexe organische moleculen in de schijf rond V883 Orionis is belangrijk voor het beantwoorden van deze vragen. We zien immers dat het materiaal waaruit planeten ontstaan reeds rijk is aan een breed scala aan organische moleculen.


Over V883 Orionis
Dat onderzoekers ALMA juist op V883 Orionis richtten, heeft een goede reden. V883 Orionis is namelijk op een voor onderzoekers goede manier heel bijzonder. Normaal gesproken is het zo dat de temperatuur in het grootste deel van de schijf rond een jonge ster zo laag is dat de meeste moleculen – waaronder bijvoorbeeld water, methaan en koolstofmonoxide – vastvriezen aan de stofdeeltjes. En dat maakt het lastig om vast te stellen welke moleculen in de protoplanetaire schijf te vinden zijn. Vandaar dat er tot op heden ook maar twee soorten complexe organische moleculen in protoplanetaire schijven zijn teruggevonden.

Afbeelding: M. van ’t Hoff.

Maar zoals gezegd: V883 Orionis is anders. Deze ster is maar ietsje zwaarder dan onze zon, maar geeft 400 keer meer energie af en is dus veel helderder en warmer. Bovendien neemt de helderheid van deze ster zo af en toe flink toe doordat materiaal vanuit de omringende stof- en gasschijf op het oppervlak van de ster valt. Tijdens zo’n tijdelijke energie-uitbarsting wordt het binnenste deel van de protoplanetaire schijf opgewarmd en verdampt de ijslaag op de stofdeeltjes, waardoor moleculen vrijkomen en geïdentificeerd kunnen worden. En dat is precies wat onderzoekers nu hebben gedaan.

Uiteindelijk neemt de helderheid van V883 Orionis weer af en vriezen de organische moleculen weer aan de stofdeeltjes vast. Sommige van die met ijs bedekte stofdeeltjes vormen kometen die weer in kunnen slaan op jonge planeten in de protoplanetaire schijf. De planeten worden zo getrakteerd op de organische moleculen die mogelijk weer een bijdrage kunnen leveren aan het ontstaan van leven op die planeten.