complot

Na een ramp of ongeluk duiken ze al snel op: complottheorieën. Maar wat zorgt ervoor dat mensen vatbaar zijn voor die theorieën?

Onderzoekers hadden daar hun eigen theorieën over. Zo stellen sommige onderzoekers dat mensen die geloven in complottheorieën niet geneigd zijn om in toeval of een samenloop van omstandigheden te geloven. Wanneer er bijvoorbeeld een ongeluk plaatsvindt met een trein dan kunnen ze zich niet voorstellen dat zoiets ‘zomaar’ kan gebeuren en gaan ze op zoek naar een reden voor het ongeluk. Ze denken bijvoorbeeld dat de overheid het ongeluk veroorzaakt heeft om er een slaatje uit te kunnen slaan.

Hypothese
Een nieuw onderzoek stelt nu echter dat er geen bewijs is dat mensen die complotten zien niet geloven dat dingen ‘zomaar’ kunnen gebeuren. “We kunnen de hypothese dat de neiging om toeval te verwerpen of een patroon te zien terwijl dat er niet is, samenhangt met het onderschrijven van complottheorieën niet bevestigen,” stelt onderzoeker Sebastian Dieguez.

Experiment
Dieguez baseert die conclusie op verschillende experimenten. Tijdens zo’n experiment liet hij proefpersonen kijken naar een serie van 12 X-en en 12 O’s. De proefpersonen kregen te horen dat sommige reeksen tot stand waren gekomen door een munt op te gooien en dus volledig door het toeval waren samengesteld. Andere reeksen waren niet door toeval samengesteld en waren bijvoorbeeld het resultaat van computercalculaties of vertegenwoordigden het aantal keren dat een sportteam gewonnen en verloren had. De proefpersonen kregen veertig reeksen te zien en moesten aangeven welke reeksen volgens hen door het toeval waren samengesteld. Daarna werd onderzoek gedaan naar de mate waarin proefpersonen in complottheorieën (zoals de theorie die stelt dat de maanlanding nep was) geloofden. Op basis van dit experiment konden de onderzoekers niet bewijzen dat proefpersonen die geneigd waren om complottheorieën te geloven sterker geneigd waren om patronen te zien in de letterreeksen. De overige experimenten onderschrijven dat.

“Complottheorieën zijn wijdverspreid en ontwikkelen zich steeds sneller, soms binnen enkele minuten na een dramatische gebeurtenis,” stelt Dieguez. “Onderzoek heeft aangetoond dat ze beslissingen omtrent gezondheid, politiek en verkiezingen en het vertrouwen in de wetenschap beïnvloeden en ten grondslag liggen aan extremistische en gewelddadige acties. Ons onderzoek draagt bij het aan het begrip van de psychologische en sociale mechanismen die de complottheorieën mogelijk maken.”