ebola

Het ebola-virus werd wereldnieuws toen de Wereldgezondheidsorganisatie eind maart melding maakte van een uitbraak. Maar een door wetenschappers ontwikkeld computerprogramma blijkt het virus negen dagen eerder al gespot te hebben.

Het programma – HealthMap genaamd – speurt het internet af op zoek naar informatie over infectieziektes. Dat kunnen krantenberichten zijn, maar ook ooggetuigenverslagen en officiële verklaringen van organisaties zoals de Wereldgezondheidsorganisatie. Aan de hand van al die informatiebronnen schetst HealthMap een beeld van infectieziekten wereldwijd en het effect dat deze ziekten op de gezondheid van mensen en dieren hebben. Het doel van het programma is om door een snelle bundeling van informatie ziektes die uit kunnen groeien tot een groot en/of wereldwijd probleem zo vroeg mogelijk op te sporen en bij de wortel aan te pakken.

De tijdlijn
Op 14 maart merkte het computerprogramma voor het eerst een verdachte ziekte op die in Guinee aan acht mensen het leven kostte. Enkele dagen later vindt het programma een nieuwsbericht waarin melding wordt gemaakt van 23 mensen in Guinee die in de afgelopen anderhalve maand door toedoen van de mysterieuze ziekte zijn overleden. De symptomen van die ziekte zijn: diarree, overgeven, bloedingen en zeer hoge koorts. De meeste slachtoffers hadden contact gehad met andere slachtoffers. Het nieuwsbericht meldt dat er onderzoek wordt gedaan door onder meer Franse autoriteiten. Op 21 maart vindt het computerprogramma een update: het aantal slachtoffers in Guinee is gestegen naar 29. Onderzoekers zijn er nog niet helemaal uit om wat voor ziekte het gaat. Ze twijfelen tussen het ebola-virus en het Marburgvirus. Een dag later kan bevestigd worden dat het om het ebola-virus gaat en vindt Healthmap een nieuwsbericht dat suggereert dat het virus ook in Sierra Leone is opgedoken. Op 23 maart maakt de Wereldgezondheidsorganisatie melding van het virus en wordt het wereldnieuws.

Verspreiding
HealthMap volgt het ebola-virus nog altijd op de voet. De tijdlijn laat zien hoe het virus zich over West-Afrika verspreidt. Na Guinee (waar inmiddels 367 mensen aan het virus zijn overleden), drong het ook Sierra Leone (298 doden), Liberië (294 doden) en Nigeria (2 doden) binnen.

Het ebola-virus wordt waarschijnlijk verspreid door vleermuizen. Mensen kunnen besmet raken als ze in aanraking komen met vleermuizen die het virus onder de leden hebben. Ook kunnen ze besmet raken als ze in aanraking komen met een tussengastheer, bijvoorbeeld apen of varkens die het virus door toedoen van vleermuizen onder de leden hebben gekregen. Men kan het virus ook onder de leden krijgen door het consumeren van melk, bloed, rauw of onvoldoende verhit vlees van besmette dieren. Het virus kan vervolgens van mens op mens worden overgedragen door onder meer direct contact, contact met bloed of andere lichaamssappen van besmette mensen. Zodra mensen besmet raken kan het tussen de twee tot 21 dagen duren voor de eerste symptomen ontstaan. Die symptomen zijn onder meer: plotselinge hoge koorts, hoofdpijn en misselijkheid gevolgd door braken, diarree en minder goed functioneren van de lever en nieren. In sommige gevallen ontstaan bovendien bloedingen. Het virus blijft besmettelijk zolang de virusdeeltjes bij mensen in het bloed zitten: tot 61 dagen nadat men ziek is geworden. De overlevingskansen van mensen die het ebola-virus oplopen, lopen sterk uiteen en zijn onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de gezondheidszorg. Officieel is er geen specifieke behandeling tegen het ebola-virus, maar enkele met het virus besmette mensen zijn onlangs succesvol behandeld met een experimenteel medicijn dat in de toekomst wellicht ingezet kan worden om het virus te bestrijden.