Blijkbaar voelen we niet aan wanneer we moeten stoppen met praten – of juist moeten doorgaan.

Dat schrijven onderzoekers in het blad PNAS. Ze baseren zich op meer dan 900 conversaties. Na afloop van elke conversatie werd aan de mensen die met elkaar gesproken hadden, gevraagd het moment aan te wijzen waarop ze wilden stoppen met converseren. Het onderzoek wijst uit dat conversaties bijna nooit eindigen op het moment dat beide gesprekspartners dat willen. Ook komen ze zelden ten einde op het moment dat slechts één van de twee mensen die met elkaar in gesprek zijn, dat graag zou zien. En gemiddeld bleek de discrepantie tussen de gewenste duur van de conversatie en de daadwerkelijke duur van de conversatie grofweg vergelijkbaar met de helft van de duur van de conversatie.

Verbazingwekkend
Het is verbazingwekkend, zo stelt onderzoeker Adam Mastroianni in gesprek met Scientias.nl. “Mensen zijn een groot deel van de dag met anderen in gesprek, dus het is verrassend dat die conversaties zelden eindigen wanneer we dat willen.”

In de studie opperen de onderzoekers dat conversaties een klassiek voorbeeld zijn van een ‘coördinatieprobleem’. “Dat is een situatie waarin wat ik doe sterk afhankelijk is van wat ik denk dat jij gaat doen,” legt Mastroianni uit. “Bijvoorbeeld: stel je voor dat we afspreken om te gaan lunchen. Het is onbeleefd om iemand te laten wachten, dus als ik denk dat jij op tijd komt, dan zou ik ook op tijd moeten zijn. Maar als ik denk dat jij te laat komt, kan ik ook wat later komen. Op het juiste moment bij het restaurant arriveren is echter vrij eenvoudig, omdat we het elkaar kunnen vertellen als we ietsje later zijn. Maar op het juiste moment een conversatie beëindigen, is lastiger, omdat we elkaar niet vertellen wanneer we willen stoppen of door willen praten.”

“Het suggereert dat het net zo lastig is om een conversatie met je echtgenoot te beëindigen als het is om een gesprek met een vreemde af te sluiten”

Vreemden en bekenden
De onderzoekers bestudeerden voor hun studie niet alleen conversaties tussen mensen die elkaar nog niet eerder gesproken hadden; ze analyseerden ook gesprekken tussen bekenden. Misschien zou je verwachten dat gesprekken tussen mensen die elkaar goed kennen en elkaar dus vaker spreken, wel eindigen rond het moment waarop beide gesprekspartners dat willen. Maar niets is minder waar. “De resultaten van conversaties tussen bekenden en vreemden waren opmerkelijk genoeg vergelijkbaar: mensen eindigden de conversaties niet wanneer ze dat wilden en het verschil tussen wat zij wilden en wat ze deden, was net zo groot. Het suggereert dat het net zo lastig is om een conversatie met je echtgenoot te beëindigen als het is om een gesprek met een vreemde af te sluiten. Dat klinkt misschien gek, want zijn we bij vreemden niet beleefd en bij vrienden en bekenden wat meer op ons gemak? Wij zien het als volgt: wat mensen ‘beleefdheid’ noemen in gesprek met vreemden is hetzelfde als wat zij ‘vriendelijkheid’ noemen in gesprek met bekenden. Als een vreemde je een lang en saai verhaal vertelt, kun je misschien een smoes bedenken en ermee wegkomen. Maar als je echtgenoot je een lang en saai verhaal vertelt, is het heel lastig om te ontsnappen!”

Ongemakkelijk
Zowel in gesprekken met vreemden als met bekenden verbergen we dus onze verlangens. En dat heeft een prijs. “Elke dag besteden mensen miljoenen uren aan conversaties waar ze eigenlijk uit willen stappen en missen ze miljoenen uren aan gesprekken die ze eigenlijk wel hadden willen voeren.” Maar echt kwaad kan zo’n ongecoördineerd gesprek nu ook weer niet, volgens Mastroianni. “Onze proefpersonen gaven aan een fijne tijd te hebben gehad terwijl ze in gesprek waren,” aldus Mastroianni. “En hoewel de proefpersonen het als minder prettig ervoeren wanneer ze het gevoel hadden vast te zitten in de conversatie, hadden ze het alsnog middelmatig naar hun zin. Dus hoewel het logisch is dat conversaties soms wat ongemakkelijk aanvoelen kun je – in plaats van te zwelgen in dat ongemakkelijke gevoel – maar beter genieten van de tijd die je hebt, weggaan als je het gevoel hebt dat het moment daarvoor is aangebroken en er verder niet al te veel over piekeren.”

De toch wel opzienbarende conclusies van Mastroianni en collega’s roepen verder vooral veel nieuwe onderzoeksvragen op, zo moet de onderzoeker bekennen. “Er valt nog zoveel te leren over conversaties. Zijn mensen beter af als ze een gesprek eindigen wanneer ze dat willen? Gebeurt hetzelfde in groepsconversaties?” Ook vraagt hij zich af waar het coördinatieprobleem zijn oorsprong vindt. “Zijn we slecht in staat om de signalen van onze gesprekspartners op te vangen of zijn we allemaal gewoon heel goed in staat om die signalen te verbergen? Komen mensen vast te zitten in conversaties of verlaten ze deze juist eerder, omdat er niet zo heel veel momenten zijn waarop het gepast is om een gesprek af te kappen? Dat zijn vragen die ik graag beantwoord zou zien.”