Doordat we massaal thuisbleven, daalde de uitstoot door fossiele brandstoffen met maar liefst 7(!) procent.

In de afgelopen eeuw hebben we onze uitstoot op jaarbasis wel vaker even iets zien terugvallen. Zo werd er in 1981 0,5 miljard ton CO2 minder uitgestoten dan het jaar ervoor. En in 1992 nam de uitstoot met 0,7 miljard ton af. Terwijl in 1945 een afname van 0,9 miljard ton CO2 genoteerd werd. Het is zomaar een greep uit de jaren die te boek staan als perioden waarin onze uitstoot significant daalde. Maar ze komen geen van allen in de buurt bij het jaar 2020, waarin de hoeveelheid CO2 die we door het verbranden van fossiele brandstoffen uitstoten, maar liefst 2,4 miljard ton lager uitvalt dan in 2019. Het is een recordbrekende daling van maar liefst 7 procent die natuurlijk te herleiden is naar de uitbraak van het coronavirus en de daaropvolgende lockdowns.

Schattingen
Naar verwachting leidt het verbranden van fossiele brandstoffen dit jaar tot een CO2-uitstoot van zo’n 34 miljard ton CO2. Dat is dus 2,4 miljard ton minder dan in 2019.

De totale door mensen veroorzaakte uitstoot wordt voor dit jaar geschat op 39 miljard ton CO2. In dit laatstgenoemde cijfer is naast de uitstoot door het verbranden van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld ook CO2 meegenomen dat vrijkomt als we bomen omhakken.

Lockdowns
Dat de uitstoot in 2020 zoveel lager uitvalt, heeft alles te maken met de lockdowns die dit voorjaar in tal van landen werden afgekondigd en bedoeld waren om het coronavirus te beteugelen. Mensen bleven massaal thuis, waardoor de uitstoot van transportvoertuigen op het land halveerde. En ook de uitstoot van vliegverkeer daalde sterk. Daarnaast zagen onderzoekers ook de uitstoot van de industrie in het voorjaar met ongeveer een derde afnemen.

April-december
De sterkste daling in de CO2-uitstoot zagen onderzoekers in de eerste helft van april, toen veel landen – onder meer in Europa – strikte lockdowns implementeerden. Naarmate het jaar vorderde, gingen mensen weer vaker de hort op en dat zien we terug in de uitstoot; die nam vanaf april langzaam weer toe. Toch zit deze nog lang niet op het niveau van 2019, zo stellen de onderzoekers. Tegen december lag de uitstoot van wegtransport nog zo’n 10 procent onder het niveau van 2019. En de uitstoot van vliegtransport ligt – vanwege beperkingen die nog steeds gelden – zelfs nog steeds 40 procent onder de uitstoot die in 2019 voor rekening van het vliegverkeer kwam. De uitstoot van de industrie daarentegen lijkt alweer een eind op het niveau van 2019 te zitten.

Wereldwijd gezien nam de uitstoot dus sterk af. Maar op landsniveau zijn de verschillen groot. Zo nam de uitstoot van de EU met maar liefst 11 procent af. Terwijl in China een afname van slechts 1,7 procent werd genoteerd. Het is te herleiden naar het verloop van de virusuitbraak én het klimaatbeleid van landen. Zo was de EU al bezig om de uitstoot als gevolg van het gebruik van steenkool terug te dringen. En daar kwam vervolgens corona overheen. In China zat de uitstoot juist sterk in de lift toen corona toesloeg. Bovendien sloeg het virus er vroeg in het jaar toe en duurden de coronabeperkingen daar niet zo heel lang, waardoor de economie – en dus ook de uitstoot – meer tijd had om zich te herstellen.

412 ppm
Ondanks dat de uitstoot in 2020 fors lager uitvalt dan in 2019, neemt de concentratie CO2 in de atmosfeer gewoon toe. En wel met ongeveer 2,5 ppm (parts per million). De gemiddelde CO2-concentratie zal dit jaar naar verwachting uitkomen op zo’n 412 ppm, oftewel 48 procent hoger dan in pre-industriële tijden. “Hoewel de wereldwijde uitstoot dit jaar niet zo groot was, gaat het toch nog steeds om zo’n 39 miljard ton CO2 en dat leidt onvermijdelijk tot een verdere toename van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer,” legt onderzoeker Pierre Friedlingstein uit. “Het atmosferisch CO2-niveau – en dus ook het klimaat van de wereld – zal alleen stabiliseren als onze wereldwijde uitstoot de 0 nadert.”

Toekomst
Hoe het onze uitstoot volgend jaar en de jaren erna zal vergaan, is lastig in te schatten. Het zal sterk bepaald worden door de maatregelen die overheden straks nemen om de wereldwijde economie na een moeizaam coronajaar te stimuleren. Gehoopt wordt natuurlijk dat men daarbij een ‘groene koers’ vaart en zo een economie creëert die niet langer ten koste gaat van onze planeet en het klimaat. Het klinkt misschien te mooi om waar te zijn, maar onderzoeker Pep Canadell is voorzichtig optimistisch. Zo ziet hij drie hoopgevende ontwikkelingen. “Ten eerste nam de uitstoot voor COVID-19 al langzamer toe,” zo stelt hij. Waar de uitstoot tussen 2000 en 2010 nog met zo’n 3 procent per jaar groeide, was dat tussen 2010 en 2019 zo’n 0,9 procent. “Daarnaast hebben landen die samen verantwoordelijk zijn voor 60 procent van de wereldwijde uitstoot door fossiele brandstoffen afgesproken om hun uitstoot tussen 2050 en 2060 naar nul te brengen. En ten derde bevinden we ons midden in een periode waarin – in reactie op de pandemie – op ongeëvenaarde wijze in de economie geïnvesteerd wordt en dat kan een snelle groei van technologieën en diensten mogelijk maken die helpen om de uitstoot naar nul terug te brengen. Hoewel de toekomst nog ongewis is, is dit een uitzonderlijke samenloop van omstandigheden die we kunnen gebruiken om de koers van onze emissies om te buigen.”

En dat moet ook wel. Want met één jaar waarin de uitstoot sterk afneemt, komen we er niet. Zo moet de uitstoot tussen 2020 en 2030 eigenlijk elk jaar met 1 tot 2 miljard ton CO2 afnemen willen we de klimaatdoelen die morgen precies vijf jaar geleden in Parijs werden vastgelegd, behalen.