De CO2-concentratie stijgt – net als de temperaturen – maar door.

Dat blijkt een nieuw rapport dat de World Meteorological Organization (WMO) in samenwerking met onder meer het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en verschillende universiteiten presenteert. Het rapport maakt pijnlijk duidelijk dat we nog steeds niet op koers liggen om de Parijse klimaatdoelen te gaan halen.

COVID-19 en klimaatverandering
2020 is een vreemd jaar geweest. Het coronavirus legde het leven in grote delen van de wereld tijdelijk stil. De wijd geïmplementeerde lockdowns drukten een flink stempel op de CO2-uitstoot: deze lag begin april zo’n 17 procent lager dan in dezelfde periode in 2019 het geval was. En naar verwachting zal onze uitstoot dit jaar – een beetje afhankelijk van hoe de pandemie verder verloopt – tussen de 4 en 7 procent lager uitvallen dan in het jaar hiervoor.


Maar wie denkt dat we daarmee de Parijse klimaatdoelen ‘in the pocket’ hebben, heeft het mis, zo waarschuwt de World Meteorological Organization. Want de CO2-concentratie in de atmosfeer stijgt nog steeds en blijft nieuwe records breken. Zo werd er in juli op Hawaii een gemiddelde CO2-concentratie van 414,38 ppm (parts per million) gemeten, terwijl daar in dezelfde maand in 2019 de CO2-concentratie nog uitkwam op 411.74 ppm. En ook een stuk zuidelijker, op Tasmanië lag de CO2-concentratie in juli 2020 met 410.04 ppm aanzienlijk hoger dan in 2019, toen er in dezelfde maand een CO2-concentratie van 407.83 werd gemeten. Dat de kleine afname in CO2-uitstoot in 2020 slechts een beperkte invloed heeft op de snelheid waarmee de CO2-concentratie toeneemt, is te herleiden naar het feit dat de atmosferische CO2-concentratie het resultaat is van recente, maar ook al wat oudere uitstoot. CO2 blijft namelijk lang in de atmosfeer hangen. Bovendien was de sterke afname maar tijdelijk: rond begin juni benaderde de wereldwijde CO2-uitstoot die van 2019 alweer.

Siberische hittegolven
“Dit is een ongeëvenaard jaar geweest voor mensen en de planeet,” zo merkt António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, op. “De COVID-19-pandemie heeft levens wereldwijd verstoord. Tegelijkertijd gaat de opwarming van onze planeet en de verstoring van het klimaat gewoon door.” Professor Petteri Taalas, secretaris-generaal van de WMO, onderschrijft dat. “Broeikasgasconcentraties blijven toenemen. Ondertussen zien we dat grote delen van Siberië in de eerste helft van 2020 te maken hadden met een langdurige en opmerkelijke hittegolf, die zonder antropogene klimaatverandering zeer onwaarschijnlijk zou zijn geweest. En nu lijkt de periode tussen 2016 en 2020 de warmste vijf jaar durende periode ooit gemeten te worden. Het laat zien dat hoewel veel aspecten van ons leven in 2020 verstoord zijn, klimaatverandering ongehinderd doorgaat.”

Temperatuur
Berekeningen van de WMO – in samenwerking met het Britse Met Office – laten zien dat de gemiddelde wereldwijde temperatuur in de periode tussen 2016 en 2020 hoger uitvalt dan in elke andere vijf jaar durende periode waarvan we nauwkeurige temperatuurmetingen tot onze beschikking hebben. Zoals het er nu naar uitziet, zal de gemiddelde temperatuur in de periode tussen 2016 en 2020 zo’n 1,1 graden Celsius hoger uitvallen dan in pre-industriële tijden. Ook ligt de gemiddelde wereldwijde temperatuur in de genoemde periode zo’n 0,24 graden Celsius hoger dan in de periode tussen 2011 en 2015. Het laat wel zien dat de temperaturen door blijven stijgen en het dus steeds lastiger wordt om de opwarming – zoals het Parijse klimaatakkoord verlangt – tot 1,5 of 2 graden Celsius te beperken. De kans dat de gemiddelde wereldwijde temperatuur in een jaar tussen 2020 en 2024 reeds boven de 1,5 graad Celsius uitstijgt, is volgens de WMO maar liefst 24 procent.


Gevolgen
De stijgende CO2-concentratie en temperaturen hebben grote gevolgen. Zo smelt het Arctisch zee-ijs rap weg; tussen 2016 en 2020 lag de omvang van het Arctisch zee-ijs onder het gemiddelde. Ook gletsjers verdwijnen snel; in de periode tussen 2015 en 2020 zijn gletsjers meer massa verloren dan in alle andere vijf jaar durende periodes na 1950. En dat leidt weer tot een stijging van de zeespiegel. Ook komen extreme weersgebeurtenissen – zoals hittegolven – steeds vaker voor en dat is in veel gevallen eveneens te herleiden naar de opwarming van de aarde. “Nog nooit is het zo duidelijk geweest dat we een langdurige, inclusieve, schone transitie nodig hebben om de klimaatcrisis de baas te worden,” merkt Guterres op. “We moeten het herstel van deze pandemie zien als een mogelijkheid om een betere toekomst op te bouwen. We hebben wetenschap, solidariteit en oplossingen nodig.”

Gooien we het roer niet om, dan wacht een crisis die nog veel ingrijpender en groter zal zijn dan de crisis waar we nu in zitten. Waar de ene regio door zeespiegelstijging met overstromingen te maken krijgt, zullen andere gebieden weer kampen met hittegolven, droogte en natuurbranden. “Schoolstakingen en ongeëvenaarde megabranden (in onder meer de Amazone en Australië, red.) zorgden ervoor dat onze aandacht weer op klimaatverandering gericht was,” zo stelt dr. Paul Read, verbonden aan de Monash University en het Australische National Centre for Research in Bushfire and Arson en niet betrokken bij het rapport van de WMO. “Maar de opkomst van COVID-19 heeft de aandacht van de wereld weer afgeleid. Tegen een ieder die denkt dat COVID-19 de economische activiteit sterk genoeg zal afremmen dat de ergste gevolgen van klimaatverandering aan ons voorbijgaan, zegt dit nieuwe rapport: Nee! – hoewel de uitstoot is teruggevallen naar het niveau van 2006 neemt de concentratie CO2 en methaan in de atmosfeer – zelfs terwijl de wereldwijde economie stilligt – toe. Dat komt doordat 93% van de concentraties die van invloed zijn op onze temperatuur in het verleden is uitgestoten. Bovendien zien we dat hoewel de economische activiteit door COVID-19 stabiliseert, de wereldeconomieën in 2020 nog altijd meer uitstoten dan ze tijdens de financiële crisis deden. Dat komt doordat in alle landen – gemiddeld genomen – meer fossiele brandstoffen worden gebruikt en meer vlees wordt geconsumeerd. Als landen in de komende vijf jaar geen actie ondernemen dan zullen we volgens dit rapport nog voor het eind van deze eeuw afstevenen op een uit de hand gelopen klimaatverandering waardoor een groot deel van de wereld onbewoonbaar wordt.” Professor Nathan Bindoff, hoofdauteur van verschillende klimaatrapporten van het IPCC voegt toe: “De wetenschap is duidelijk. Klimaatverandering is reeds van invloed op mensen. De zeespiegel stijgt steeds sneller, de kans op overstromingen neemt toe. Extreme weersgebeurtenissen op het land en in de oceanen vinden vaker plaats (…) Onze ambitie om de opwarming te beperken blijft ver achter bij wat in het Parijse klimaatakkoord is overeengekomen. De tijd om deze afspraken na te komen, raakt op.”