De hele wereld heeft te lijden onder de coronacrisis. Mensen, economieën, maar ook dieren en de natuur. In Afrika dreigen veel wildparken uit de roulatie te raken of zelfs te verdwijnen. Met rampzalige gevolgen voor de dieren.

IUCN, de International Union for Conservation of Nature trekt aan de bel. Volgens Tina Lain, expert Environmental Justice bij de Nederlandse tak van IUCN (IUCN NL), heeft corona rampzalige gevolgen voor de wildlife in Afrika. “Als ik bijvoorbeeld kijk naar Oeganda, daar is de situatie echt nijpend voor natuurparken. Door de coronamaatregelen komen er geen toeristen meer naar het land en dus ook niet naar de natuurparken daar. De parken-autoriteit kan zo per maand makkelijk 2 miljoen dollar aan inkomsten verliezen. Vooral parken die afhankelijk zijn van toeristeninkomsten zijn de dupe van de maatregelen. Die inkomsten zijn nodig voor de patrouilles van de law enforcement. Zonder die patrouilles, kun je de stroperij slecht monitoren en de dieren niet beschermen. Stropers hebben dan vrij spel, maar er zijn parken die waarschijnlijk nog maar tot eind juni het hoofd boven water zullen kunnen houden.”

Illegale bushmeat
Niet alleen de afnemende patrouilles dragen bij aan de toenemende bedreiging voor dieren. “Zeker in Afrika heeft de coronacrisis geleid tot afnemende inkomsten en minder werk in het algemeen. Mensen gaan andere dingen doen om toch te kunnen overleven. De mensen zijn meer geneigd tot het stropen van dieren om als illegaal bushmeat te verkopen of zelf te eten. In Kenia hebben de rangers de afgelopen maanden bij het patrouilleren in toenemende mate bushmeat aangetroffen bij “bezoekers”, die zijn dan daarmee betrapt. Dan moet je niet denken aan giraffes en olifanten, maar meer aan kleinere dieren als antilopen en in toenemende mate ook nijlpaarden. Daar zit natuurlijk veel vlees aan, dat ook op kleinere markten verkocht kan worden en waarmee het inkomen aangevuld kan worden. Nu gaat het nog om bushmeat, maar we verwachten dat het stropen op ivoor ook weer gaat toenemen,” meent Lain.


Afhankelijk van toeristeninkomsten
Er zijn parken met andere inkomsten, die minder vatbaar zijn voor de gevolgen van de crisis, maar verreweg de meeste van de 282 wildlife parken in Afrika zijn voor de inkomsten afhankelijk van toerisme. IUCN maakt zich zorgen over hoe de parken gaan overleven zonder die inkomsten. Er is sprake van particuliere initiatieven, waardoor er noodfondsen beschikbaar komen. Ook heeft de Leonardo di Caprio Foundation samen met de Europese Unie en het Emerson Collective laatst 2 miljoen kunnen inzamelen voor Virunga-park, maar de meeste parken hebben geen financiële weerbaarheid tegen de crisis. Als de parken niet kunnen overleven, zullen niet alleen de patrouilles van de rangers weg vallen, maar ook alle andere taken die de parken hebben om niet alleen de wilde dieren, maar het hele natuurgebied te beschermen.

Andere bestemming voor natuurparken een nieuw gevaar
Als de crisis aanhoudt, ziet Lain de toekomst somber in voor de beschermde natuurgebieden. “Vóór de crisis hadden de parken een economische waarde door de toeristeninkomsten. Als die waarde weg is en regeringen moeten keuzes maken over wat zij moeten doen met dat natuurgebied, terwijl er bedrijven zijn die bijvoorbeeld een vergunning willen om daar een mijn te openen, dan zou het niet verbazingwekkend zijn als regeringen daar toestemming voor gaan geven en het gebied een andere functie gaan toewijzen. Regeringen denken juist in deze tijden heel erg op de korte termijn, ze zijn te reactief. Wat nodig is, is een langere termijn perspectief waar natuur de basis is en bijdraagt aan duurzame ontwikkeling.”

Afbeelding: Gidon Pico via Pixabay.

IUCN NL hoopt dan ook dat een gedeelte van het geld dat aan Afrikaanse landen is gedoneerd om de ziekte COVID-19 te behandelen, ook wordt ingezet om de parken te beschermen. “Misschien dat niet al het geld naar de gezondheidszorg hoeft te gaan en er fondsen overblijven om het behoud van de natuur parken op peil te houden en uiteindelijk ook bijdragen aan het levensonderhoud en het welzijn van mensen, vooral op lokaal niveau.”


Duurzame middelen en gemeenschappen
Voor de midden en de lange termijn is IUCN bezig met modellen te genereren die parken weerbaar maakt in tijden van een crisis en waarmee parken een stabiele economische waarde kunnen bereiken. In een laatst verschenen studie van IUCN is een van de belangrijkste aanbevelingen het begrijpen en repliceren van de succesvolle financieringsmodellen die al in Afrika bestaan. “Parken moeten hun duurzame inkomstenbronnen diversifiëren. In Virunga bijvoorbeeld, gaat het dan om inzetten en gebruik maken van verschillende sectoren waaronder duurzame energie, maar ook het creëren van duurzame samenlevingen rondom de parken, waarbij de mensen baat hebben bij de bescherming van de natuur. Zo hebben we samen met de park-autoriteiten de vissersgemeenschappen bij het Edwardmeer in de Democratische Republiek van Congo kunnen helpen de productiviteit te verhogen. Met zoiets simpels als koelboxen, waarin de vis langer vers blijft. De kwaliteit van de vis gaat omhoog en er kan een betere prijs voor gevraagd worden door de vrouwen die de vis verkopen,” aldus Lain.

Door de parken een andere economische waarde te geven, hoopt IUCN ze niet alleen te redden van deze crisis, maar ook meer stabiliteit te geven in het algemeen. In de tussentijd is het te hopen, voor mens en dier, dat een tweede ziekte-golf uitblijft.