De maatregelen die veel landen hebben genomen om het virus te bestrijden, zijn ingrijpend. Maar ook noodzakelijk.

Tot die conclusie komen wetenschappers in een speciaal rapport over de impact die het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 en de maatregelen die we in de strijd tegen het virus nemen, hebben.

Scenario’s
In het rapport lopen de onderzoekers meerdere scenario’s langs. Zo kijken ze bijvoorbeeld wat er zou gebeuren, als we niets tegen het virus zouden doen. Maar ze zochten ook uit wat ingrijpende maatregelen – zoals social distancing, intensief testen en isoleren van coronapatiënten – op de verspreiding van het virus, sterfte door toedoen van het virus en de druk op zorgstelsels heeft. Voor hun inschattingen maakten de onderzoekers gebruik van data verzameld in China en hoge-inkomenslanden. De bevindingen zijn ontnuchterend.


Zo suggereert het onderzoek dat het virus als we het geen strobreed in de weg hadden gelegd, maar liefst 7 miljard mensen geïnfecteerd zou hebben, waarvan er 40 miljoen(!) zouden zijn overleden. Tegelijkertijd onthult het onderzoek opnieuw de kracht van ingrijpende maatregelen die talloze landen nemen om de verspreiding van het virus af te remmen. Zo blijkt het aantal infecties en doden maar liefst te halveren als ouderen hun sociale contacten met zo’n 60% terugbrengen en anderen 40% minder contact hebben. Maar, zo waarschuwen de onderzoekers, zelfs als we die laatstgenoemde maatregelen omarmen, zouden de zorgstelsels in alle landen snel overbelast raken.

Acute crisis
“Wij schatten dat de wereld in de komende weken en maanden voor een ongeëvenaarde, acute gezondheidscrisis komt te staan,” zo waarschuwt onderzoeker Patrick Walker, verbonden aan het Imperial College London. “Onze resultaten suggereren dat alle landen een keuze moeten maken tussen ingrijpende en kostbare maatregelen die het aantal besmettingen onderdrukken óf het risico lopen dat het zorgstelsel overbelast raakt.”

“Alle landen moeten snel en collectief actie ondernemen om de gevolgen van de pandemie te bestrijden”

Het onderzoek hamert duidelijk nogmaals op het belang van de ingrijpende maatregelen waarvan reeds bewezen is dat ze de verspreiding van het virus kunnen afremmen. Denk aan de sociale onthouding, maar ook het testen en isoleren van coronapatiënten. De impact die die maatregelen op de verspreiding van het virus hebben, wordt echter sterk bepaald door het moment waarop landen ze omarmen, zo blijkt uit het onderzoek. Grofweg geldt: hoe eerder men dat doet, hoe groter het effect. Om dat te illustreren, rekenen de onderzoekers het in hun studie even door. Stel dat alle landen de genoemde strategie die kan leiden tot een halvering van het aantal sterftegevallen, omarmen op het moment dat er voor elke 100.000 inwoners 0,2 mensen door toedoen van het virus overlijden. Dan zou 95% van de mensen die volgens een scenario waarin we het virus geen strobreed in de weg leggen, komen te overlijden, in leven blijven. In andere woorden: er zouden 38,5 miljoen levens worden gered! Omarmen we diezelfde strategie wat later, op het moment dat er 1,6 doden per 100.000 inwoners genoteerd worden, dan kunnen er nog 30,7 miljoen levens worden gered. “Alle landen moeten snel en collectief actie ondernemen om de gevolgen van de pandemie te bestrijden,” stelt onderzoeker Azra Ghani.


Lage-inkomenslanden
Zoals gezegd baseren de onderzoekers hun conclusies met name op data uit welvarende landen. Sommige van die landen – zoals Italië – hebben al te maken met een overbelast zorgstelsel, anderen staat dat – afgaand op dit rapport – te wachten. Nog zorgwekkender is de situatie in minder welvarende of ronduit arme landen, zo waarschuwen de onderzoekers. Daar ligt de zorgcapaciteit al laag en zullen ziekenhuizen nog sneller met een tekort aan bedden en apparatuur te kampen krijgen. Hoe groot de verschillen tussen landen op dat gebied zijn, wordt wel duidelijk uit de berekeningen van de onderzoekers. In die berekeningen gaan ze ervan uit dat landen maatregelen treffen om verspreiding van het virus af te remmen. Maar zelfs dan zullen in hoge-inkomenslanden als de pandemie een piek bereikt, gemiddeld zo’n 7 keer meer IC-bedden nodig zijn dan er voorhanden zijn. In lage-inkomenslanden zullen op datzelfde moment maar liefst 25 keer meer IC-bedden nodig zijn dan er voorhanden zijn. Op basis daarvan kun je concluderen dat lage-inkomenslanden veel harder getroffen zullen worden door het virus dan de hoge-inkomenslanden. Maar – en dat willen de onderzoekers graag benadrukken – het betekent ook dat lage-inkomenslanden ook het meeste te winnen hebben door het snel omarmen van preventieve maatregelen, bedoeld om de verspreiding van het virus te voorkomen.

Afrika
De nieuwe studie bevestigt nog eens dat armere landen een flinke dobber kunnen krijgen aan het nieuwe coronavirus. Verschillende van die landen vinden we in Afrika. En met name over dat continent maken onderzoekers zich grote zorgen. Veel van de praktische maatregelen die wij hier in Nederland nemen om het virus een halt toe te roepen, kunnen daar niet genomen worden. Want hoe houd je afstand in sloppenwijken? “Mensen zitten er echt boven op elkaar,” zo vertelde tropenarts Marit van Lenthe, verbonden aan Artsen zonder Grenzen, eerder aan Scientias.nl. En ook regelmatig de handen wassen is – in afwezigheid van stromend water – lastig. Daarnaast is er in veel Afrikaanse landen sprake van een vertrouwensbreuk tussen burger en overheid, waardoor het niet vanzelfsprekend is dat de burgers de aanbevelingen van hun overheid opvolgen. Meer weten over de grote uitdagingen waar Afrika voorstaat als het virus toeslaat? Lees het hele interview met Van Lenthe hier.

Het rapport van de onderzoekers moet geenszins gezien worden als dé glazen bol die ons laat zien wat ons de komende weken en maanden te wachten staat. Het rapport is volgens de onderzoekers voornamelijk bedoeld om te laten zien hoe groot het probleem is en welke voordelen het snel toepassen van effectieve maatregelen in de strijd tegen het virus, heeft. “Onze studie laat nog eens zien dat de COVID-19-pandemie een grote bedreiging voor de volksgezondheid vormt,” aldus onderzoeker Neil Ferguson. “Landen moeten collectief actie ondernemen en snel reageren op deze snelgroeiende epidemie.”

Over het virus
Het nieuwe coronavirus dat in het rapport centraal staat, dook eind december op in China en verspreidde zich vanuit dat land snel over de rest van de wereld. Inmiddels zijn er meer dan 700.000 besmettingen gemeld. En meer dan 34.000 mensen zijn reeds door toedoen van het virus overleden. Waar China in beginsel het hardst getroffen leek, is dat inmiddels anders. Op dit moment is de VS het land met de meeste besmettingen (meer dan 143.000), gevolgd door Italië (meer dan 97.000 besmettingen). In Nederland zijn sinds de eerste besmetting – nu zo’n 32 dagen geleden – meer dan 10.000 mensen met het virus besmet geraakt. Zo’n 771 mensen zijn in ons land door toedoen van het virus overleden.

De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde vorige week nog dat het virus zich steeds sneller verspreidt. Waar de eerste 100.000 besmettingen 67 dagen op zich lieten wachten, werd de trieste mijlpaal van 200.000 besmettingen elf dagen later al bereikt. En de 300.000e besmetting liet vervolgens maar 4 dagen op zich wachten, zo stelde de WHO op 23 maart. Inmiddels zijn we precies een week verder en zijn er dus meer dan 700.000 besmettingen gemeld. De meeste landen doen er ondertussen alles aan om een verdere verspreiding van het virus te voorkomen. Daartoe worden bijvoorbeeld grenzen en scholen gesloten en krijgen mensen het dringende advies om thuis te blijven. Wetenschappers proberen ondertussen grip te krijgen op het virus en onder meer te achterhalen waar het vandaan komt en waarom bijvoorbeeld kinderen over het algemeen geen of nauwelijks last hebben van het virus. Ook wordt er hard gewerkt aan een effectief vaccin, maar de inzet daarvan lijkt nog zeker een jaar tot anderhalf jaar op zich te laten wachten.