Wetenschappers kunnen niet uitsluiten dat het virus ook over kan springen op de mensapen, die het al zo moeilijk hebben.

Sinds het nieuwe coronavirus COVID-19 in december in China opdook, zijn al meer dan 400.000 mensen met het virus besmet geraakt. En meer dan 21.000 mensen zijn door toedoen van het virus overleden. Overheden doen er momenteel dan ook alles aan om de verspreiding van het gevaarlijke virus te beperken en mensen ertegen te beschermen. Maar hun inspanningen moeten zich niet alleen op mensen richten, zo schrijven onderzoekers in een korte, maar krachtige bijdrage in het blad Nature. Ook mensapen hebben onze hulp mogelijk hard nodig.

Overdraagbaar?
Op dit moment is nog onduidelijk of het nieuwe coronavirus dat zich snel onder mensen verspreidt, ook mensapen – die nauw aan ons verwant zijn – kan besmetten. Maar het lijkt niet ondenkbaar. En dus moet er alles aan gedaan worden, om dat te voorkomen, zo stellen de onderzoekers. Want mensapen zijn al zo kwetsbaar.


COVID-19 is een nieuw virus, waar nog relatief weinig over bekend is. Laat staan dat we weten of het virus ook mensapen kan infecteren. Toch houden wetenschappers daar wel ernstig rekening mee. Onder meer omdat er een coronavirus bestaat waarvan we weten dat mensen het over kunnen dragen op dieren. Het gaat om het coronavirus HCoV-OC43. Het virus veroorzaakt bij mensen verkoudheidsklachten, maar kan wanneer mensen het overdragen op chimpansees, bij deze mensapen tot luchtwegaandoeningen leiden.

Om mensapen – je moet dan denken aan gorilla’s, orang-oetans, chimpansees en bonobo’s – te beschermen tegen het virus, stellen de onderzoekers in het blad Nature enkele maatregelen voor om eventuele verspreiding van het virus onder deze diersoorten te voorkomen. Zo moeten toeristische uitstapjes waarbij mensen dicht bij mensapen in de buurt komen, worden afgelast. En veldonderzoek, waarbij wetenschappers de apen naderen, dient zoveel mogelijk te worden beperkt.

Kwetsbaar
Het is belangrijk dat deze maatregelen snel worden omarmd. Want je moet er niet aan denken dat een gevaarlijk virus zoals COVID-19 ook grip krijgt op de toch al zo kwetsbare mensapen. Veel mensapen hebben het namelijk al moeilijk doordat hun leefgebied bijvoorbeeld door de aanleg van wegen en akkers en het kappen van bomen steeds kleiner wordt. Ook hebben ze te lijden onder stroperij en worden – met name jonge dieren – nog vaak gevangen en verhandeld als huisdier. Het heeft ertoe geleid dat het aantal mensapen de laatste decennia flink is afgenomen en bijvoorbeeld zowel de orang-oetan als de gorilla als ‘ernstig bedreigd’ te boek staat.

Afwegingen
Nogmaals: niemand weet in dit stadium of COVID-19 op mensapen kan worden overgedragen. En we weten al helemaal niet wat het virus – als het op mensapen over zou springen – onder deze mensapen zou aanrichten. Maar voor nu moeten we het zekere voor het onzekere nemen en een stapje terug doen, zo stellen onderzoekers. Daarbij willen ze wel een belangrijke kanttekening plaatsen. Het is namelijk op veel plaatsen ronduit onverantwoord om je als mens helemaal van mensapen afzijdig te houden. Het gevaar bestaat dan namelijk dat stropers hun kans schoon zien en – in de afwezigheid van bijvoorbeeld onderzoekers – zich de mensapen toe-eigenen. De onderzoekers waarschuwen dan ook dat er altijd een afweging moet worden gemaakt tussen het beschermen van de apen tegen COVID-19 en het beschermen tegen stroperij. Temeer omdat mensen die normaal hun geld verdienen dankzij toeristen, bij een gebrek daaraan, over kunnen stappen op de vaak lucratieve stroperij.


Natuurlijk maken onderzoekers zich niet alleen zorgen over mensapen in het wild. Ook mensapen die in gevangenschap leven – en dus juist veel met mensen in aanraking komen – hebben preventief bescherming nodig. Eerder kregen dierentuinen in de VS bijvoorbeeld al het advies om verzorgers van mensapen goed te monitoren op symptomen van COVID-19 en zoveel afstand te laten houden tot de dieren.