Gemiddeld gaan er elke keer als iemand aan COVID-19 overlijdt, zo’n zestien levensjaren verloren.

Elke dag horen we hoeveel mensen er door toedoen van het coronavirus zijn overleden. Maar om echt een goed beeld te krijgen van de impact die de pandemie wereldwijd heeft, mogen we niet alleen naar de sterftecijfers kijken, zo betogen onderzoekers in het blad Scientific Reports. Er moet ook gekeken worden naar hoe oud mensen waren toen ze overleden en in hoeverre hun leven door het virus beknot is. Oftewel: hoeveel levensjaren er door het virus verloren gaan.

Schatting
In het blad maken onderzoekers daar direct een schatting van. Ze bestudeerden daartoe 1,2 miljoen aan corona toegeschreven sterftes in 81 verschillende landen. Ze gingen na hoe oud mensen op het moment van overlijden waren en hoe sterk hun leven met het oog op de gemiddelde levensverwachting door het virus verkort was. Het onderzoek wijst uit dat er tot op heden zo’n 20,6 miljoen levensjaren door COVID-19 verloren zijn gegaan.


Zo’n 25 procent van de verloren levensjaren is toe te schrijven aan sterfte onder 75-plussers. 45 procent van de verloren levensjaren is te herleiden naar sterfte onder mensen in de leeftijdsgroep van 55 tot 75 jaar. De resterende 30 procent van de verloren levensjaren is het resultaat van sterfte onder mensen jonger dan 55 jaar.

Jonge mensen
Als het gaat om verloren levensjaren zijn het natuurlijk met name jongere mensen die veel te verliezen hebben. En dat zien we terug in de cijfers. Wereldwijd komt zo’n 75 procent van de verloren levensjaren voor rekening van mensen jonger dan 75 jaar. Het staat haaks op het idee dat alleen mensen die menselijkerwijs gesproken toch nog maar enkele jaren te leven hebben aan COVID-19 komen te overlijden. “Daarom moeten er ook maatregelen worden genomen om jongere groepen in de samenleving te beschermen,” concludeert onderzoeker Mikko Myrskylä.

Verschillen tussen landen
De hierboven genoemde cijfers zijn wereldwijde gemiddelden. En wanneer je inzoomt op individuele landen zijn ook andere trends te ontwaren. Zo zien de onderzoekers dat in rijke landen het leeuwendeel van de verloren levensjaren vaak voor rekening komt van mensen ouder dan 75. In lage- en middeninkomenslanden is het juist weer net andersom. Daar hebben jongere mensen (jonger dan 55) juist weer het grootste aandeel in de verloren levensjaren.


Hier zie je het aandeel dat verschillende leeftijdsgroepen hebben in het totale aantal verloren levensjaren. De verschillen tussen lage- en middeninkomenslanden en hoge inkomenslanden (zoals Nederland) zijn duidelijk zichtbaar. Afbeelding: Max Planck Institute for Demographic Research, Rostock, Duitsland.

Vergelijking met griep
De onderzoekers vergeleken het aantal verloren levensjaren door toedoen van COVID-19 ook met het aantal verloren levensjaren door andere veelvoorkomende ziekten, zoals bijvoorbeeld de seizoensgriep en hartaandoeningen. In zwaar getroffen landen – zoals de VS en Italië – blijkt COVID-19 verantwoordelijk voor tot wel negen keer meer verloren levensjaren dan er tijdens een gemiddeld griepseizoen genoteerd worden, zo schrijven de onderzoekers. Daarnaast valt het aantal verloren levensjaren door COVID-19 in zwaar getroffen landen 25 tot 50 procent hoger uit dan het aantal verloren levensjaren door toedoen van hartaandoeningen.

Beperkingen
De wetenschappers benadrukken dat het slechts schattingen zijn, die bovendien gebaseerd zijn op data die begin januari voorhanden waren. “Je zou kunnen zeggen dat de studie een inkijkje geeft in de mogelijke impact die COVID-19 als het gaat om verloren levensjaren, tot 6 januari 2021 heeft,” zo schrijven de onderzoekers. Daarbij plaatsen ze nog een paar belangrijke kanttekeningen. Zo is het niet ondenkbaar dat het aantal verloren levensjaren in werkelijkheid veel hoger is, omdat het aantal mensen dat door corona is overleden in veel landen ook veel hoger ligt dan de officiële cijfers suggereren. Anderzijds zou het aantal verloren levensjaren in werkelijkheid ook iets lager kunnen liggen, omdat veel mensen die aan COVID-19 overlijden al ziek zijn en dus reeds een lagere levensverwachting hadden dan gemiddeld. Omdat dit ook speelt bij het inschatten van de verloren levensjaren door toedoen van andere aandoeningen heeft dit echter geen effect op de vergelijking die wordt gemaakt tussen de impact van COVID-19 en bijvoorbeeld de griep, zo schrijven de onderzoekers.

Gezondheidsschade
Daarnaast is het – voor een vollediger beeld van de impact van COVID-10 – eigenlijk ook noodzakelijk om naast de verloren levensjaren te kijken naar de zogenoemde Years Lived with Disabilities (YLD). Het gaat dan om het aantal jaren dat coronapatiënten nadat ze genezen zijn nog te maken hebben met beperkingen door toedoen van COVID-19. Omdat we nog midden in de pandemie zitten, is het echter lastig om in te schatten welke schade mensen er op lange termijn aan overhouden. Er is dan ook meer tijd en data nodig om deze YLD in kaart te brengen.

Hoewel er dus nog veel werk verzet moet worden, denken de onderzoekers met hun studie alvast een beter beeld te geven van de impact die COVID-19 wereldwijd heeft. “Onze resultaten bevestigen dat de impact van de pandemie op de mortaliteit groot is en niet alleen als het gaat om absolute sterftecijfers, maar ook als we kijken naar het aantal verloren levensjaren,” aldus Myrskylä.