Onderzoekers hebben er middels genetische engineering voor gezorgd dat de malariaparasiet zich niet langer kan verspreiden.

Het onderzoek richt zich op de mug Anopheles gambiae. Deze mug is verantwoordelijk voor de verspreiding van malaria in Sub-Sahara-Afrika. Muggen die tot deze soort behoren, kunnen de malariaparasiet opdoen wanneer ze iemand bijten die de parasiet onder de leden heeft. Wanneer met malaria geïnfecteerde muggen weer iemand anders bijten, dragen ze de parasiet over aan een nieuwe gastheer.

CRISPR
Wetenschappers denken nu echter een manier te hebben gevonden om dat hele proces een halt toe te roepen. Met behulp van CRISPR – een methode die onderzoekers in staat stelt om specifieke genen uit te schakelen of te veranderen – pasten ze het doublesex-gen aan. Dit gen bepaalt of een mug een mannetje of een vrouwtje wordt. De onderzoekers veranderden het gedeelte van het gen dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van vrouwtjes. Mannetjes die het aangepaste gen bij zich droegen, worden hierdoor niet aangetast. Hetzelfde geldt voor vrouwtjes met maar één kopie van dit aangepaste gen. Maar vrouwtjes die twee kopieën van het gen bij zich dragen, ontwikkelen zowel mannelijke als vrouwelijke eigenschappen, bijten niet en leggen geen eitjes.

Verspreiding van de mutatie
Stel nu dat op deze manier aangepaste muggen paren met wilde, niet aangepaste muggen. In dat scenario is de kans dat het nageslacht de aanpassing erft, 50%. En als het een beetje tegenzit, kan de aanpassing zelfs vrij gemakkelijk uit een populatie verdwijnen. Maar met CRISPR is het mogelijk om ervoor te zorgen dat elke volgende generatie het aangepaste gen ontvangt, waardoor de mutatie zich rap door populaties kan verspreiden (zie ook het filmpje hieronder).

Datzelfde zien we ook gebeuren tijdens het experiment dat onderzoekers nu met het doublesex-gen hebben uitgevoerd. De mutatie blijkt in bijna 100% van de gevallen te worden doorgegeven. En al na acht generaties komen er geen vrouwtjes meer ter wereld en stort de populatie – vanwege een tekort aan nageslacht – in. “Het zal nog zeker 5 tot 10 jaar duren voor we overwegen om dit onder wilde muggen te testen, maar we hebben nu wel aanmoedigend bewijs dat we op de juiste weg zijn,” denkt onderzoeker Andrea Crisanti.

Vervolgonderzoek – onder een grotere groep muggen en onder omstandigheden die beter overeenkomen met de omstandigheden in het wild – moet aantonen of de mutatie werkelijk stand weet te houden. Als dat het geval is, zouden ook andere ziekteverwekkende insecten op vergelijkbare wijze kunnen worden aangepakt.

In 2016 stierven zo’n 445.000 mensen aan malaria. Het grootste deel ervan betrof kinderen die nog geen vijf jaar oud waren. In datzelfde jaar hadden zo’n 216 miljoen mensen met malaria te maken. En voor het eerst in twee decennia zette de daling van het aantal gevallen van malaria niet door. Het suggereert dat er nieuwe manieren nodig zijn om de ziekte een halt toe te roepen. CRISPR kan daarin wel eens een bepalende rol gaan spelen.