babybloem

Een baby van een maand of acht raakt het liefst alles aan. Tot deze bij een plant in de buurt komt. Daar moet een baby niets van hebben. Nieuw onderzoek wijst nu uit waarom. Baby’s mijden de planten om zichzelf te beschermen tegen eventuele doornen en giftige stofjes.

Onderzoekers verzamelden 47 kinderen die tussen de acht en achttien maanden oud waren. De kinderen zaten – bij hun moeder op schoot – aan tafel en kregen verschillende objecten gepresenteerd. Elke keer als een onderzoeker een object introduceerde, trok deze de aandacht van het kind door te zeggen: “Kijk eens wat ik heb!” Zo kregen de kinderen echte planten, nepplanten en objecten die ze nog nooit gezien hadden, maar die wel een beetje op een plant leken, voorgeschoteld. De kinderen hadden elke keer de mogelijkheid om de objecten aan te raken.

Onwillig
Uit het onderzoek blijkt overduidelijk dat kinderen de planten liever niet aanraakten. Zelfs objecten die ze nog nooit hadden gezien, durfden ze doorgaans zo’n vijf seconden eerder aan te raken dan de planten. Het maakte daarbij niet uit of het om echte of om neppe planten ging. Ook de leeftijd van de kinderen maakte niet uit: kinderen van acht maanden waren net zo onwillig om de planten aan te raken als de kinderen van anderhalf jaar oud.

“Kinderen van acht maanden waren net zo onwillig om de planten aan te raken als de kinderen van anderhalf jaar oud”

Ervaringen
De onderzoekers zochten ook uit of de kinderen al ervaringen hadden met planten. Zo legden ze de ouders een vragenlijst voor met vragen als: “Heeft u uw kind al wel eens tegengehouden toen het een plant wilde aanraken?” en “Heeft uw kind al wel eens gezien hoe u plante verzorgde?” Opvallend genoeg bleken kinderen die er getuige van waren geweest hoe hun ouders planten verzorgden, nog onwilliger te zijn om planten aan te raken. “Het lijkt erop dat blootstelling aan ouders die met planten bezig zijn, de onwil van kinderen als het gaat om het aanraken van planten, vergroot,” schrijven de onderzoekers in hun paper.

Verklaring
Grote vraag was natuurlijk: waarom willen de kinderen de planten niet aanraken? Er waren op basis van het eerdere experiment twee redenen te noemen. Wellicht vonden kinderen de nieuwe objecten gewoon interessanter dan de planten en waren ze dus te vertrouwd met het groen. Een andere mogelijke verklaring was dat de kinderen bang zijn voor de planten. Om uit te zoeken welke verklaring klopte, zetten de onderzoekers nog een experiment op. Wederom kregen de kinderen objecten te zien, alleen zaten daar nu ook vertrouwde objecten (een lamp en een lepel) en natuurproducten (schelpen) tussen. De onderzoekers kozen voor een lamp, omdat kinderen zien dat hun ouders lampen aanraken, maar ze deze doorgaans niet zelf aan kunnen raken en een lepel omdat de kinderen die zelf al wel eens gebruiken. De schelpen werden gekozen, omdat ze net als planten uit de natuur komen.

“Ouders doen er alles aan om hun kroost te beschermen, maar dit onderzoek toont aan dat de kinderen zelf ook al met de nodige beschermingsmechanismen zijn uitgerust”

Schelpen
Uit dat experiment bleek dat kinderen geen enkele moeite hadden met het aanraken van de vertrouwde objecten of de schelpen. Kinderen bleken meer tijd te laten verstrijken alvorens ze de nieuwe objecten aanraken dan wanneer ze vertrouwde objecten of schelpen aanraakten. Dat de kinderen niet onwillig waren om die vertrouwde objecten of andere natuurlijke objecten aan te raken, suggereert dat er maar één verklaring is voor de onwil om planten aan te raken. “De onwil van kinderen om planten aan te raken, komt niet voort uit het feit dat planten vertrouwd zijn of onwil om natuurlijke objecten aan te raken.” In plaats daarvan lijkt het erop dat de onwil een strategie is waarmee kinderen zich beschermen. “Deze strategie beschermt kinderen tegen de gevaren die planten kunnen vormen doordat de kans op het binnenkrijgen van gif (door van de plant te eten of het gif aan de handen te smeren) en verwondingen door fysieke verdedigingsmechanismen van planten (fijne haren, doornen of schadelijke oliën) verkleind wordt.”

Ouders doen er alles aan om hun kroost te beschermen, maar dit onderzoek toont aan dat de kinderen zelf ook al met de nodige beschermingsmechanismen zijn uitgerust. “De huidige resultaten suggereren dat kinderen, net als dieren er bepaalde strategieën op nahouden om terugkerende gevaren waar onze voorouders op het gebied van planten mee te maken kregen, te verzachten. De huidige resultaten onderschrijven recente ontdekkingen waaruit blijkt dat jonge kinderen ook gevoelig zijn voor andere gevaren, zoals slangen, spinnen en gevaarlijke dieren.” De onderzoekers benadrukken dat kinderen ‘niet actief bang zijn’ voor planten. De angst voor planten is eerder een gedragsstrategie die de neiging om alles te verkennen, afremt en zo het kind beschermt tegen mogelijke gevaren.