wiskunde

Sommige autistische kinderen zijn steengoed in wiskunde. Een nieuw onderzoek verklaart dat nu. Wanneer autistische kinderen een wiskundig probleem voorgeschoteld krijgen, wordt het deel van het brein dat we normaal gebruiken om onder meer gezichten te herkennen, ook ingezet.

Dat schrijven wetenschappers van de Stanford University in het blad Biological Psychiatry. De onderzoekers verzamelden 36 kinderen die tussen de zeven en twaalf jaar oud waren. De helft had autisme. De andere helft deed dienst als controlegroep. De onderzoekers testten het IQ van de kinderen. Ook legden ze de kinderen enkele oefeningen voor.

Probleemoplossing
De kinderen die autisme en een normaal IQ hadden, bleken veel beter te zijn in wiskunde dan de kinderen in de controlegroep met een vergelijkbaar IQ. Om te achterhalen waarom de kinderen zo goed waren in wiskunde, kregen ze enkele vragen voorgelegd. De onderzoekers wilden zo achterhalen hoe de kinderen aan de oplossing voor een wiskundig probleem kwamen: herinnerden ze zich de oplossing? Of rekenden ze het op hun vingers of in hun hoofd uit? Of splitsten ze het probleem in componenten en losten ze die vervolgens stuk voor stuk op om tot de oplossing te komen? Uit het onderzoek blijkt dat de kinderen mat autisme een probleem vaker oplosten door het op te splitsen. Dat suggereert dat ze er analytische strategieën op nahouden en dat hun wiskundige vaardigheden dus niet zozeer op een steengoed geheugen gebouwd zijn.

“Onze studie onderschrijft het idee dat atypische hersenontwikkeling niet alleen tot gebreken, maar ook tot opmerkelijke cognitieve kracht kan leiden”

In de scan
Vervolgens namen de kinderen plaats in een MRI-scanner. Terwijl ze daar lagen, moesten ze wiskundige vraagstukken oplossen. Uit dat onderzoek bleek dat de kinderen met autisme tijdens het oplossen van problemen meer activiteit vertoonden in het deel van het brein dat we normaal gesproken gebruiken om visuele informatie – waaronder gezichten – te verwerken. Het onderzoek wijst erop dat het brein van autistische kinderen zich iets anders organiseert als er wiskundige problemen moeten worden opgelost. En door die afwijkende organisatie in een specifiek deel van het brein, zijn de kinderen beter in staat om wiskundige vraagstukken correct te beantwoorden.

Autisme
Kinderen met autisme hebben moeite met sociale interacties. Maar steeds meer studies tonen aan dat ze niet alleen met die beperking te maken hebben: vaak hebben kinderen met autisme ook enkele uitzonderlijke kwaliteiten. Wiskundige problemen oplossen is er daar één van. “Eerder onderzoek richtte zich voornamelijk op de zwakheden van kinderen met autisme,” vertelt onderzoeker Vinod Menon. “Onze studie onderschrijft het idee dat atypische hersenontwikkeling niet alleen tot gebreken, maar ook tot opmerkelijke cognitieve kracht kan leiden. We denken dat dat een geruststelling kan zijn voor ouders.”

Menon benadrukt dat niet elk kind met autisme superieure wiskundige vaardigheden heeft. In een toekomstig onderzoek wil hij graag uit gaan zoeken waarom het ene kind deze wel en het andere kind deze niet heeft.