In de afgelopen 25 jaar zijn de dagen op aarde ongeveer 0,2 milliseconde langer geworden.

Dat blijkt uit promotie-onderzoek van Thomas Frederikse, verbonden aan de TU Delft. De langere dagen zijn te herleiden naar het smelten van landijs. Met name Groenland en Antarctica verliezen zo flink wat massa. En die massa (vloeibaar water) verplaatst zich richting de evenaar, waardoor de massaverdeling op aarde verandert. “Net als een kunstschaatser die de armen strekt tijdens een pirouette, gaat de aarde hierdoor ietsjes langzamer draaien, waardoor de dagen tegenwoordig iets langer duren,” stelt Frederikse. Het betekent niet dat je nu opeens veel meer kunt doen op een dag. Zijn berekeningen wijzen uit dat de dagen in 25 jaar tijd zo’n 0,2 milliseconden langer zijn geworden.

Achterliggende factoren
Frederikse baseert zijn conclusie op een nauwkeurig onderzoek naar de gemiddelde zeespiegelstijging wereldwijd en de factoren die daaraan ten grondslag liggen. “Allerlei factoren spelen een rol: bijvoorbeeld het smelten van landijs, het uitzetten van het zeewater door stijgende temperaturen, maar ook het gebruik van grondwater en de opslag van grote hoeveelheden zoetwater op het land in stuwmeren. Een andere factor is de zogenaamde GIA (glacial isostatic adjustment). Dit is het ‘terugveren’ van het land na de ijstijden.”


WIST JE DAT…

…recent onderzoek aantoont dat de zeespiegel in Nederland nog deze eeuw 1,5 meter kan stijgen?

Overal weer anders
Doordat er zoveel factoren van invloed zijn op zeespiegelstijging, is deze stijging overal ter wereld anders. Sterker nog: er is geen enkele plek op aarde waar de zeespiegel precies het wereldwijde gemiddelde volgt, zo stelt Frederikse. “Om regionale patronen te begrijpen en regionale toekomstscenario’s te kunnen ontwikkelen, is een goed begrip van de relevante onderliggende processen en bijbehorende regionale patronen nodig.” Zijn onderzoek suggereert dat we daar gelukkig een steeds beter beeld van krijgen. “Tegenwoordig kunnen lokale en globale zeespiegelveranderingen nauwkeurig worden geschat met behulp van satellieten. In de periode vóór het satelliet-tijdperk hadden we slechts de beschikking over lokale zeespiegelmetingen op een beperkt aantal plaatsen. In dit proefschrift heb ik kunnen bevestigen dat de gemeten zeespiegelstijgingen uit de decennia vóór de satellietmetingen, goed verklaard kunnen worden door de som van alle relevante fysische processen.”

“Het afsmelten van gletsjers en Groenland voelen we hier bijna niet, maar van Antarctica krijgen we de volle laag”

Noordzee
Frederikse illustreert dat aan de hand van een voorbeeldje: onze eigen Noordzee. “Als fysische processen nemen we het massaverlies van gletsjers en ijskappen, het uitputten van grondwaterreservoirs, het vasthouden van water achter stuwdammen, GIA, veranderingen van het specifieke volume van zeewater, lokale windeffecten en luchtdrukveranderingen in beschouwing. We hebben al deze verschillende invloeden voor onder meer de Noordzee weten te ontrafelen en precies gemodelleerd. De stijging van de zeespiegel in de Noordzee bedraagt in de periode 1958-2014 ‘slechts’ zo’n 8 cm. Dat is vergelijkbaar met de wereldwijd gemiddelde stijging over deze periode, die ongeveer 1,5 mm per jaar bedraagt, maar de onderliggende oorzaken verschillen wel: het afsmelten van gletsjers en Groenland voelen we hier bijna niet, maar van Antarctica krijgen we de volle laag.” Doordat we de factoren die aan ‘onze’ regionale zeespiegelstijging ten grondslag liggen, nu kennen, kunnen we ook beter voorspellen wat onze Noordzee te wachten staat. Dat Antarctica de drijvende kracht achter onze zeespiegelstijging is, is volgens Frederikse slecht nieuws. “Want in een toekomstige warmere wereld gaat de ijskap van Antarctica mogelijk veel massa verliezen.”


Het onderzoek van Frederikse bevestigt bovendien recente studies die aantonen dat de zeespiegel versneld stijgt. “Zeespiegelstijging is complex maar we hebben de meeste factoren nu allemaal wel zo’n beetje in kaart. Daardoor worden de modellen en de voorspellingen beter; dat is het goede nieuws. Het beeld dat ontstaat, is dat de zeespiegel stijgt, en dat er bovendien een forse versnelling in de stijging zit (met aanzienlijke regionale verschillen). Dat komt niet alleen uit modelberekeningen, maar de metingen tonen aan dat het nu al gebeurt. Dat is het slechte nieuws.”