Kunnen we het Voynich-manuscript binnenkort dan eindelijk lezen?

Iets meer dan een eeuw nadat het Voynich-manuscript werd herontdekt, vatten onderzoekers nieuwe moed. Kunstmatige intelligentie suggereert namelijk dat het manuscript in het Hebreeuws geschreven is.

Over het Voynich-manuscript
Het manuscript wordt in 1912 door een boekhandelaar ontdekt, tussen een aantal oude documenten van Jezuïeten. De boekhandelaar – Wilfred Voynich, naar hem is het manuscript dus ook vernoemd – probeert het document natuurlijk te vertalen. Maar het lukt hem niet. En ook astronomen, cryptologen en zelfs geheime diensten die zich in de loop der jaren over het manuscript buigen, komen er maar niet uit. En zo blijft het manuscript – dat vermoedelijk uit de vijftiende eeuw stamt – één groot raadsel: niemand weet wat erin beschreven staat.

Hebreeuws
Onderzoekers van de universiteit van Alberta hebben zich nu echter nog eens over het manuscript gebogen. En met succes, zo lijkt het. Dat is niet geheel hun eigen verdienste: ze maakten handig gebruik van kunstmatige intelligentie. Zo gebruikten ze algoritmes om allereerst de taal in het manuscript te identificeren. Daartoe maakten ze de algoritmes eerst vertrouwd met 400 verschillende talen, om ze vervolgens het Voynich-manuscript voor te leggen. De onderzoekers hadden verwacht dat de algoritmes zouden vertellen dat het manuscript in het Arabisch geschreven was. Maar kunstmatige intelligentie kwam met een andere conclusie: het manuscript is waarschijnlijk in het Hebreeuws geschreven. “Dat was verrassend,” vindt onderzoeker Greg Kondrak.

Code
Maar met het identificeren van de taal alleen, waren de onderzoekers er natuurlijk nog niet. Nu was het zaak om de betekenis van de teksten in het manuscript vast te stellen. Kondrak en zijn collega Bradley Hauer vermoedden dat het manuscript in een soort code geschreven was, waarbij de klinkers uit de woorden waren gehaald en de overgebleven medeklinkers vervolgens in alfabetische volgorde waren gezet (men noemt dat ook wel een alfagram). De onderzoekers ontwikkelden een algoritme dat een dergelijke code kon ontcijferen. En met succes. Het algoritme zette de code om in woorden, waarvan zo’n tachtig procent voor bleek te komen in het Hebreeuwse woordenboek.

Aanbeveling voor de priester
Bleef er nog één hamvraag over: vormden die Hebreeuwse woorden in het manuscript ook logische zinnen? Daartoe namen de onderzoekers hun toevlucht tot Google Translate. En jawel: de eerste woorden in het manuscript bleken een enigszins begrijpelijke zin te vormen. “‘Ze deed een aanbeveling voor de priester, de man des huizes, mij en de mensen’. Het is een beetje een vreemde zin om een manuscript mee te beginnen, maar het is wel begrijpelijk,” aldus Kondrak.

De onderzoekers hebben hun resultaten gepubliceerd in het blad Transactions of the Association of Computational Linguistics. Ze hopen dat kenners van het oude Hebreeuws binnenkort eens een blik op hun werk en het manuscript willen werpen. Mogelijk leidt het tot een verdere ontcijfering van het Voynich-manuscript. Als het tenminste in het Hebreeuws geschreven is. Want het lijkt niet ondenkbaar dat een manuscript dat ons al meer dan 100 jaar aan het lijntje houdt, datzelfde met kunstmatige intelligentie kan doen.