baby

Niet alleen bacteriën, maar ook virussen slaan hun tenten op in de darmen van een pasgeborene. En sommige van die virussen zijn nieuw voor de wetenschap.

Tot die conclusie komen Amerikaanse onderzoekers nadat ze de ontlasting van acht gezonde baby’s gedurende de eerste twee levensjaren van deze baby’s bestudeerden. De ontlasting van de baby’s werd voor het eerst aan een onderzoek onderworpen toen de kleintjes tussen de één en vier dagen oud waren. Tot grote verrassing van de onderzoekers waren er op dat moment al virussen aanwezig in de darmen van de baby’s. “We waren verrast dat in het begin al zo’n grote diversiteit aan virussen in de darmen te vinden is,” vertelt onderzoeker Lori R. Holtz. “Het roept de vraag op: waar komen deze virussen vandaan? We weten nog niet of dieet, de wijze waarop de baby ter wereld is gekomen of andere omgevingsfactoren een rol spelen.”

Roofdieren en prooien
Sommige virussen die de onderzoekers aantreffen staan erom bekend menselijke cellen te infecteren. Andere virussen infecteren bacteriën. Laatstgenoemde virussen kwamen kort na de geboorte het vaakst voor, maar in de periode erna namen hun aantallen af. De bacteriën in de darmen doen het precies omgekeerd: hun diversiteit is beperkt, maar loopt op naarmate de kinderen ouder worden. De onderzoekers vermoeden dat dat komt doordat de virussen en bacteriën respectievelijk een soort roofdieren en prooien zijn. Kort na de geboorte is er een breed scala aan virussen die enkel bacteriën doden. Dat betekent dat er veel roofdieren, maar relatief weinig prooien zijn. Omdat de virussen niet zonder bacteriën kunnen, lopen hun aantallen rap terug als ze door hun prooien heen raken. Doordat het aantal roofdieren afneemt, kunnen de prooien juist weer beter gedijen.

Dynamisch
Er is al veel onderzoek gedaan naar de micro-organismen in de darmen van volwassenen, maar nog niet zo vaak werd er onderzoek gedaan naar de micro-organismen in de darmen van jonge kinderen. De micro-organismen in de darmen van volwassenen zijn vrij stabiel: er verandert normaliter niet zoveel in de populatie. Bij kinderen is dat anders, zo toont dit onderzoek aan. De organismen in hun darmen zijn zeer dynamisch.

Virussen
De onderzoekers ontdekten daarnaast dat de kinderen doorgaans een grote diversiteit aan anellovirussen bij zich droegen. Deze virussen kunnen menselijke cellen infecteren en aangenomen wordt dat een grote diversiteit aan deze virussen getuigt van een zwakker immuunsysteem. “Eén kind had toen het twaalf maanden oud was zeker 47 verschillende stammen van dit virus in het lichaam,” vertelt Holtz. “Het is belangrijk om te onthouden dat dit gezonde kinderen zijn die deel uitmaken van de gemeenschap.” De onderzoekers vragen zich af of dat brede scala aan virussen op deze leeftijd ontstaat doordat de kinderen de maternale immuniteit (de immuniteit die ze vanaf de geboorte dankzij de moeder hebben) kwijt beginnen te raken en nog bezig zijn met het opbouwen van hun eigen immuunsysteem. Verder blijken bijna alle anellovirussen die de onderzoekers in de darmen van de kinderen aantroffen onbekend te zijn: de wetenschap is ze nog niet eerder tegengekomen.

Basislijn
Dat virussen al zo vroeg in de darmen van kinderen opduiken, suggereert dat ze – net als bacteriën – een belangrijke rol spelen. Maar hoe ze de gezondheid van de kinderen precies beïnvloeden is nog onduidelijk. Om dat te achterhalen moeten de onderzoekers eerst een basislijn vaststellen: wat is normaal als het gaat om de virussen in de darmen van jonge kinderen? Pas daarna kan vastgesteld worden welke kinderen van deze basislijn afwijken, waarna gekeken kan worden of deze kinderen een grotere kans hebben op bijvoorbeeld overgewicht en diabetes.

“Op dit moment proberen we vast te stellen wat normaal is,” vertelt Holtz. “We hebben nog niet genoeg gegevens om te achterhalen of het viroom (de verzameling virussen in de darmen, red.) net als het microbioom (de verzameling bacteriën in de darmen, red.) beïnvloed wordt door bijvoorbeeld dieet, de wijze waarop iemand ter wereld komt en het gebruik van antibiotica. We vermoeden wel dat dat het geval is, maar dat is nog niet aangetoond.”