De wereld op zijn kop zetten. Het is het leven van meneer Charles Darwin in een notendop. 73 jaar zocht hij naar verklaringen waarmee de biologie – maar bovenal het geloof – in een ander daglicht zou komen te staan. Zijn theorieën kennen we allemaal. Wat hem dreef is echter tamelijk onbekend, maar niet minder interessant.

Het is 1859 als Charles Darwin het boek On The Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life publiceert. Het zou zijn meesterwerk worden en de biologische wereld op zijn kop zetten. Maar ook de kerk schudde op haar grondvesten. Het bestaan van een bovennatuurlijke intelligentie was eeuwenlang voor waar aangenomen, maar werd nu met een simpele armbeweging van tafel geveegd. Geen God. Geen bovennatuurlijke macht. Maar evolutie. Het werk veroorzaakte dan ook een schokgolf aan reacties. De één was lovend en zag de puzzelstukjes ineen vallen. Een ander dacht te zien hoe het boekje de muren van de kerk liet afbrokkelen. Het getuigt dan ook van moed dat Darwin zijn werk in een grotendeels christelijk Europa lanceerde. Maar waar haalde deze man die ooit een opleiding tot priester volgde de moed vandaan? Er zijn verschillende theorieën.

Geloof
Zonder het christelijk geloof was de evolutietheorie er wellicht nooit gekomen. Charles Darwin startte een studie om priester te worden en volgde diverse theologische vakken. Vooral het werk van William Paley maakte indruk. Paley brak een lans voor de intelligente ontwerper en sloot zich daarmee aan bij de heersende overtuiging dat God alles geschapen had en zich in de natuur openbaarde. Darwin geloofde dat, totdat hij tijdens zijn Beagle-reis op andere ideeën kwam. Hij zag hoe soorten veranderden. Die observaties zorgden voor twijfel en in 1849 liet hij het kerkbezoek varen. Niet alleen de tegenstrijdigheden die hij in de natuur aantrof, maar ook zijn persoonlijk leven veroorzaakten innerlijke strijd. Samen met Emma kreeg Charles tien kinderen. Drie van hen zijn nooit volwassen geworden. Darwins’ lievelingsdochter Annie was één van hen. Ze stierf op tienjarige leeftijd en zette zo Darwins leven op zijn kop. Velen geloven dat Annies dood ook het einde van Darwins geloof betekende. Het zou dan ook geen toeval zijn dat acht jaar later Origin of the Species ontstond.

Racisme
Ontdekkingsreizen maakten de wereld groter, boeiender en gevarieerder. Maar het zorgde ook voor racisme: vooral mensen met een andere huidskleur moesten het ontgelden. Volgens Darwins biografen, Adrian Desmond en James Moore, zou die racistische houding Darwin woedend hebben gemaakt en uiteindelijk zelfs tot de evolutietheorie hebben geleid. Darwin was tijdens zijn studietijd in contact gekomen met een slaaf die vrijgemaakt was: John Edmonstone. Hij leerde Darwin de kunst van het opzetten van dieren. Er ontstond een band tussen de beide mannen en Darwin zag in dat de verschillen tussen donkere en blanke mensen helemaal niet zo groot waren. De interesse voor de afkomst van de mensheid groeide uit tot de evolutietheorie en de daaruit voortvloeiende conclusie dat iedereen in beginsel gelijk is.

Passie
Darwin startte een studie medicijnen, leerde voor priester, maar werd uiteindelijk toch door de biologie en dan met name de ontwikkelingen daarbinnen aangetrokken. Als hij de kans krijgt om dieren of planten te bestuderen, dan grijpt hij die. De tweejarige reis met het schip The Beagle is dan ook een kolfje naar zijn hand. Hij onderzoekt de flora en fauna en alles wat hij ziet, draagt bij aan de evolutietheorie. Soorten die zich ontwikkelen naarmate hun omgeving verandert, soorten die uitsterven of juist overleven; het fascineert hem.

Pas als geloof, racisme en passie op een hoop geveegd worden, lijken we dichterbij de kern van Darwins moed, doorzettingsvermogen en drijfveren te komen. Op zoek naar houvast is de rationalisering van tot dan toe onverklaarbare of niet eens opgevallen veranderingen fantastisch. Gedreven door nobele doelen en geïnspireerd door de natuur zelf, krijgt Darwin grip op de werkelijkheid en komt zijn eigenlijk doel pas werkelijk bovendrijven: de waarheid.