Milieuvervuiling was het bijproduct van de industriële revolutie. Kent de huidige digitale revolutie ook een afvalproduct? Ja, meent veiligheidsgoeroe Bruce Schneier. Hij ziet data als het bijproduct van de digitale revolutie. Hij sprak deze week tijdens een conferentie in het Amerikaanse Dallas.

De datastroom neemt nooit af. Iedere transactie en interactie resulteert tegenwoordig in data, vertelt Schneier. Een product kopen met een bankpas, een e-mail sturen of een sms-berichtje verzenden: al deze activiteiten zorgen voor een digitaal spoor.

“Wij vinden het gek om op het internet gedumpt te worden, maar voor de jongere generatie is dit volkomen normaal”, zegt Schneier. “Over twintig jaar is een record van nu nog steeds op internet te vinden.”

Dit heeft alles te maken met de kosten voor de opslag van data. Deze kosten zijn zo laag, dat het voor bedrijven niet meer nodig is om oude transacties en communicaties te verwijderen. Ze archiveren het voor altijd.

Het is aan het publiek om manieren te verzinnen om de digitale vervuiling tegen te gaan, vindt Schneier. Anders ontwikkelen bedrijven hun eigen regels om persoonlijke informatie door te verkopen aan de hoogste bieder.

“We denken dat we de klanten van Google zijn, maar dat zijn we niet”, zegt hij. “We zijn Google’s product, dat het bedrijf aan klanten verkoopt.”

De huidige generatie moet zo snel mogelijk beslissingen maken over de groeiende datavervuiling. “Het oordeel van onze kleinkinderen hangt af van hoe wij de gegevens beheerden”, concludeert de veiligheidsexpert.