mammoet

Nieuw onderzoek stelt dat het verdwijnen van grote dieren de vruchtbaarheid van de aarde ernstig aantast.

Ooit leefden op aarde heel veel gigantische dieren. Denk aan mammoeten of walvissen van 27 meter lang. Deze organismen aten zich tonnetje rond en poepten er ook flink op los. Daarbij droegen ze een flink steentje bij aan de vruchtbaarheid van de aarde. Voedingsstoffen werden vanuit de diepte van de oceanen gehaald en door de zeeën en via rivieren diep landinwaarts, tot op de toppen van bergen verspreid.

Gebroken cyclus
Maar veel van deze gigantische dieren zijn inmiddels uitgestorven. En de weinige grote dieren die er vandaag de dag nog zijn worden vaak ernstig bedreigd. En daarmee is de kringloop van voedingsstoffen ernstig aangetast, zo blijkt uit nieuw onderzoek. “Deze gebroken wereldwijde cyclus verzwakt ecosystemen, de visserij en de landbouw,” stelt onderzoeker Joe Roman.

Op het land
Dieren op het land halen voedingsstoffen weg uit wat onderzoekers ‘geconcentreerde hotspots’ noemen en verspreiden deze. Maar met het verdwijnen van grote diersoorten daalt de capaciteit van deze dieren. Aan het eind van de laatste IJstijd verdwenen zo’n 150 soorten grote zoogdieren. Als we de mate waarin dieren voor het uitsterven van deze megafauna in staat waren om voedingsstoffen te verspreiden vergelijken met de mate waarin dieren vandaag de dag in staat zijn om voedingsstoffen te verspreiden, dan zien we dat hun capaciteit met acht procent is teruggelopen.

Fosfor
Fosfor is belangrijk voor de groei van planten (en dus ook gewassen) en een belangrijk element in meststoffen. “Gemakkelijk toegankelijke voorraden fosfaat kunnen binnen vijftig jaar opraken,” stelt onderzoeker Chris Doughty.

In zee
En ook in zee is de mate waarin walvissen en andere zeedieren in staat zijn om voedingsstoffen te verspreiden, teruggelopen. Neem bijvoorbeeld een voedingsstof die van cruciaal belang is: fosfor (zie kader). Grote zeedieren brengen deze voedingsstof van de diepe wateren van de oceaan naar het oppervlak. Maar mede door de jacht op grote zeedieren zijn er steeds minder van. En daardoor wordt er vandaag tot 75 procent minder fosfor vanuit de diepte van de zee naar het oppervlak gebracht.

Vruchtbaar
De resultaten zijn best verrassend, zo stellen de onderzoekers. “Eerder werd niet gedacht dat dieren een belangrijke rol speelden in de verspreiding van voedingsstoffen,” stelt onderzoeker Christopher Doughty. Maar dit onderzoek toont aan dat dieren een cruciale rol spelen. Ze transporteren flinke hoeveelheden ontlasting en maken zo vele plekken die anders onvruchtbaar zouden zijn – denk aan het hart van continenten of het oppervlak van oceanen – vruchtbaar.

Dragen moderne dieren zoals koeien dan geen steentje bij aan de verspreiding van voedingsstoffen? Dat valt vies tegen, omdat zij vaak in afgesloten weides te vinden zijn.

Dragen moderne dieren zoals koeien dan geen steentje bij aan de verspreiding van voedingsstoffen? Dat valt vies tegen, omdat zij vaak in afgesloten weides te vinden zijn.

Zes procent
“Ooit had deze wereld tien keer meer walvissen, twintig keer meer anadrome vissen zoals zalm, twee keer zoveel zeevogels en tien keer meer grote planteneters: grote luiaarden en mastodonten en mammoeten,” stelt onderzoeker Joe Roman. Enorme olifanten aten enorme hoeveelheden planten. Door op grote afstand van de plek waar ze aten te poepen of plassen of het loodje te leggen, verspreidden ze de voedingsstoffen. Door het verdwijnen van grote dieren zou de mate waarin dieren voedingsstoffen verspreiden vandaag de dag zo’n zes procent lager liggen dan in het verleden.

Om de vruchtbaarheid van de aarde te redden, moeten de grote dieren gered worden. En dat kan nog, zo stellen de onderzoekers. Ze wijzen erop dat veel soorten walvissen en zeedieren herstellende zijn. “We kunnen ons een wereld voorstellen waarin de populaties walvissen relatief veelvuldig voorkomen,” stelt Roman. En dat geldt ook voor andere soorten. Zo zouden we bijvoorbeeld de bizons terug kunnen brengen naar Noord-Amerika.