Dirk Musschoot weet alles van de Belgen en de Nederlanders op de Titanic. Honderd jaar na de ramp publiceert hij een boek over het lot van deze passagiers.

In 1985 begon zijn passie. “Ik deed een interview op een lokale radiozender met een Titanic-verzamelaar. Hij vertelde dat er ook Belgen aan boord van het schip waren, dit was nieuw voor mij,” vertelt Musschoot aan Scientias.nl. “Twee jaar later, in 1987, was het 75 jaar geleden dat de Titanic zonk. De krant waar ik destijds voor werkte, wilde hier een artikel aan wijden. Ik kwam toen op het idee om iets over de Belgen op het schip te schrijven. Dit stukje geschiedenis leek iedereen wel vergeten te zijn.” Na het artikel kon Musschoot het onderwerp niet uit zijn hoofd zetten en hij begon aan een intensieve zoektocht naar informatie over het lot van de Belgische passagiers. In 2000 schreef hij hier een boek over: ‘De Vlamingen op de Titanic’. “Ik wist dat dit niet mijn laatste boek zou zijn over het schip. Tijdens mijn onderzoek kwam ik namelijk veel te weten over de Nederlanders en ik besloot na de publicatie van mijn boek, een tweede boek te schrijven dat zich zou focussen op de link tussen de Belgen, Nederlanders en de Titanic.” En dat boek is er nu: ‘100 jaar Titanic: het verhaal van de Belgen en de Nederlanders’.

Het boek '100 jaar Titanic: Het verhaal van de Belgen en de Nederlanders'. Bron: www.dirkmusschoot.be

Nieuw leven
Musschoot reconstrueert in zijn boek de levens van de dertig passagiers (27 Belgen en drie Nederlanders) en probeert te beantwoorden waarom zij aan boord gingen van het ‘onzinkbare schip’. In veel gevallen was dit om een nieuw leven te beginnen in Amerika. “De Titanic maakte veel reclame in België, gericht op immigranten” zegt Musschoot. “Er werd de armen verteld dat de Titanic goedkoper was om mee naar Amerika te reizen dan de Red Star Line. En dus was voor de arme Belgen die een nieuw leven wilden beginnen de keuze snel gemaakt. De achttien immigranten verkochten alles wat zij hadden om het ticket te betalen en lieten hun leven achter.” In ons eigen land werd er nauwelijks of geen reclame gemaakt. Er bevonden zich dan ook geen Nederlandse immigranten op de Titanic, wel een ondernemer en twee bemanningsleden. Musschoot denkt dat dit te maken had met Canada. “Zij waren destijds op zoek naar Franstalige arbeiders en deze bevinden zich eerder in België dan Nederland”. Toch was het niet gemakkelijk om te emigreren naar de andere kant van de wereld. Voordat immigranten het land mochten betreden, moesten zij vragenlijsten beantwoorden en een medische keuring ondergaan. “Deze keuring was erg streng. Zo mochten arbeiders met bijvoorbeeld luizen of oogziekten het land niet in. En ook zwangere vrouwen werden niet toegelaten. De immigranten die uiteindelijk niet werden toegelaten moesten weer terugvaren naar hun land van herkomst. Maar deze kosten kwamen vaak voor rekening van de vaarmaatschappij die hen in de eerste plaats naar Amerika toebracht.” Vanwege de maatregelen besloot de vaarmaatschappij waar de Titanic deel van uitmaakte om de medische keuring te doen voordat de immigranten aan boord kwamen. Zo kwam het dat twee Belgische immigranten vanwege een oogziekte ‘gered’ werden van een mogelijk fataal lot.

Verhalen
Op de Titanic was zowel arm als rijk aan boord. Hetgeen Musschoot zo boeit zijn de verhalen, het drama dat zich achter de passagiers bevindt. “Sommigen verkochten al hun bezittingen om een kaartje voor de Titanic te kunnen betalen. Zo vertrokken elf mensen uit het dorpje Kerksken in België naar de Titanic. Elf mensen uit dit dorp gingen aan boord van de Titanic, één van hen werd geweigerd en acht keerden niet terug. Er waren zoveel soorten mensen aan boord: arbeiders, rijken, muzikanten en immigranten. De verhalen lopen zeer uiteen en dat maakt de ramp zo interessant.”

Jules Sap met schilderij van Willy Stoewer. Foto: Suzanne Seys

Jules Sap, de immigrant
Zo is er het verhaal van de Belgische Julius-Victor Sap (Zwevezele, 20 september 1890 – Hooglede, 15 december 1966), beter bekend als Jules Sap. Hij reisde derde klas naar Amerika om daar op tabaksplantages te gaan werken. Hij overleefde de ramp, samen met zeven anderen uit de groep van Belgen en Nederlanders, maar was één van de weinigen die over zijn ervaringen sprak. Musschoot vertelt: “De anderen verdrongen hun herinneringen aan de Titanic en praatten er nauwelijks over. Sap deed dit wel, hierdoor kon hij het een plek geven. Zo gaf hij een tournee langs Belgische bioscopen in 1958, toen de film ‘A Night to Remember‘ uitkwam. Dit was een film over de Titanic en hij vertelde in het voorprogramma zijn verhaal.” Toen de Titanic bijna compleet onder water lag, sprong Sap het water in en bereikte een reddingsboot. Hij vertelde hier het volgende over: “Ik sprong ook en probeerde mij drijvende te houden aan valiezen, planken en stoelen die reeds in het water lagen, tot ik aan een reddingsboot kwam. De matroos van het bootje sloeg mij met zijn riemgordel terug het water in. Ik kwam terug bij een bootje en een jongedame trok mij in de boot. Ik ben onder de bank gaan liggen. Ik had het ijskoud en was totaal op. Het was de tijd dat de dames zeer wijde rokken droegen, en ik lag helemaal onder de rok van de jongedame om het toch maar een beetje warm te krijgen.”

Johan George Reuchlin met zijn echtgenote. Foto: Gemeentearchief Rotterdam

Johan George Reuchlin, de rijke directeur van de Holland-Amerika Lijn
De Nederlander Johan George Reuchlin (Rotterdam, 6 december 1874 – Atlantische Oceaan, 15 april 1912) had minder geluk: hij overleefde de ramp niet. Reuchlin was een bekend ondernemer en de zoon van Otto Reuchlin, de directeur van de Holland-Amerika Lijn. Later werd hij zelf directeur van het bedrijf en voer eersteklas mee op de Titanic. Dit op uitnodiging van de rederij White Star Line. Altijd werd gedacht dat hij in Cherbourg aan boord ging maar Musschoot ontdekte iets anders: “In de persoonlijke briefwisseling tussen Reuchlin en zijn vrouw schreef hij dat hij via Hoek van Holland naar Harwich reisde en vervolgens via Londen naar Southampton.” Toen in Nederland bekend werd gemaakt dat Reuchlin niet tot één van de overlevenden behoorde, was het hele land in rep en roer. “Er werd veel over hem geschreven, hierdoor is er ook meer informatie over hem te vinden dan andere passagiers. Zelfs de koningin stuurde zijn familie een telegram met haar condoleances.”

Wessel Adrianus van der Brugge, de stoker
Van der Brugge, een Nederlander en destijds 42 jaar oud ging aan boord van de Titanic om te werken als stoker. Hij zou hiermee zes pond per maand verdienen. Zijn familie had geen idee waar hij was en zijn zus Cornelia van der Brugge nam in oktober 1911 contact op met de Nederlandse ambassade. Haar werd verteld dat hij onderweg was naar Zuid-Amerika. Later, in mei 1912 kreeg zij nogmaals bericht, haar broer zou zich nu bevinden op een Engels schip naar Santos in Brazilië. Pas in september 1912 kwam Cornelia er achter dat haar broer heel ergens anders was. Zij kreeg van de politie te horen dat hij aan boord was gegaan van de Titanic en de ramp niet had overleefd. Cornelia, die het maar niet kon geloven, nam contact op met de ambassade in Londen. Maar ook zij bevestigden het trieste nieuws. Van Van der Brugge is nog altijd geen foto te vinden, Musschoot blijft hopen. “Ik hoop nog altijd dat ik ooit een foto van hem zal vinden”.

Hennie Bolhuis in Monte Carlo. Foto: collectie Han Slager

Hendrik Bolhuis, de kok
Wat de familie van Van der Brugge overkwam, overkwam ook de familie van de Nederlandse Hendrik Bolhuis uit Groningen. Hij ging, destijds 27 jaar oud, aan boord van de Titanic als kok in het à la carte restaurant en overleefde het niet. Na de dood van zijn ouders in 1910 vertrok Bolhuis van huis en reisde door Europa. Hij werkte in hotels in Parijs, Monte Carlo en Oostende. Toch keerde hij altijd even terug naar zijn thuis, iets wat hij altijd vierde met een feest. In oktober 1911 ging Bolhuis als kok aan de slag op het schip de Olympic. In maart/april 1912 verstuurde hij nog een brief naar het thuisfront om hen te vertellen dat hij zou terugkeren naar huis. Zijn broer Klaas Bolhuis begon zich rond juni zorgen te maken, toen zijn broer nog steeds niet was gearriveerd. Niet veel later ontving hij een brief van een Oostenrijkse vriend van zijn broer, die hem vertelde dat Hendrik tijdens de ramp met de Titanic was verdronken. Pas aan het einde van juli kreeg Klaas officieel bericht van de ambassade in Londen, dat zijn broer de scheepsramp niet had overleefd. Musschoot kwam er achter dat Bolhuis, voordat hij vertrok met de Titanic, een kookboek had achtergelaten. “Hij dacht dat hij nog zou terugkeren om het boek weer op te halen.”

Commercie
Na de ondergang van de Titanic probeerde natuurlijk ook de commercie een slaatje uit de ramp te slaan. En dit levert nu een wonderlijk verhaal op over de postkaarten branche. Postkaarten makers wilden na de ramp zo snel mogelijk heel veel postkaarten met daarop een foto van de Titanic maken. Er was alleen één probleem: zij hadden geen foto van de Titanic. Om de concurrentiestrijd niet te verliezen, gebruikten de makers een foto van zusterschip de Olympic. Musschoot vertelt: “Zij veranderden de naam op het schip in Titanic en bedrogen zo vele mensen. Pas later kwamen historici hier achter.” Maar het kan nog erger: “Ook postkaarten van de Carpathia, het schip dat de overlevenden terug naar de kust bracht, waren erg in trek. Maar ook een foto van dit schip was nauwelijks te vinden. Zo kwam één uitgever op het idee om de willekeurige afbeelding van een schip met vier schoorstenen, dat hij voor de Titanic postkaarten gebruikte, te ‘fotoshoppen’. Hij haalde drie schoorstenen weg en representeerde de kaart als de Carpathia. De mensen die destijds zo’n postkaart kochten, hadden niets door.”

Dirk Musschoot. Foto: Carl Lapeirre

Fabels
Natuurlijk gaan er, zoals wel vaker bij rampen, vele fabels rond. Zo zouden arbeiders van de Titanic een godlasterende boodschap aan de binnenkant van het schip hebben geschilderd. Het zou de reden zijn dat de Titanic zonk. Musschoot vertelt: “Dit is niet waar, er is hier nooit enig bewijs van gevonden”. Ook zou er gericht zijn geschoten op het schip. Volgens Musschoot werd er wel geschoten, maar meer als waarschuwing in de lucht en niet om mensen te doden. En dan de tekeningen (zoals hierboven) waar vier rokende schoorstenen op te zien zijn. “Ook dit is een fabel, de vierde schoorsteen heeft nooit gerookt maar was er voor het uitzicht en om de boel te luchten”.

De Titanic was een schip vol verhalen. Sommige verhalen eindigden in de nacht van 14 op 15 april 1912 maar andere gingen verder. De verhalen van de Belgen en Nederlanders op het schip zijn vrijwel onbekend. Musschoot heeft geprobeerd om zoveel mogelijk informatie naar boven te halen, hoewel dat volgens hem nooit helemaal zal lukken. Zeker niet van de overleden derdeklassers. Over eersteklassers werd nu eenmaal meer geschreven na de ramp. Voor veel mensen is het stukje geschiedenis van de passagiers uit de Lage Landen onbekend. Van de groep van dertig overleefden er slechts drie, allen Belg. De zoektocht is voor Musschoot nog niet voorbij, die houdt hem tot op de dag van vandaag nog bezig. “Ik hoop altijd nog op een foto van iemand of meer informatie over het leven van deze passagiers.”