De adviezen lopen van land tot land uiteen. En ook bij de Wereldgezondheidsorganisatie weten ze het even niet meer.

In Hong Kong moeten mensen die gebruik maken van het openbaar vervoer of op andere plekken komen waar veel mensen te vinden zijn, een mondmasker dragen. In Japan achten ze het dragen van een mondmasker in de buitenlucht niet nuttig, maar het gebruik ervan in kleine, slecht geventileerde ruimtes zou dan weer wel goed zijn. Ondertussen wordt het gebruik van mondkapjes in Nederland – maar bijvoorbeeld ook in de VS en Duitsland – alleen geadviseerd aan medisch personeel. En in Singapore moet je al een mondkapje dragen als je een loopneus hebt of moet hoesten.

WHO
De Wereldgezondheidsorganisatie roept ondertussen al weken dat alleen mensen die het coronavirus onder de leden hebben en degenen die deze mensen verzorgen, een mondkapje moeten dragen. Het idee dat het misschien wel nuttig zou zijn als ook gezonde mensen een mondkapje dragen, werd door de WHO keer op keer ontkracht. En ook het RIVM ziet dat zo. “Een mondkapje heeft in het dagelijks leven geen meerwaarde,” zo stelt het instituut in een kort voorlichtingsfilmpje. “Mondkapjes hebben alleen zin als er ernstig zieke patiënten zijn die veel virus verspreiden.”


De laatste weken zwelt de discussie over het nut van mondkapjes echter aan. En zelfs de WHO is niet meer zo zeker van zijn zaak, zo blijkt uit een toespraak die directeur-generaal van de WHO, Tedros Adhanom Ghebreyesus, eerder deze week hield. In zijn toespraak stelt hij dat het advies van de WHO nog hetzelfde blijft, maar er momenteel wel onderzocht wordt of het misschien toch zin heeft om mondkapjes ook buiten ziekenhuizen in te zetten en zo de verspreiding van het nieuwe coronavirus te beperken. “Dit is een heel nieuw virus en we leren er continu van. Naarmate de pandemie zich verder ontwikkelt (…) doet ons advies dat ook.” Met die laatste woorden sluit Adhanom Ghebreyesus dus niet uit dat de WHO binnenkort met andere aanbevelingen komt.

De wetenschap
Het moge duidelijk zijn: elk land voert zijn eigen koers als het gaat om de adviezen omtrent mondkapjes. En die koers kan – onder invloed van wetenschappelijke inzichten – dus ook zomaar veranderen. Het brengt ons bij een interessante vraag. Want wat hebben wetenschappers hier nu eigenlijk over te melden? Het antwoord op die vraag is helaas ook niet heel eenduidig. Er is weliswaar veel onderzoek gedaan naar het effect van mondkapjes, maar de bevindingen lopen sterk uiteen. Dat blijkt bijvoorbeeld wel uit dit onderzoek dat in 2007 werd uitgevoerd (en in 2011 van een update werd voorzien). In de studie keken onderzoekers welk effect verschillende maatregelen – zoals het dragen van mondkapjes, maar ook bijvoorbeeld het regelmatig wassen van de handen – precies hebben op de verspreiding van ziekten. Voor hun studie bogen de wetenschappers zich over 67 verschillende studies die al eerder waren uitgevoerd. “Deze studies waren deels uitgevoerd onder medewerkers in de gezondheidszorg en deels onder mensen buiten het ziekenhuis,” zo vertelt onderzoeker Tom Jefferson aan Scientias.nl. Sommige van de onderzoeken handelden over de verspreiding van SARS: een coronavirus dat nauw verwant is aan het virus SARS-CoV-2 dat ons momenteel teistert. “Tijdens de uitbraak van SARS in 2003 werd de kans dat mensen het virus opliepen kleiner wanneer ze hygiënemaatregelen troffen en mondmaskers droegen,” aldus Jefferson. Hij benadrukt echter dat deze studies met name werden uitgevoerd onder ziekenhuispersoneel en dus niet onder gezonde mensen. Afgaand op dat onderzoek zou je kunnen concluderen dat mondmaskers mensen kunnen beschermen tegen het virus. Maar er zijn ook studies die een heel ander beeld schetsen. Zo stuitten Jefferson en collega’s in hun onderzoek op verschillende experimenten die suggereren dat het dragen van mondkapjes geen meerwaarde heeft als mensen al regelmatig hun handen wassen. En één studie stelde zelfs dat het dragen van mondkapjes mogelijk meer kwaad dan goed doet. Op de vraag of het Jefferson – afgaand op wat hij weet – verstandig lijkt om ook gezonde mensen te adviseren een mondkapje te dragen, kan hij kort zijn. “Daar is niet voldoende bewijs voor.” Hetzelfde geldt overigens voor het advies dat het niet nuttig is om gezonde mensen van een mondkapje te voorzien.

Rationeel
De wetenschap kan ons dus niet 1,2,3 van een duidelijke richtlijn voorzien. Reden voor onderzoekers om een pleidooi te houden voor ‘een rationeel gebruik van mondkapjes’. In The Lancet schrijven ze dat het misschien niet zo gek lijkt om ook gezonde mensen van mondkapjes te voorzien. Zeker niet als je bedenkt dat verschillende studies reeds hebben aangetoond dat sommige mensen het virus ook over kunnen dragen als ze (nog) geen symptomen hebben. En misschien is het ook helemaal niet onverstandig om bijvoorbeeld risicogroepen van mondkapjes te voorzien. Maar, zo stellen de onderzoekers, de harde waarheid is dat het op dit moment in de meeste landen gewoon onmogelijk is. Daar zijn alle beschikbare mondkapjes namelijk hard nodig op de plekken waarvan we zeker weten dat ze effect hebben: in ziekenhuizen waar artsen en verpleegkundigen enkel en alleen omringd worden door ernstig zieke coronapatiënten, waar ze herhaaldelijk dicht bij in de buurt moeten komen. “Bewijs dat mondmaskers effectieve bescherming bieden tegen luchtweginfecties in de gemeenschap is schaars,” zo stellen de onderzoekers. “Maar mondmaskers worden wereldwijd gebruikt door medisch personeel om zich tijdens de zorg voor patiënten met luchtwegproblemen te beschermen tegen druppelinfecties (zie kader, red.).” En daar zijn ze nu ook het hardst nodig. “Universeel gebruik ervan zou pas overwogen moeten worden als de voorraden dat toestaan.”


Het nieuwe coronavirus verspreidt zich niet via de lucht, maar via druppeltjes die bijvoorbeeld vrijkomen als mensen hoesten of niezen. Vandaar dat mensen ook het advies krijgen om afstand te houden tot elkaar. Zo is de kans dat deze druppeltjes anderen bereiken, kleiner.

Wat we op dit moment dan ook vooral kunnen concluderen, is dat er veel meer onderzoek moet worden gedaan naar simpele maatregelen – zoals regelmatig de handen wassen of het dragen van een mondmasker – waarmee epidemieën vertraagd of zelfs een halt toegeroepen kunnen worden. Het is iets waar Jefferson en collega’s in 2007 ook al op wezen. Waar landen zich in de voorbereiding op een pandemie vaak richten op de ontwikkeling van vaccins en antivirale middelen, is het eigenlijk nog veel belangrijker om tijd en geld te steken in het vinden van de beste maatregelen om verspreiding van virussen te voorkomen. In 2007 waren Jefferson en collega’s wat dat betreft een roepende in de woestijn. Maar dat gaat na deze pandemie ongetwijfeld veranderen. En dat moet ook, zo stelt Jefferson. “Het bewijs is schaars en ontoereikend om tot een robuust beleid te komen.”