In oktober 1873 slaat nabij het Overijsselse dorpje Diepenveen een meteoriet in. Het steentje wordt opgeraapt, maar raakt al snel in de vergetelheid en wordt pas 139 jaar later ‘herontdekt’.

Het is 27 oktober 1873, rond drie uur in de middag van een grotendeels bewolkte dag. Dagloner Albert Bos en zijn vrouw zijn aan het werk op een stuk land nabij het Overijsselse dorpje Diepenveen, net achter de IJsseldijk. Plots horen ze, zo melden ze later, een heftig sissend geluid en slaat er iets vlak bij hen in de grond. In een kuiltje in de zandgrond ligt een kleine, donkere steen. Hij is nog warm als ze hem oprapen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in het blad ZENIT, waarin je elke maand alles kunt lezen over sterrenkunde, weerkunde en ruimteonderzoek.

Hoofdonderwijzer
Albert en zijn vrouw staan voor een raadsel. Hoe kan zomaar, op klaarlichte dag, een steen uit de lucht vallen? Ze nemen de steen mee naar huis en gaan op bezoek bij ‘de man in het dorp die alles weet’ – meneer Cornet, de hoofdonderwijzer van de plaatselijke lagere school. Hij woont, om in stijl te blijven, op een steenworp afstand. Wat er aan de deur besproken wordt, weten we niet. We weten ook niet of Cornet iets heeft uitgelegd over meteorieten. Zeker is wel dat de vinders geen interesse hebben om de steen zelf te bewaren. Ze laten hem achter bij de hoofdonderwijzer.


Het gezin Cornet is een geval apart. De uit de buurt van Alphen aan den Rijn afkomstige leraar is getrouwd met de weduwe van de voorgaande onderwijzer. Bij hen woont ook nog een zoon uit haar eerste huwelijk, een zekere Derk te Wechel. Zijn stiefvader laat hem de gevonden steen zien en het geval wekt zijn interesse. Hij noteert wat gegevens over de datum, de vinders en de vindplaats en bewaart de bijzondere steen. Zijn interesse komt voort uit zijn belangstelling voor exacte vakken, zoals natuurkunde en biologie. Hij is een van de eerste leerlingen die, met een diploma, de enkele jaren eerder opgerichte Rijks Hogere Burger School (Rijks-HBS) in Deventer verlaat. Kort na het gebeuren vertrekt de jonge Derk naar Delft om verder te studeren. De steen blijft achter bij de spullen die zijn moeder voor hem bewaart.

De Diepenveen-meteoriet in het kistje waarin hij werd aangetroffen. De meteoriet is geclassificeerd als er een van het type CM2-an (anomalous). De meteoriet is in het bezit van Naturalis Biodiversity Center en in de collectie opgenomen onder nummer RGM.818649 (Naturalis Biodiversity Center).

Na ongeveer een jaar komt hij terug naar Diepenveen en ‘krijgt kennis’ aan een jongedame. Het stel trouwt in Diepenveen en begint een eigen toekomst. Dat betekent dat Derk definitief het ouderlijk huis gaat verlaten. Het echtpaar Te Wechel strijkt neer in Wageningen. Uit het huwelijk wordt later een zoon geboren die een rol zal spelen bij de oprichting van wat nu de Landbouwuniversiteit Wageningen is. De moeder van Derk vindt dat hij zijn spullen mee moet nemen. Tja, wat nu te doen met die bijzondere steen die hij nog steeds in zijn bezit heeft? Omdat zijn belangstelling inmiddels vooral uitgaat naar de biologie, besluit hij om voor de steen een goede bestemming te zoeken. Hij denkt dat zijn vroegere docenten op de HBS wel blij zullen zijn met zo’n gift. Inmiddels is die HBS verhuisd, van een gebouw vlak bij de beroemde Lebuniuskerk in Deventer naar een in onbruik geraakt klooster in de binnenstad.

Gift
Derk stapt naar binnen. En wie treft hij daar aan? Misschien neemt de toenmalige directeur, Leendert Burgersdijk, de steen in ontvangst. Want het handschrift van het kleine kartonnen briefje waarop wat gegevens staan genoteerd, komt overeen met dat van Burgersdijk, hoewel de naam van Derk er onder staat. Leendert geldt overigens als een beroemdheid. Hij is niet alleen bedreven in exacte vakken, waaronder cosmografie, maar ook in talen. Van zijn hand is de eerste integrale vertaling naar het Nederlands van de werken van William Shakespeare – toneelschrijver, dichter en acteur.
Het kan echter ook zijn dat iemand anders de steen aanneemt: Jan Sirks. Hij is de vroegere, zeer bevlogen, natuurkundedocent van Derk. Jan geeft niet alleen les aan leerlingen van de HBS maar organiseert ook lezingen en demonstraties voor belangstellenden buiten de school. Eigenhandig heeft hij een serie demonstratietoestellen gebouwd waarmee hij natuurkundige principes demonstreert. Evenzo beschikt hij over een verzameling van bijzondere voorwerpen. Hij is een exponent van ‘aanschouwelijk onderwijs’ en ‘ontdekkend leren’ – en daarmee eigenlijk zijn tijd ver vooruit. Vermoedelijk is het kistje waarin de steen later wordt aangetroffen van zijn hand. In het kistje zit een geplakt strookje papier met een handschrift dat sterk lijkt op het handschrift van Sirks. Het kan ook zijn dat Burgersdijk de gift aanneemt en vervolgens aan Sirks ter hand stelt.


Vergetelheid
Na zijn bezoek verdwijnt Derk te Wechel uit het beeld van dit verhaal. Korte tijd later gaat ook Leendert Burgersdijk met pensioen. Hij wordt opgevolgd door Jan Sirks. Dan slaat het noodlot toe. De jonge, enthousiaste leraar overlijdt plotseling en het is niet helemaal duidelijk hoe of waaraan. Er komt natuurlijk een einde aan die mooie openbare lessen. De spullen van Sirks worden ingepakt en verdwijnen naar de zolder van de school. Ze raken in de vergetelheid. Wonder boven wonder worden ze bij latere verhuizingen van de school steeds meegenomen, tot en met het laatste onderkomen aan een straat die nu de Burgersdijkstraat heet. In 1968 komt er een einde aan de Rijks-HBS als gevolg van de invoering van de Mammoetwet. Vanaf dan kent het middelbare schoollandschap schooltypen als het gymnasium nieuwe stijl en het atheneum (samen nu: vwo), het havo-onderwijs en het vmbo. Het schoolgebouw moet plaatsmaken voor nieuwbouw en docenten en medewerkers mogen wat zaken meenemen, ter herinnering aan hun tijd in dienst van de Rijks-HBS. Docent De Jager neust op de zolder rond en vindt onder andere de steen in het kistje met het briefje. Hij neemt het kleinood mee en gebruikt de steen als presse-papier op zijn schrijfbureau. Na zijn overlijden bewaart weduwe De Jager zijn spullen maar ze heeft geen interesse in de steen. Een vriendin van haar, Leida Kiers, is echter verzot op bijzondere stenen en al snel kent de steen een nieuwe eigenaar.

Bij de meteoriet werd dit kaartje aangetroffen. Alle genoemde personen zijn rond de vermelde datum met elkaar in verband gebracht. Afbeelding: Marco Langbroek.

Camping
Opnieuw gaan er jaren voorbij. Leida houdt van de natuur en brengt daarom haar vrije tijd graag op een camping door. Henk Nieuwenhuis, voormalig conservator van het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium in Franeker, bevindt zich in de zomer van 2012 op dezelfde camping, net over de landsgrens bij Overijssel. Op 11 augustus is er op de camping een hobby- en kunsttentoonstelling, voor en door de ‘vaste bewoners’. Henk krijgt daar onder andere een beginnende verzameling van gesteenten en fossielen onder ogen. Leida blijkt de eigenaresse van het geheel. De aandacht van Henk wordt direct getrokken naar een klein, houten kistje met aan de bovenzijde een raampje waarachter een stukje bijna zwarte steen ligt. Op een in het kistje geplakt vergeeld papiertje leest hij het woord: Meteoorsteen. Hij vraagt of hij het kistje mag openen om de steen van dichtbij te bekijken. Bij het zien van de structuur weet hij eigenlijk onmiddellijk dat het een echte meteoriet moest zijn, een koolstofmeteoriet nog wel. Henk zegt tegen zijn vrouw, die de steen ook ziet: “Dit is een koolstofmeteoriet!” Waarop zij sceptisch antwoordt: “Ja, joh, dat zal wel”. Kort daarvoor heeft Henk in het Planetarium nog een grote verzameling meteorieten tentoongesteld. De gesprekken met de eigenaar en de beelden van de collectie staan hem nog vers in het geheugen. En dat geheugen kan hem niet bedriegen, vindt hij. Henk treft bovendien in het kistje een klein briefje aan waarop staat waar en hoe deze meteoriet gevonden is. Dat briefje is de eigenaresse dan nog niet opgevallen. Ze vertelt Henk dat zij dit kistje met steen kreeg van een vriendin en geen idee heeft of het een bijzondere steen is.

Zeker weten
Henk maakt foto’s van de steen, het briefje en het kistje en op 28 augustus thuisgekomen belt hij naar Niek de Kort – toenmalig KNVWS-voorzitter en ook beheerder van het Meteorieten Documentatie Centrum van de KNVWS-Werkgroep Meteoren – toch even om een second opinion. Je kunt immers nooit weten. Niek hoort het verhaal van Henk aan, zoals hij daarvoor al meer dan tweeduizend meldingen van allerlei vinders van bijzondere stenen te horen kreeg. Het verhaal van Henk lijkt eigenlijk te mooi om waar te zijn. “Stuur de foto’s maar even door Henk, dan kijk ik wel.” Na het zien van de eerste foto’s die direct per mail arriveren, wordt Niek net zo enthousiast als Henk. En toch…knaagt ook nu nog een beetje twijfel. Het zal niet de eerste keer zijn dat iemand een grap probeert uit te halen met een (pseudo) meteoriet. Niek neemt contact op met Marco Langbroek, expert op het gebied van meteorieten. Hij doet het verhaal en stuurt de foto’s door. Ook Marco wordt onmiddellijk lyrisch bij het zien van de foto’s. De donkere steen vertoont overduidelijk sporen van een zogeheten smeltkorst. De meteoriet zou een koolstofmeteoriet kunnen zijn en oogt opmerkelijk vers. Om er helemaal zeker van te zijn dat het een meteoriet is, moet het materiaal aan een nauwkeurige visuele inspectie worden onderworpen. Zo ongeveer de volgende dag reizen Niek en Marco in zeer dichte mist naar Franeker. Henk heeft de steen mogen lenen van de eigenaresse en heeft het een en ander uitgestald op de keukentafel. Er is geen twijfel mogelijk! Marco en Niek houden het op een meteoriet van de C-klasse, mogelijk zelfs een zeer zeldzame CM-meteoriet. De (her)ontdekking van de tot op dat moment volledig onbekende, al bijna anderhalve eeuw oude, Diepenveen-meteoriet is een feit!

De Diepenveen-meteoriet
De Diepenveen-meteoriet weegt slechts 68 gram. Hij is voor ongeveer 40% met een smeltkorst bedekt. Het is maar een deel van de oorspronkelijke steen; wat er met het andere deel is gebeurd is niet bekend. Ergens in het verleden komt een stukje van de meteoriet los en heeft iemand het er weer met (beender)lijm aangeplakt. Het materiaal is zeer donker en zeer broos. Het kruimelt gemakkelijk en geeft enigszins zwart af. De meteoriet is duidelijk erg kwetsbaar en dat het na 140 jaar nog in deze conditie verkeert is een absoluut wonder. Het suggereert ook dat het in die 140 jaar niet vaak uit het kistje is gehaald. In Naturalis Biodiversity Center in Leiden wordt de meteoriet in een speciale klimaatkast bewaard om verdere achteruitgang van het materiaal tegen te gaan. Het kistje waarin de steen zich bevindt, vermoedelijk sinds de donatie aan de Rijks-HBS in Deventer, is van vurenhout en voorzien van een glazen schuifdekseltje. In het kistje zit los het kartonnen kaartje met enkele gegevens over de vondst. De verschillende op het kaartje genoemde personen en locaties zijn allemaal in historische archieven getraceerd en met elkaar in verband gebracht. Daardoor weten we ook tot op enkele honderden meters precies waar de meteoriet in 1873 gevallen is.

Natrekken
Critici kunnen zeggen: “Fijn dat deskundigen met een loepje vaststellen dat het een meteoriet is, maar hoe zeker is dat nu?” Ze hebben gelijk, want zo’n bijzondere ruimtesteen vraagt om uitgebreid onderzoek. Natuurlijk naar de steen zelf, maar óók naar de historische context. Niek besluit om dat laatste systematisch uit te pluizen. Kloppen de gegevens op het kaartje wel, en waarnaar verwijst de tekst op het plakbriefje in het kistje? Om met dat laatste te beginnen: er staat op: “zie meteoorsteen van Orgueil”, met een verwijzing naar een artikel uit 1883 in een destijds veel door leraren gelezen tijdschrift, Album der Natuur. Het artikel gaat over een meteorietval bij het Franse Orgueil, een nu bekende en beroemde val van een koolstofchondriet uit 1863. Kennelijk heeft iemand, vermoedelijk Jan Sirks, de gelijkenis opgemerkt tussen de Diepenveen (meteorieten worden vernoemd naar de meest nabije geografische aanduiding) en deze meteoriet van Franse bodem. Opmerkelijk is overigens dat dit artikel ongeveer tien jaar na de val van de Diepenveen verschijnt. Jan Sirks kan dit artikel gelezen hebben omdat het drie jaar vóór zijn overlijden, in 1891, wordt gepubliceerd.

“Berichten over vuurbollen en meteorieten halen in die dagen regelmatig de plaatselijke, regionale en landelijke pers. Maar…er is totaal niets te lezen over de Diepenveen”

Is er ooit iets over de Diepenveen zelf verschenen in de media van destijds? Het korte antwoord is: nee. Hoe goed we ook zoeken, nergens vinden we een publicatie over enig onderzoek aan de meteoriet. Over eerder gevallen Nederlandse meteorieten wordt wel gepubliceerd. Het kan zijn dat Jan Sirks, nadat hij de relatie legt met de Orgueil-meteoriet, het plan opvat om er toch iets over te schrijven maar dat zijn onverwachte dood dat plan doorkruist. Evenzo is er gezocht naar andere ooggetuigen van de val destijds. Berichten over vuurbollen en meteorieten halen in die dagen regelmatig de plaatselijke, regionale en landelijke pers. Maar…er is totaal niets te lezen over de Diepenveen. Hoe verklaren we dat? Wel, in de eerste plaats is het volop daglicht als de meteoriet neerkomt. De voorafgaande vuurbol moet dan erg helder zijn geweest om te worden opgemerkt. En…misschien is het die dag bewolkt geweest?

De Diepenveen wordt uiteindelijk nationaal bezit en belandt in Naturalis Biodiversity Center. Leida Kiers draagt het eigendom over tijdens een officiële plechtigheid op 12 december 2013. Naturalis is het enige instituut in Nederland met een officiële accreditatie voor opslag en (toekomstig) onderzoek van dergelijk materiaal.

Historisch onderzoek
Wat kunnen we te weten komen over de datum, de plaats en de genoemde personen op het met Oost-Indische inkt beschreven kartonnetje? Is er een verband tussen alle genoemde informatie? Want als dat niet klopt, zou er toch sprake kunnen zijn van een listig in elkaar gezette grap, met gebruik van een andere meteoriet. Dat laatste blijkt overigens al snel uitgesloten als de eerste resultaten binnenkomen van het wetenschappelijk onderzoek aan de steen zelf. Met als bron het kartonnetje volgt een intensieve speurtocht bij instellingen als het kadaster, museum De Waag en het gemeentelijk archief van de stad Deventer. Dat levert na lang zoeken veel interessante informatie op. Om te beginnen kunnen Albert Bos en zijn vrouw worden geïdentificeerd in de voorloper van het bevolkingsregister. Dat geldt ook voor de families Cornet en Te Wechel. Blijkens de adressen wonen deze families inderdaad dicht bij elkaar in een van de buurtschappen van Diepenveen. Mevrouw Bos blijkt ‘boerenwerkster’ van beroep. Zij en haar man zijn inderdaad werkzaam op een boerderij die op het kaartje wordt aangeduid, zo’n drie kwartier lopen van hun huis. Deze boerderij bestaat nog en op het land wat in 1873 bij de hoeve hoort, komt op een enkele plaats inderdaad zand aan het oppervlak. Het heeft overigens geen enkele zin daar nog te zoeken naar andere fragmenten, want dit type meteoriet is zo bros dat het in enkele dagen uiteenvalt en verpulvert, zeker als het in contact komt met regenwater. We hebben echt enorm geluk dat Albert de steen direct heeft opgeraapt en meegenomen!

Archief
Verder blijkt dat het archief van de Rijks-HBS bewaard is gebleven. We komen daarin Derk te Wechel tegen als leerling, Leendert Burgersdijk als directeur en Jan Sirks als natuurkundedocent. Originele handschriften laten zich vergelijken met het handschrift op het kartonnetje en het geplakte strookje papier in het kistje. Evenzo vinden we informatie over de verhuizingen van de school. Helaas is er in dit hele dossier niets te vinden over de ‘Meteoorsteen’. Hij komt niet voor in inventarislijsten en er is ook geen kopie aangetroffen van een ‘bewijs van ontvangst’. Dat laatste is vermoedelijk zo vanwege de onmogelijkheid voor Burgersdijk om aan de steen een waarde in geld te koppelen.

Is het onderzoek naar de historische context hiermee afgerond? Ja en nee. Het is niet waarschijnlijk dat er nog informatie wordt gevonden die stamt uit de periode van de val en kort daarna. Wel wordt gekeken of op grotere afstand van Diepenveen er vermeldingen van een daglichtvuurbol te vinden zijn. Als dat lukt is die informatie heel waardevol omdat daarmee een indruk van het traject door de atmosfeer kan worden verkregen. Misschien zegt dat iets over de herkomst uit het zonnestelsel van het materiaal. Wie weet heeft de historie toch nog niet alles prijsgegeven!

ZENIT – proefabonnement € 29,95
Lees in het magazine ZENIT alles over sterrenkunde, ruimteonderzoek, weer en klimaat. Met iedere maand actuele sterrenhemel informatie en ontwikkelingen uit de wetenschap beschreven door bekende onderzoekers. Het tijdschrift volgt de ontwikkelingen in de professionele wetenschap op de voet. De redactie zit bovenop het nieuws en streeft ernaar om dit voor de lezers in een breder verband te plaatsen. ZENIT verschijnt 11 keer per jaar. Neem nu een proefabonnement en ontvang Zenit een half jaar lang voor slechts € 29,95. Het proefabonnement loopt automatisch af. Meer informatie kun je hier vinden!