kikker

Om te achterhalen wanneer emoties zijn ontstaan, hebben onderzoekers onderzocht welke dieren wel emoties hebben en welke dieren niet. Daaruit blijkt dat amfibieën – in tegenstelling tot reptielen – waarschijnlijk geen emoties hebben. Een driftkikker lijkt dus helemaal niet te bestaan.

Als wetenschappers emoties willen onderzoeken is het belangrijk om te weten wat emoties precies zijn. Volgens gedragswetenschappers is de definitie van emotie: “elke mentale ervaring met een hoge intensiteit”. Verdriet en blijdschap vallen hieronder, maar deze emoties zijn erg lastig te onderzoeken. De eerst ontstane emotie is angst. Aangezien dit de meest basale emotie is, blijkt dat andere emoties niet voelbaar zijn indien een organisme ook geen angst voelt. Vandaar dat bij onderzoek naar de oorsprong van emoties, wetenschappers de meest basale emotie bekijken: angst.

De evolutie van de amygdala. Afbeelding: Laberge F., Mühlenbrock-Lenter S., Grunwald W., Roth G. (2006). Evolution of the Amygdala: New Insights from Studies in Amphibians. Brain Behaviour Evolution 2006 67:177-187.

De evolutie van de amygdala. Afbeelding: Laberge F., Mühlenbrock-Lenter S., Grunwald W., Roth G. (2006). Evolution of the Amygdala: New Insights from Studies in Amphibians. Brain Behaviour Evolution 2006 67:177-187.

Angstcentrum
Angst zetelt in het zogenaamde angstcentrum. Dit angstcentrum ligt in een bepaald deel van de hersenen, genaamd de amygdala. De amygdala is een amandelvormige kern van neuronen die verbanden legt tussen informatie van verschillende zintuigen en negatieve associaties opslaat. Naarmate dieren zich hoger op de evolutieladder bevinden, wordt dit deel van het brein ingewikkelder. Zoogdieren (waaronder de mens) bevinden zich bovenaan de ladder, daaronder de vogels, de reptielen en daarna de amfibieën. Hieronder bevinden zich nog andere dieren, zoals vissen en insecten. In de evolutieladder betekent hoger niet altijd beter, wel betekent hoger vaak meer complex.

Hersenstructuur
Bij amfibieën lijkt de benodigde hersenstructuur voor basale emoties (het angstcentrum) al wel aanwezig, deze lijkt echter nog niet voldoende ontwikkeld te zijn. Zo denkt Canadees neurobioloog Frederic Laberge dat de amygdala van de amfibie waarschijnlijk niet complex genoeg is voor het hebben van emoties. Het angstcentrum bestaat bij reptielen, en andere organismen hoger op de evolutieladder, uit vier delen en bij amfibieën ‘slechts’ uit drie delen. Daardoor wordt gedacht dat het hebben van het vierde deel een vereiste is voor emoties.

Onderzoek
Gedragsonderzoek naar angst onderschrijft de bevinding dat amfibieën wel beschikken over de benodigde hersenstructuur, maar geen emoties lijken te ervaren. Om angst te onderzoeken deden de Canadese wetenschappers Cabanac & Cabanac in 2004 een experiment waarbij gekeken werd of het oppakken en terugzetten van dieren – een proces genaamd ‘gentle handling’ – een verhoogde hartslag veroorzaakt. Tijdens ‘gentle handling’ wordt een proces in gang gezet. Eerst nemen de zingtuigen het oppakken waar, de hersenen verwerken deze informatie (in sommige gevallen als angst) en ten slotte reageert het lichaam daarop door middel van een verhoogde hartslag.

De reuzenpad. Foto: Sam Fraser-Smith (via Wikimedia Commons).

De reuzenpad. Foto: Sam Fraser-Smith (via Wikimedia Commons).

Bij het bovenstaand onderzoek naar ‘gentle handling’ is gebruik gemaakt van reuzenpadden (Bufo marinus). Deze amfibieën reageerden niet met een verhoogde hartslag toen ze werden opgepakt terwijl organismen hoger in de evolutieladder – reptielen, vogels en zoogdieren – dit wel deden. Deze resultaten ondersteunen de verwachting van onder meer Dr. Frederic Laberge, dat de structuur in de hersenen van de amfibie nog niet voldoende ontwikkeld is voor het ervaren van angst. Amfibieën blijken dus echte ‘koele kikkers’ te zijn.

Toch angst?
Ondanks dat amfibieën niet reageren op ‘gentle handling’ en een minder complexe hersenstructuur hebben, is wel een verhoogde hartslag geconstateerd als het gaat om de aanwezigheid van een roofdier. Het is mogelijk dat bij amfibieën zelfs de meest basale emoties beperkt zijn en daardoor alleen aantoonbaar zijn in situaties die direct bijdragen aan de overleving van het dier. Angst lijkt dus toch voor te komen bij amfibieën, maar alleen in de meest basale vorm. Hierdoor bestaat er dus weer enige verwarring over de evolutie van emoties.

Al met al blijkt de term ‘driftkikker’ niet relevant te zijn. Zelfs de meest basale emotie die bestaat, namelijk angst, is slechts in de meest extreme gevallen aanwezig bij een amfibie. Om emoties te ervaren hebben amfibieën een beter ontwikkelde hersenstructuur nodig. Vandaar dat wetenschappers denken dat emoties zijn geëvolueerd tussen de amfibieën en de reptielen. Dus de term ‘driftkikker’ slaat de plank volledig mis; een amfibie blijkt namelijk meer een ‘koele kikker’ te zijn.

Dit artikel is geschreven door Frank Sekeris (23). Hij is na zijn bachelor biologie begonnen aan de master Science Education and Communication aan de Universiteit van Utrecht. Hierin volgt hij de richting wetenschapscommunicatie om later hopelijk een brug te vormen tussen de wetenschap en het grote publiek.