Nieuw onderzoek onthult dat de duimen van Neanderthalers andere specialiteiten hadden dan die van ons.

Dat schrijven onderzoekers in het blad Scientific Reports. Ze baseren zich op een analyse van vijf Neanderthaler-duimen die ze vervolgens vergeleken met de duimen van vijf vroege moderne mensen en de duimen van 50 hedendaagse volwassenen.

Hamer en pen
Het onderzoek wijst uit dat de duimen van Neanderthalers voornamelijk heel geschikt waren voor het stevig vastgrijpen van gereedschappen, op een manier die vergelijkbaar is met de wijze waarop wij een hamer vasthouden. Grepen die wat meer precisie vereisen – zoals de pengreep, waarbij objecten tussen het topje van de duim en vinger worden geklemd – moeten een stuk lastiger zijn geweest voor de Neanderthalers.


De pengreep was echter zeker niet onmogelijk voor de Neanderthalers, zo benadrukken de onderzoekers. “We suggereren alleen dat het voor Neanderthalers wat uitdagender moet zijn geweest dan voor moderne mensen,” zo stelt onderzoeker Ameline Bardo. De studie doet dan ook niets af van recente studies die het imago van Neanderthalers – die eerder wel afgeschilderd werden als lomp en dom – behoorlijk hebben opgepoetst. “Hoewel we ontdekten dat de duimen van Neanderthalers geschikter waren voor een krachtige, knijpende greep (zoals we die kennen bij het vasthouden van een hamer), waren ze ook wel in staat tot grepen met meer precisie. Zowel de anatomie van hun handen als archeologische vondsten maken overtuigend duidelijk dat de Neanderthalers heel intelligente gebruikers van gereedschappen waren en ook veel gereedschappen gebruikten die moderne mensen in diezelfde tijd benutten.”

Het onderzoek
De onderzoekers trekken hun conclusie zoals gezegd na een analyse van duimen van Neanderthalers, vroege en hedendaagse moderne mensen. “We werkten met 3D-modellen van de botten (die in de duim zitten, red),” zo legt Bardo aan Scientias.nl uit. Daarbij werd niet alleen gekeken naar alle botjes in de duimen, maar ook naar de gewrichten ertussen. “Er zijn eerder wel onderzoeken geweest waarbij gekeken is naar verschillen tussen de duimbotten van Neanderthalers en moderne mensen en andere mensachtigen. Maar doorgaans werden de botjes in de duim daarbij afzonderlijk van elkaar bestudeerd. Ons onderzoek is nieuw, omdat we gekeken hebben naar hoe variaties in de vormen en oriëntatie van de verschillende botten en gewrichten met elkaar in verband staan. Het bewegen van en kracht zetten met de duim is alleen mogelijk als deze botten en de gewrichten en spieren samenwerken, dus moeten ze ook samen bestudeerd worden.”

Favoriete positie
Het onderzoek wijst duidelijk uit dat de duimen van Neanderthalers net iets anders in elkaar staken dan die van moderne mensen. Zo zijn met name de gewrichten aan de onderzijde van de duim van Neanderthalers anders dan die van moderne mensen. En dat had dus invloed op de posities die de duimen van Neanderthalers het gemakkelijkst konden innemen. “Onze resultaten suggereren dat de favoriete duimpositie van moderne mensen anders is dan die van Neanderthalers,” aldus Bardo.


Implicaties
Het onderzoek is heel belangrijk, zo stellen de onderzoekers. Door zowel de gereedschappen als de anatomie van mensachtigen – Neanderthalers, maar bijvoorbeeld ook vroege moderne mensen – te bestuderen, kunnen we namelijk een beter beeld krijgen van hun gedrag en vaardigheden en hoe die door de tijd heen veranderd zijn.

Daarbij moet echter altijd een kleine slag om de arm worden gehouden, zo benadrukt Bardo. Zoals ook uit dit onderzoek wel duidelijk wordt, moeten we het namelijk vaak doen met schaarse fossiele resten. Zo bleven Bardo en collega’s in deze studie bijvoorbeeld steken op vijf gefossiliseerde Neanderthaler-duimen. “We hebben alle beschikbare gefossiliseerde Neanderthaler-handen waarin zowel het handwortelbotje als het middenhandsbeen bewaard waren gebleven, in ons onderzoek opgenomen, maar fossielen zijn zeldzaam en de zoektocht ernaar is lastig en kostbaar.” Er zit dus weinig anders op dan af te gaan op wat we hebben. “Zonder een tijdmachine zal het altijd moeilijk zijn om met zekerheid iets te zeggen over hoe gefossiliseerde familieleden hun handen en gereedschappen gebruikten en zich gedroegen.” Gelukkig worden er steeds meer manieren gevonden om ook op basis van de weinige fossiele resten die er zijn, toch waardevolle conclusies te kunnen trekken. “Er is in de paleoantropologie veel wat we niet weten. Maar door geavanceerde methoden te gebruiken (zoals de 3D-analyse die wij in ons onderzoek benutten) hopen we toch zoveel mogelijk informatie te halen uit de fossielen waar we over beschikken.”