De grootste aap in de geschiedenis – ook wel King Kong genoemd – legde het loodje, omdat hij zich niet aan kon passen, zo suggereert nieuw onderzoek.

Wanneer we de uitgestorven aap naast een mens zetten, word pas duidelijk hoe groot deze was. Afbeelding: © H. Bocherens.

Wanneer we de uitgestorven aap naast een mens zetten, word pas duidelijk hoe groot deze was. Afbeelding: © H. Bocherens.

Het is – voor zover we weten – de grootste aap die ooit op aarde heeft geleefd: Gigantopithecus. De aap wordt tussen 1,8 en 3 meter hoog geschat en zijn gewicht zou ergens tussen de 200 en 500 kilo hebben gelegen. Maar ondanks zijn indrukwekkende verschijning, stierf de aap uit. Hoe kon dat gebeuren? Een nieuw onderzoek werpt nieuw licht op de zaak.

China en Thailand
Onderzoekers bogen zich over gefossiliseerde tanden en kiezen die eerder in China en Thailand van de aap zijn teruggevonden. Ze waren vooral benieuwd naar de isotopen in het tandglazuur. Die kunnen namelijk onthullen wat de apen voornamelijk aten.

In het bos
“Onze resultaten wijzen erop dat de grote primaten alleen in het bos leefden en hun voedsel uit dit leefgebied haalden,” vertelt onderzoeker Hervé Bocherens. “Gigantopithecus was een vegetariër.” Tevens ontkrachten de onderzoekers de aanname dat de grote aap alleen maar bamboe at. Hij at ook andere planten, zo stellen ze. Hoewel de aap waarschijnlijk te groot en te zwaar was om in bomen te klimmen, hing deze dus toch het liefst in het bos rond. Dat gold zowel voor apen uit China als voor apen uit Thailand – waar naast bossen ook open savannes te vinden zijn.

De onderzoekers bestudeerden meerdere tanden en kiezen van de uitgestorven aap. Afbeelding: Yaowalak Chaimanee.

De onderzoekers bestudeerden meerdere tanden en kiezen van de uitgestorven aap. Afbeelding: Yaowalak Chaimanee.

Het onderzoek geeft ook meer inzicht in het uitsterven van de apen. Omdat Gigantopithecus maar in één leefgebied uit de voeten kon, was de aap kwetsbaar. “Familieleden van de grote aap, waaronder de orang-oetan hebben – ondanks dat ze ook enkel in een specifiek leefgebied voorkomen – wel weten te overleven. Maar orang-oetans hebben een trage stofwisseling en kunnen op heel weinig voedsel overleven. Gigantopithecus had – met het oog op zijn omvang – waarschijnlijk een grote hoeveelheid voedsel nodig. Toen tijdens het Pleistoceen steeds meer bosgebieden veranderden in savanne, was er simpelweg onvoldoende voedsel voor de aap.”