De eerste paus Petrus is ondertussen opgevolgd door meer dan 260 pausen. Natuurlijk zitten er wat rotte appels tussen. In dit artikel staan de ergste pausen centraal. Pausen die misbruik maakten van hun machtspositie, die geld over de balk smeten en die door het volk werden verguisd. Maak kennis met de gewetenloze paus Stefanus VI, de corrupte paus Alexander VI en de overspelige Johannes XI.

Paus Stefanus VI (896 – 897)

Paus Stefanus VI was paus van 896 tot 897. Hij werd gehaat door het volk en uiteindelijk zelfs vermoord. Maar waarom?

Wellicht heeft de Kadaversynode er iets mee te maken. Stefanus VI liet zijn voorganger – paus Formosus – opgraven om hem te veroordelen wegens meineed en het bewust zoeken van pausschap. Het halfverteerde lichaam van Formosus werd op een troon neergezet. Iemand zat achter de troon om namens Formosus te spreken, terwijl Stefanus VI hem terecht stelde.

Na het schijnproces gooide Stefanus VI Formosus in de rivier de Tiber. Gelukkig is het lichaam gered door een kluizenaar. Paus Theodorus II, de opvolger van Stefanus VI, liet Formosus bijzetten in de Sint-Pieterskerk om hem eervol te herdenken.

De ooggetuigenverslagen zijn redelijk betrouwbaar, dus waarschijnlijk heeft het proces daadwerkelijk plaatsgevonden. Rechts ziet u een schilderij van Jean-Paul Laurens uit de negentiende eeuw. Op het schilderij is Formosus op de troon te zien, terwijl Stefanus VI hem beschuldigt.

Paus Alexander VI (1492 – 1503)

Rodrigo Borgia had geluk. Zijn oom was paus Calixtus III. Hierdoor werd hij al op zijn 25ste kardinaal-diaken en vervolgens bisschop van Valencia. Door de grote rijkdom kon Borgia in 1492 de titel ‘paus’ kopen. Rodrigo Borgia werd in dat jaar paus Alexander VI.

Elf jaar bleef Alexander VI paus. In 1503 werd hij waarschijnlijk vergiftigd. Logisch, want Alexander VI had heel veel vijanden. Hij was een corrupte man, die zeven kinderen verwekte bij verschillende maîtresses. Had hij even geen geld? Dan stelde hij een nieuwe kardinaal aan, die uiteraard geld moest betalen om die functie te krijgen. Of hij veroordeelde rijke mensen voor de meest onzinnige zaken. Hij jatte niet alleen geld, maar hij was zelfs bereid om mensen ervoor te vermoorden.

Uit ooggetuigenverslagen blijkt dat mensen na de dood van Alexander VI dansten op de straat van vreugde. Hij werd opgevolgd door paus Pius III (die minder dan een maand paus was) en paus Julius II. De laatstgenoemde paus probeerde de schade van Alexander VI te herstellen en het verloren gebied van de Kerkelijke Staat terug te winnen.

Paus Johannes XII (937 – 964)

Nog zo’n apart figuur was paus Johannes XII. De vader van deze paus was een machtige senator in Rome. Hij zorgde ervoor dat zijn zoon al op zijn achttiende paus van de rooms-katholieke kerk werd.

Geschreven documenten onthullen wandaden die Johannes XII beging. Zo zat hij voortdurend achter vrouwen aan. Zelfs zijn eigen nicht was onveilig voor hem. Waarschijnlijk werd Johannes XII vermoord door een man op wiens vrouw hij een oogje had.

Maar er is meer. Zo castreerde en vermoorde Johannes XII een Subdiaken en proostte hij regelmatig op de duivel. Hij aanbad zelfs heidense goden als Jupiter en Venus.

Hoeveel hiervan waar is? We zullen het misschien nooit precies weten, omdat de gegevens al meer dan duizend jaar oud zijn. Toch zijn er alleen maar negatieve verhalen te vinden over Johannes XII en geen positieve verhalen. Dat zegt toch wel iets over deze man, nietwaar?

Paus Benedictus IX (1032 – 1044, 1045 – 1046, 1047 – 1048)

Paus Benedictus IX werd gezien als een vreselijke man. “Hij is een demon uit de hel, maar dan vermomd als paus”, zei de heilige Petrus Damiani ooit. “Zijn leven als paus was zo verachtelijk, zo smerig, zo fout, dat ik sidder als ik eraan denk”, schreef paus Victor III na de dood van Benedictus IX.

Maar wat deed Benedictus IX dan? Wel, hij werd beschuldigd van zaken als verkrachtingen, overspelingen en moorden. Daarnaast verkocht hij de titel ‘paus’ tweemaal. De eerste keer in 1044 voor een groot geldbedrag. Een jaar later (1045) voerde Benedictus IX zijn voorganger af en nam hij weer plaats op de troon. Dit hield hij een maand vol, toen hij besloot om de titel opnieuw te verkopen voor 650 kilo goud. Dit keer verkocht hij het aan zijn peetvader. Hier hield het verhaal niet op. In 1047 keerde Benedictus IX opnieuw terug en werd hij opnieuw een jaar paus.

Iedereen was hem nu beu. In 1048 werd hij daarom verdreven, onder andere door Poppo van Brixen. Poppo van Brixen nam in datzelfde jaar plaats op de troon als paus Damasus II. Damasus II stierf datzelfde jaar nog. Velen geloven dat hij werd vergiftigd door paus Benedictus IX.

Het is onbekend wanneer Benedictus IX is gestorven. Bronnen melden dat hij zijn laatste jaren in een klooster sleet. Wellicht had hij spijt van zijn losbandige leven als paus?

Paus Julius III (1550 – 1555)

Paus Julius III leed een teruggetrokken bestaan en verliet niet vaak zijn paleis. Hij hield zich vooral bezig met persoonlijke pleziertjes en vriendjespolitiek, en was absoluut niet geïnteresseerd in politieke zaken.

Maar er is meer. Julius III adopteerde een jonge bedelaar uit Parma: Innocenzo Ciocchi Del Monte. De relatie tussen Julius en Innocenzo ging erg ver. Er zijn verhalen dat Julius regelmatig seks had met de jonge man. Innocenzo is overigens geen lieverdje. Hij werd zonder degelijke opleiding benoemd tot kardinaal. Natuurlijk met dank aan zijn stiefvader Julius III. Innocenzo vermoorde in 1560 twee mannen die kwaad over hem spraken. In 1567 werd hij beschuldigd van verkrachting en kwam hij in de gevangenis terecht.

Paus Urbanus VI (1378 – 1389)

Na de dood van paus Gregorius XI wilde het Romeinse volk een Italiaanse paus. De kardinalen kozen uiteindelijk voor Bartolomeo Prignano, een makkelijk te beïnvloeden en zachtmoedige man. Tenminste, dit leek zo. Als paus Urbanus VI was Bartolomeo Prignano een tiran. Het was een driftkikker met een paar steekjes los. De kardinalen probeerden hun beslissing terug te nemen en introduceerden een tweede paus: Clemens VII. Hierdoor begon het Westers Schisma, een periode in de geschiedenis van de rooms-katholieke kerk van 1378 tot 1417 waarin pausen en tegenpausen elkaar tegenwerkten. Op het hoogtepunt waren er drie pausen: eentje in Pisa, één in Avignon en eentje in Rome.

De introductie van de tegenpaus Clemens VII maakte Urbanus VI nog opvliegender. Hij vervolgde kardinalen en mensen die tegen hem waren. Hij zette deze mensen vast en besloot om ze te mishandelen. Urbanus VI klaagde erover dat hij niet genoeg geschreeuw hoorde toen zijn kardinalen werden gemarteld.

Na de dood van Urbanus VI is er nooit meer een niet-kardinaal aangesteld als paus.