Facebook maakt depressief. Dat stelden Amerikaanse kinderartsen vorig jaar. Nu is er voor het eerst overtuigend bewijs gevonden dat die claim weerlegt: het gebruik van Facebook leidt op zichzelf niet tot depressies.

Dat schrijven wetenschappers van de School of Medicine and Public Health van de universiteit van Wisconsin-Madison in het blad Journal of Adolescent Health. De resultaten staan haaks op een rapport dat vorig jaar uitkwam. In dat rapport – uitgegeven door de American Academy of Pediatrics – werd gesteld dat het gebruik van Facebook kan leiden tot depressie.

Vragen
De onderzoekers van de universiteit van Wisconsin-Madison stuurden studenten in een periode van zeven dagen 43 sms’jes. Die sms’jes werden op willekeurige momenten verstuurd en bevatten een vraag die de studenten direct moesten beantwoorden. Bijvoorbeeld: ‘Ben je nu online?’ of ‘Wat ben je op het internet aan het doen?’ of ‘Hoelang ben je online geweest?’. Uit het onderzoek blijkt dat de proefpersonen de helft van de tijd die ze online waren, aan Facebook besteedden.

WIST U DAT…

…er wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de motieven om mensen op Facebook te ontvrienden? Lees er hier alles over!

Geen verband
De onderzoekers keken ook hoe het met de mentale gezondheid van de proefpersonen zat. Vervolgens werd er gekeken of er een verband was tussen die gezondheid en de tijd die de proefpersonen op Facebook doorbrachten. Ze vonden geen significant verband.

Eerste bewijs
“Onze studie is het eerste onderzoek dat wetenschappelijk bewijs presenteert omtrent het gesuggereerde verband tussen het gebruik van sociale media en het risico op een depressie,” vertelt onderzoeker Lauren Jelenchick. “De vondsten hebben belangrijke implicaties voor artsen die ouders te vroeg alarmeren over het gebruik van sociale media en de kans op een depressie.”

Dat wil niet zeggen dat ouders zich helemaal geen zorgen hoeven te maken over sociale media. “Hoewel er geen verband is tussen de tijd die mensen op Facebook doorbrengen en depressie, moedigen we ouders wel aan om actieve rolmodellen en onderwijzers te zijn als het gaat om veilig en gebalanceerd gebruik,” benadrukt onderzoeker Megan Moreno.