Morgen is het dan eindelijk zover: de private ruimtevaart slaat zijn vleugels uit. Een echt godsgeschenk, zo vindt onze columnist.

Ik ben van de generatie na de maanlanding. En daar baal ik soms wat van. Zeker als ik van andere – wat rijpere – mensen hoor dat ze de maanlanding al nagelbijtend op het puntje van de stoel met klotsende oksels van de opwinding hebben gevolgd. Dat waren nog eens tijden. Dat waren nog eens pioniers. Het was allemaal zo schokkend en vooral zo nieuw dat sommige mensen het tot op de dag van vandaag niet geloven kunnen.

Verandering
Gelukkig zijn er anno 2012 naast ongelovigen ook nog steeds echte pioniers. En morgen gaan ze weer aan de bak. Ze sturen een ruimtevaartuig dat door een commerciële partij is ontwikkeld naar het internationale ruimtestation. Het ritje is al vele malen gemaakt. Daar is dus weinig vernieuwends aan. Toch gaat deze vlucht de ruimtevaart radicaal en mijns inziens ten goede veranderen.

NASA
Jarenlang was de ruimtevaart een beetje van ons allemaal. Overheidsinstanties als NASA en Roskosmos (de Russische ruimtevaartorganisatie) maakten de dienst uit. En dat deden ze zeker niet onverdienstelijk. Ze verlegden de ‘final frontier‘ voortdurend met vluchten naar de maan, Mars en Jupiter en satellieten en telescopen die de geheimen van de ruimte stuk voor stuk blootlegden. De overheidsinstanties mogen buigen op een indrukwekkende staat van dienst. En misschien moeten ze dat maar fulltime gaan doen. Wanneer morgen (of overmorgen, men heeft er nogal een handje van om deze revolutionaire vlucht uit te stellen) het Dragon-ruimtevaartuig van het commerciële SpaceX met succes het luchtruim kiest en met hetzelfde succes weer landt, dan is dat het einde van een oud tijdperk. En dat is niet iets om treurig over te zijn.

Dragon nadert het internationale ruimtestation. Afbeelding SpaceX.

Politiek
Nu wordt het beleid van organisaties als NASA grotendeels bepaald door politici. En op dit moment is er maar één ding wat de politici bezighoudt: bezuinigingen. Het ene na het andere ambitieuze plan van NASA wordt van tafel gewerkt. Nu hebben politici er nogal een handje van om op de verkeerde dingen te bezuinigen. Daar kunnen ze weinig aan doen: het zijn generalisten, wat wil zeggen dat ze overal een beetje en dus nergens echt verstand van hebben. Een eigenschap die het lastig maakt om prachtmissies te herkennen. Door de jaren heen is de final frontier dan ook flink verschoven. Deze ligt niet langer ergens in de ruimte, maar op het bureau van hoge ambtenaren.

De Falcon 9-raket: een raket die SpaceX de afgelopen tien jaar ontwikkelde. Foto: Mike Sheehan / SpaceX.

Efficiëntie
Private ondernemingen, zoals SpaceX, hebben het geld en de middelen om goede ruimtevaartuigen te bouwen. Maar het echte verschil maken ze met hun handelswijze. In de commerciële wereld geldt namelijk een regel die in de ambtelijke wereld veel minder van toepassing is: tijd is geld. En met die regel in het achterhoofd is het noodzaak om efficiënt te werken. En dat doet SpaceX. De ontwikkeling van de raketten heeft ‘slechts’ 250 miljoen dollar gekost. NASA heeft evenveel of nog meer geld zien verdwijnen door projecten (in opdracht van politici) alleen maar af te stoten. Dankzij de efficiënte handelswijze van de private ondernemingen kunnen we met veel minder geld veel verder komen. Missies die eerder voor ruimteorganisaties te duur en dus onbereikbaar leken, komen dan opeens binnen bereik te liggen.

Morgen gaat er een onbemande vlucht naar het ISS. Maar in de toekomst moet de Dragon ook astronauten gaan vervoeren. Foto: SpaceX.

Doel
SpaceX heeft een duidelijk doel voor ogen. “Het menselijk ras tot een soort maken die op meerdere planeten voorkomt,” zo is op de site te lezen. Kolonisatie van de ruimte. Daarvoor zijn nog heel wat ritjes en onderzoeken nodig, maar de gedrevenheid is groot. SpaceX bestaat nog maar tien jaar en ontwikkelde in die tijd een eigen ruimtevaartuig en een eigen raket en is nu reeds klaar om dat ruimtevaartuig aan het ISS te koppelen en weer terug naar de aarde te halen. Als een private onderneming dit in tien jaar en relatief gezien voor een schijntje kan doen, wat kunnen we dan over twintig of dertig jaar wel niet van deze onderneming verwachten?

Natuurlijk blijft geld de doorslaggevende factor, maar met deze nieuwe manier van werken, schudden we bepaalde beperkingen van ons af. De vlucht van morgen moeten we dan ook niet omschrijven als ‘de eerste keer dat een commercieel ruimtevaartuig het ISS bezoekt’. Beter is het om de vlucht – indien deze met succes plaatsvindt – te omschrijven als de grote verhuizing van de final frontier. Als SpaceX de verwachtingen morgen waarmaakt en het huidige tempo en vooral de huidige werkwijze vasthoudt, dan verhuist niet alleen de budgettaire final frontier, maar bovenal ook de technologische final frontier. En wel naar plaatsen ‘where no man has gone before‘. En daar gaan wij getuige van zijn. En het kan zomaar eens spannender en ongelofelijker worden dan de maanlanding.